Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
dichtheid
De massa van een stof per eenheid volume, bijvoorbeeld in gram per kubieke centimeter. Het is een stofeigenschap, dus onafhankelijk van hoe groot je stuk is.
-
periodiek systeem
De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af.
-
eindpunt
Het moment in een titratie waarop de indicator omslaat. Dat is het sein om te stoppen met druppelen.
-
pH-meter
Een apparaat dat de pH elektrisch meet en een getal met een decimaal geeft. Nauwkeuriger dan een indicator.
-
groep
Een kolom in het periodiek systeem. Elementen in dezelfde kolom lijken in hun gedrag op elkaar.
-
legering
Een mengsel van metalen, zoals brons, messing of staal. Een legering heeft vaak betere eigenschappen dan het metaal alleen.
-
thermoharder
Een plastic dat hard blijft bij verwarmen en eerder verbrandt dan smelt. Dat is dus niet om te smelten.
-
edelgas
Een element uit de laatste kolom van het periodiek systeem. Die reageren bijna nergens mee.
-
endotherm
Een reactie waarbij juist warmte nodig is. De omgeving wordt kouder of je moet blijven verwarmen.
-
scheidingsmethode
Een manier om de stoffen in een mengsel uit elkaar te halen, zoals filtreren, indampen of destilleren. Er ontstaat geen nieuwe stof.
-
grondwater
Water dat in de bodem is gezakt en daarbij door zand en grind is gegaan. Daardoor is het vrij schoon.
-
grondstof
Een stof waar je iets anders van maakt. Korte moleculen uit aardolie zijn de grondstof voor plastic, verf en kleding.
-
faseovergang
Een verandering tussen vast, vloeibaar en gas. De stof blijft dezelfde, dus het is geen chemische reactie.
-
brak water
Water waar zoet en zout water zich mengen, bijvoorbeeld waar een rivier in zee stroomt.
-
zure oplossing
Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7.
-
universeelindicator
Een mengsel van indicatoren dat per pH een andere kleur geeft. Daarmee schat je de pH op ongeveer een hele eenheid.
-
molecuul
Twee of meer atomen die aan elkaar vastzitten. Water en zuurstof bestaan uit moleculen.
-
monomeer
Het kleine molecuul waaruit een polymeer wordt opgebouwd.
-
index
Het kleine getal achter een atoomsoort in een formule, dat zegt hoeveel van die atomen in het deeltje zitten. Aan een index mag je nooit sleutelen.
-
oppervlaktewater
Water uit een rivier of een meer. Dat is viezer dan grondwater en moet dus verder gezuiverd worden.