Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
pH-meter
Een apparaat dat de pH elektrisch meet en een getal met een decimaal geeft. Nauwkeuriger dan een indicator.
-
mengsel
Twee of meer stoffen door elkaar. Een mengsel smelt en kookt over een traject en is met een scheidingsmethode te splitsen.
-
suspensie
Een mengsel waarin vaste deeltjes zweven die je nog kunt zien, zoals modderwater. Met filtreren haal je ze eruit.
-
periodiek systeem
De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af.
-
broeikaseffect
Het vasthouden van warmte door gassen in de lucht, vooral koolstofdioxide. Meer van die gassen betekent een warmere aarde.
-
lakmoes
Een indicator die rood is in zuur en blauw in basisch. Hij zegt welke kant het op is, niet hoeveel.
-
branddriehoek
De drie dingen die een vuur nodig heeft, namelijk brandstof, zuurstof en een temperatuur boven het ontbrandingspunt. Haal er één weg en het vuur gaat uit.
-
actieve kool
Kool met een enorm oppervlak vol poriën. Daaraan blijven smaakstoffen en vuil hangen, zodat het water schoner wordt.
-
wasmiddel
Een stof met moleculen die aan één kant van water houden en aan de andere kant van vet. Zo neemt water het vet alsnog mee.
-
grondstof
Een stof waar je iets anders van maakt. Korte moleculen uit aardolie zijn de grondstof voor plastic, verf en kleding.
-
onvolledige verbranding
Een verbranding met te weinig zuurstof. Dan ontstaat er ook roet en koolstofmono-oxide.
-
endotherm
Een reactie waarbij juist warmte nodig is. De omgeving wordt kouder of je moet blijven verwarmen.
-
conclusie
Het deel van een verslag dat zegt wat je metingen betekenen en of je antwoord geeft op de onderzoeksvraag. De getallen zelf horen bij de resultaten.
-
titratie
Een meting waarbij je druppelsgewijs een oplossing met bekende sterkte toevoegt, tot de reactie precies klaar is. Daarmee bereken je de onbekende sterkte.
-
zure oplossing
Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7.
-
zoet water
Water met weinig opgelost zout, zoals in een rivier of een meer. Toch nog niet zomaar drinkbaar.
-
fenolftaleïne
Een indicator die kleurloos is in zuur en roze in basisch. Handig bij een titratie van een zuur met een sterke base.
-
zandfilter
Een laag zand waar water doorheen gaat, zodat de kleine zwevende deeltjes achterblijven.
-
pH
Het getal dat zegt hoe zuur of hoe basisch een oplossing is. Onder 7 is zuur, 7 is neutraal en boven 7 is basisch.