Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

10 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. periodiek systeem

    De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af.

    Naar de les over Het periodiek systeem lezen

  2. polymeer

    Een heel lang molecuul dat is opgebouwd uit duizenden kleine, gelijke stukjes. Plastic bestaat eruit.

    Naar de les over Van klein molecuul naar plastic

  3. zout

    Een stof die uit ionen bestaat, positieve en negatieve netjes verdeeld in een rooster. De ladingen bepalen de verhouding, dus voorvoegsels gebruik je niet.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

  4. hard water

    Water met veel opgeloste kalk erin. Daar heb je meer wasmiddel voor nodig en je krijgt er eerder aanslag van.

    Naar de les over Van bron tot kraan

  5. brandstof

    Een stof die kan verbranden, zoals hout, aardgas of benzine. Zonder brandstof is er geen vuur.

    Naar de les over Verbranden en blussen

  6. leidingwater

    Gezuiverd water uit de kraan, veilig om te drinken. Er zitten nog wat opgeloste zouten in.

    Naar de les over Welk water is het

  7. groep

    Een kolom in het periodiek systeem. Elementen in dezelfde kolom lijken in hun gedrag op elkaar.

    Naar de les over Het periodiek systeem lezen

  8. conclusie

    Het deel van een verslag dat zegt wat je metingen betekenen en of je antwoord geeft op de onderzoeksvraag. De getallen zelf horen bij de resultaten.

    Naar de les over Verslag doen van een onderzoek

  9. brak water

    Water waar zoet en zout water zich mengen, bijvoorbeeld waar een rivier in zee stroomt.

    Naar de les over Welk water is het

  10. zure oplossing

    Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7.

    Naar de les over Zuur, neutraal of basisch

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 80 begrippen.

4 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
3 onderwerpen
3 onderwerpen
Begin opnieuw