Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
80 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
endotherm
Een reactie waarbij juist warmte nodig is. De omgeving wordt kouder of je moet blijven verwarmen.
-
demiwater
Water waar ook de opgeloste zouten uit zijn gehaald. Het wordt gebruikt waar aanslag een probleem is.
-
thermoplast
Een plastic dat zacht wordt als je het verwarmt. Daardoor is het om te smelten en opnieuw te vormen.
-
periodiek systeem
De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af.
-
oplosmiddel
Een vloeistof waarin een andere stof oplost, zoals wasbenzine voor vet. Dat is een andere aanpak dan zeep.
-
halveringstijd
De tijd waarin de helft van de radioactieve kernen vervalt. Elke halveringstijd haalt er weer de helft af, niet een vast stuk.
-
smelttraject
Het gebied tussen de temperatuur waarbij een mengsel begint te smelten en waarbij het helemaal vloeibaar is. Een zuivere stof heeft dat niet.
-
destilleren
Een mengsel scheiden op kookpunt, door te verdampen en de damp weer op te vangen. Zo wordt aardolie in fracties gesplitst.
-
indicator
Een stof die van kleur verandert bij een bepaalde pH. Daarmee zie je of iets zuur of basisch is.
-
onvolledige verbranding
Een verbranding met te weinig zuurstof. Dan ontstaat er ook roet en koolstofmono-oxide.
-
emulsie
Een mengsel van vet en water dat niet uit elkaar valt, zoals een crème of melk.
-
zandfilter
Een laag zand waar water doorheen gaat, zodat de kleine zwevende deeltjes achterblijven.
-
suspensie
Een mengsel waarin vaste deeltjes zweven die je nog kunt zien, zoals modderwater. Met filtreren haal je ze eruit.
-
reactieproduct
Een stof die bij een reactie ontstaat. Die staat rechts van de pijl in de reactievergelijking.
-
dichtheid
De massa van een stof per eenheid volume, bijvoorbeeld in gram per kubieke centimeter. Het is een stofeigenschap, dus onafhankelijk van hoe groot je stuk is.
-
monomeer
Het kleine molecuul waaruit een polymeer wordt opgebouwd.
-
behoud van massa
Bij een chemische reactie is de massa van de beginstoffen samen gelijk aan die van de reactieproducten samen. Er verdwijnt niets, het ziet er alleen anders uit.
-
edel metaal
Een metaal dat niet met zuurstof reageert, zoals goud. Het komt in de natuur als zuiver metaal voor.
-
conclusie
Het deel van een verslag dat zegt wat je metingen betekenen en of je antwoord geeft op de onderzoeksvraag. De getallen zelf horen bij de resultaten.
-
zure oplossing
Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7.
-
zoet water
Water met weinig opgelost zout, zoals in een rivier of een meer. Toch nog niet zomaar drinkbaar.
-
ontzilting
Het zout uit zeewater halen, zodat je er drinkwater van kunt maken. Dat kost veel energie.
-
brandstof
Een stof die kan verbranden, zoals hout, aardgas of benzine. Zonder brandstof is er geen vuur.
-
legering
Een mengsel van metalen, zoals brons, messing of staal. Een legering heeft vaak betere eigenschappen dan het metaal alleen.
-
hard water
Water met veel opgeloste kalk erin. Daar heb je meer wasmiddel voor nodig en je krijgt er eerder aanslag van.
-
koolstofmono-oxide
Een gas dat ontstaat bij een onvolledige verbranding. Je ruikt en ziet het niet en het is giftig.
-
pH
Het getal dat zegt hoe zuur of hoe basisch een oplossing is. Onder 7 is zuur, 7 is neutraal en boven 7 is basisch.
-
thermoharder
Een plastic dat hard blijft bij verwarmen en eerder verbrandt dan smelt. Dat is dus niet om te smelten.
-
edelgas
Een element uit de laatste kolom van het periodiek systeem. Die reageren bijna nergens mee.
-
neutralisatie
De reactie van een zuur met een base, waarbij water en een zout ontstaan. Er komt warmte bij vrij.
-
erts
Gesteente waarin een metaal aan andere stoffen gebonden zit. Met een reactie haal je het metaal eruit.
-
grondwater
Water dat in de bodem is gezakt en daarbij door zand en grind is gegaan. Daardoor is het vrij schoon.
-
zuur
Een stof die in water waterstofionen afgeeft, zoals zoutzuur of zwavelzuur.
-
rendement
Hoeveel je in de praktijk overhoudt van wat er in theorie mogelijk was, in procenten. Een deel reageert niet of blijft achter in de installatie.
-
base
Een stof die in water hydroxide-ionen afgeeft, zoals natronloog of ammonia.
-
onedel metaal
Een metaal dat met zuurstof reageert. In de grond zit het daarom vast in een erts en niet als zuiver metaal.
-
werkwijze
Het deel van een verslag waarin staat wat je precies hebt gedaan. Zo opgeschreven dat iemand anders de proef kan overdoen.
-
polymerisatie
De reactie waarbij monomeren aan elkaar worden gekoppeld tot een polymeer.
-
leidingwater
Gezuiverd water uit de kraan, veilig om te drinken. Er zitten nog wat opgeloste zouten in.
-
chemische reactie
Een verandering waarbij stoffen verdwijnen en er nieuwe stoffen met andere eigenschappen ontstaan. Smelten en verdampen horen er niet bij.
-
oplossing
Een mengsel waarin een stof zo fijn verdeeld is dat je hem niet meer ziet, zoals zout in water. Filtreren helpt dan niet, indampen wel.
-
fractie
Een stuk uit de destillatietoren dat op ongeveer hetzelfde kookpunt naar buiten komt. Het is nog steeds een mengsel, alleen een smaller.
-
scheidingsmethode
Een manier om de stoffen in een mengsel uit elkaar te halen, zoals filtreren, indampen of destilleren. Er ontstaat geen nieuwe stof.
-
branddriehoek
De drie dingen die een vuur nodig heeft, namelijk brandstof, zuurstof en een temperatuur boven het ontbrandingspunt. Haal er één weg en het vuur gaat uit.
-
molecuul
Twee of meer atomen die aan elkaar vastzitten. Water en zuurstof bestaan uit moleculen.
-
faseovergang
Een verandering tussen vast, vloeibaar en gas. De stof blijft dezelfde, dus het is geen chemische reactie.
-
lakmoes
Een indicator die rood is in zuur en blauw in basisch. Hij zegt welke kant het op is, niet hoeveel.
-
mengsel
Twee of meer stoffen door elkaar. Een mengsel smelt en kookt over een traject en is met een scheidingsmethode te splitsen.
-
atoom
Het kleinste deeltje van een element. Alles om je heen is eruit opgebouwd.
-
actieve kool
Kool met een enorm oppervlak vol poriën. Daaraan blijven smaakstoffen en vuil hangen, zodat het water schoner wordt.
-
gevaarsymbool
Het zwarte plaatje in een ruit met een rode rand op een verpakking. Het zegt in één oogopslag waar je bij die stof op moet letten.
-
moleculaire stof
Een stof die uit moleculen bestaat. Bij de naam hoort een voorvoegsel dat zegt hoeveel atomen er in het molecuul zitten.
-
kraken
Lange moleculen uit aardolie in kortere breken. Dat levert extra benzine op, waar meer vraag naar is.
-
bijtende stof
Een stof die je huid of je ogen aantast. Hij blijft doorwerken zolang hij erop zit, ook als je nog niets voelt.
-
index
Het kleine getal achter een atoomsoort in een formule, dat zegt hoeveel van die atomen in het deeltje zitten. Aan een index mag je nooit sleutelen.
-
ontbrandingspunt
De temperatuur die een stof minstens moet hebben om te gaan branden. Koel je eronder, dan dooft het vuur.
-
ion
Een deeltje met een elektrische lading, positief of negatief. In een zout zitten positieve en negatieve ionen bij elkaar.
-
zout
Een stof die uit ionen bestaat, positieve en negatieve netjes verdeeld in een rooster. De ladingen bepalen de verhouding, dus voorvoegsels gebruik je niet.
-
groep
Een kolom in het periodiek systeem. Elementen in dezelfde kolom lijken in hun gedrag op elkaar.
-
volledige verbranding
Een verbranding met genoeg zuurstof. Bij een brandstof met koolstof en waterstof ontstaan dan koolstofdioxide en water.
-
pH-meter
Een apparaat dat de pH elektrisch meet en een getal met een decimaal geeft. Nauwkeuriger dan een indicator.
-
element
Een stof die uit één soort atoom bestaat, zoals zuurstof of ijzer. Elk element heeft een symbool van één of twee letters.
-
broeikaseffect
Het vasthouden van warmte door gassen in de lucht, vooral koolstofdioxide. Meer van die gassen betekent een warmere aarde.
-
eindpunt
Het moment in een titratie waarop de indicator omslaat. Dat is het sein om te stoppen met druppelen.
-
zeewater
Water met veel opgelost zout erin. Pas na ontzilting kun je het drinken.
-
titratie
Een meting waarbij je druppelsgewijs een oplossing met bekende sterkte toevoegt, tot de reactie precies klaar is. Daarmee bereken je de onbekende sterkte.
-
fenolftaleïne
Een indicator die kleurloos is in zuur en roze in basisch. Handig bij een titratie van een zuur met een sterke base.
-
exotherm
Een reactie waarbij warmte vrijkomt, zoals een verbranding. De omgeving wordt warmer.
-
stofeigenschap
Een eigenschap die bij de stof zelf hoort en niet bij het stuk dat je vasthebt, zoals kookpunt, dichtheid en kleur.
-
wasmiddel
Een stof met moleculen die aan één kant van water houden en aan de andere kant van vet. Zo neemt water het vet alsnog mee.
-
grondstof
Een stof waar je iets anders van maakt. Korte moleculen uit aardolie zijn de grondstof voor plastic, verf en kleding.
-
reactievergelijking
De schrijfwijze van een reactie, met de beginstoffen links en de reactieproducten rechts. Hij klopt pas als er voor en na de pijl evenveel atomen van elke soort staan.
-
coëfficiënt
Het grote getal vóór een formule, dat zegt hoeveel deeltjes er meedoen. Daarmee maak je een reactievergelijking kloppend.
-
basische oplossing
Een oplossing met veel hydroxide-ionen erin. De pH is hoger dan 7.
-
universeelindicator
Een mengsel van indicatoren dat per pH een andere kleur geeft. Daarmee schat je de pH op ongeveer een hele eenheid.
-
brak water
Water waar zoet en zout water zich mengen, bijvoorbeeld waar een rivier in zee stroomt.
-
polymeer
Een heel lang molecuul dat is opgebouwd uit duizenden kleine, gelijke stukjes. Plastic bestaat eruit.
-
oppervlaktewater
Water uit een rivier of een meer. Dat is viezer dan grondwater en moet dus verder gezuiverd worden.
-
zuivere stof
Een stof die uit één soort deeltje bestaat. Die heeft een vast smeltpunt en een vast kookpunt, dus geen traject.