Naar de inhoud
Inloggen

Nask2 mavo

Begrippenlijst

mavo

80 begrippen die je bij Nask2 op mavo moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.

Overhoor jezelf op deze begrippen

A 2

actieve kool NASK2/K/4b
Kool met een enorm oppervlak vol poriën. Daaraan blijven smaakstoffen en vuil hangen, zodat het water schoner wordt. Naar de les
atoom NASK2/K/11a
Het kleinste deeltje van een element. Alles om je heen is eruit opgebouwd. Naar de les

B 8

base NASK2/K/7b
Een stof die in water hydroxide-ionen afgeeft, zoals natronloog of ammonia. Naar de les
basische oplossing NASK2/K/7b
Een oplossing met veel hydroxide-ionen erin. De pH is hoger dan 7. Naar de les
behoud van massa NASK2/V/1b
Bij een chemische reactie is de massa van de beginstoffen samen gelijk aan die van de reactieproducten samen. Er verdwijnt niets, het ziet er alleen anders uit. Naar de les
bijtende stof NASK2/K/4a
Een stof die je huid of je ogen aantast. Hij blijft doorwerken zolang hij erop zit, ook als je nog niets voelt. Naar de les
brak water NASK2/K/7a
Water waar zoet en zout water zich mengen, bijvoorbeeld waar een rivier in zee stroomt. Naar de les
branddriehoek NASK2/K/5a
De drie dingen die een vuur nodig heeft, namelijk brandstof, zuurstof en een temperatuur boven het ontbrandingspunt. Haal er één weg en het vuur gaat uit. Naar de les
brandstof NASK2/K/5a
Een stof die kan verbranden, zoals hout, aardgas of benzine. Zonder brandstof is er geen vuur. Naar de les
broeikaseffect NASK2/K/5b
Het vasthouden van warmte door gassen in de lucht, vooral koolstofdioxide. Meer van die gassen betekent een warmere aarde. Naar de les

C 3

chemische reactie NASK2/K/10c
Een verandering waarbij stoffen verdwijnen en er nieuwe stoffen met andere eigenschappen ontstaan. Smelten en verdampen horen er niet bij. Naar de les
coëfficiënt NASK2/K/10c
Het grote getal vóór een formule, dat zegt hoeveel deeltjes er meedoen. Daarmee maak je een reactievergelijking kloppend. Naar de les
conclusie NASK2/V/1a
Het deel van een verslag dat zegt wat je metingen betekenen en of je antwoord geeft op de onderzoeksvraag. De getallen zelf horen bij de resultaten. Naar de les

D 3

demiwater NASK2/K/7a
Water waar ook de opgeloste zouten uit zijn gehaald. Het wordt gebruikt waar aanslag een probleem is. Naar de les
destilleren NASK2/K/5c
Een mengsel scheiden op kookpunt, door te verdampen en de damp weer op te vangen. Zo wordt aardolie in fracties gesplitst. Naar de les
dichtheid NASK2/K/10a
De massa van een stof per eenheid volume, bijvoorbeeld in gram per kubieke centimeter. Het is een stofeigenschap, dus onafhankelijk van hoe groot je stuk is. Naar de les

E 8

edel metaal NASK2/K/9a
Een metaal dat niet met zuurstof reageert, zoals goud. Het komt in de natuur als zuiver metaal voor. Naar de les
edelgas NASK2/K/11b
Een element uit de laatste kolom van het periodiek systeem. Die reageren bijna nergens mee. Naar de les
eindpunt NASK2/V/2b
Het moment in een titratie waarop de indicator omslaat. Dat is het sein om te stoppen met druppelen. Naar de les
element NASK2/K/11b
Een stof die uit één soort atoom bestaat, zoals zuurstof of ijzer. Elk element heeft een symbool van één of twee letters. Naar de les
emulsie NASK2/K/8
Een mengsel van vet en water dat niet uit elkaar valt, zoals een crème of melk. Naar de les
endotherm NASK2/K/10c
Een reactie waarbij juist warmte nodig is. De omgeving wordt kouder of je moet blijven verwarmen. Naar de les
erts NASK2/K/9a
Gesteente waarin een metaal aan andere stoffen gebonden zit. Met een reactie haal je het metaal eruit. Naar de les
exotherm NASK2/K/10c
Een reactie waarbij warmte vrijkomt, zoals een verbranding. De omgeving wordt warmer. Naar de les

F 3

faseovergang NASK2/K/10c
Een verandering tussen vast, vloeibaar en gas. De stof blijft dezelfde, dus het is geen chemische reactie. Naar de les
fenolftaleïne NASK2/V/2b
Een indicator die kleurloos is in zuur en roze in basisch. Handig bij een titratie van een zuur met een sterke base. Naar de les
fractie NASK2/K/5c
Een stuk uit de destillatietoren dat op ongeveer hetzelfde kookpunt naar buiten komt. Het is nog steeds een mengsel, alleen een smaller. Naar de les

G 4

gevaarsymbool NASK2/K/4a
Het zwarte plaatje in een ruit met een rode rand op een verpakking. Het zegt in één oogopslag waar je bij die stof op moet letten. Naar de les
groep NASK2/K/11b
Een kolom in het periodiek systeem. Elementen in dezelfde kolom lijken in hun gedrag op elkaar. Naar de les
grondstof NASK2/K/5c
Een stof waar je iets anders van maakt. Korte moleculen uit aardolie zijn de grondstof voor plastic, verf en kleding. Naar de les
grondwater NASK2/K/4b
Water dat in de bodem is gezakt en daarbij door zand en grind is gegaan. Daardoor is het vrij schoon. Naar de les

H 2

halveringstijd NASK2/K/6
De tijd waarin de helft van de radioactieve kernen vervalt. Elke halveringstijd haalt er weer de helft af, niet een vast stuk. Naar de les
hard water NASK2/K/4b
Water met veel opgeloste kalk erin. Daar heb je meer wasmiddel voor nodig en je krijgt er eerder aanslag van. Naar de les

I 3

index NASK2/K/10c
Het kleine getal achter een atoomsoort in een formule, dat zegt hoeveel van die atomen in het deeltje zitten. Aan een index mag je nooit sleutelen. Naar de les
indicator NASK2/K/7c
Een stof die van kleur verandert bij een bepaalde pH. Daarmee zie je of iets zuur of basisch is. Naar de les
ion NASK2/K/11a
Een deeltje met een elektrische lading, positief of negatief. In een zout zitten positieve en negatieve ionen bij elkaar. Naar de les

K 2

koolstofmono-oxide NASK2/K/5a
Een gas dat ontstaat bij een onvolledige verbranding. Je ruikt en ziet het niet en het is giftig. Naar de les
kraken NASK2/K/5c
Lange moleculen uit aardolie in kortere breken. Dat levert extra benzine op, waar meer vraag naar is. Naar de les

L 3

lakmoes NASK2/K/7c
Een indicator die rood is in zuur en blauw in basisch. Hij zegt welke kant het op is, niet hoeveel. Naar de les
legering NASK2/K/9a
Een mengsel van metalen, zoals brons, messing of staal. Een legering heeft vaak betere eigenschappen dan het metaal alleen. Naar de les
leidingwater NASK2/K/7a
Gezuiverd water uit de kraan, veilig om te drinken. Er zitten nog wat opgeloste zouten in. Naar de les

M 4

mengsel NASK2/K/10b
Twee of meer stoffen door elkaar. Een mengsel smelt en kookt over een traject en is met een scheidingsmethode te splitsen. Naar de les
moleculaire stof NASK2/K/11a
Een stof die uit moleculen bestaat. Bij de naam hoort een voorvoegsel dat zegt hoeveel atomen er in het molecuul zitten. Naar de les
molecuul NASK2/K/11a
Twee of meer atomen die aan elkaar vastzitten. Water en zuurstof bestaan uit moleculen. Naar de les
monomeer NASK2/K/9b
Het kleine molecuul waaruit een polymeer wordt opgebouwd. Naar de les

N 1

neutralisatie NASK2/K/7b
De reactie van een zuur met een base, waarbij water en een zout ontstaan. Er komt warmte bij vrij. Naar de les

O 7

onedel metaal NASK2/K/9a
Een metaal dat met zuurstof reageert. In de grond zit het daarom vast in een erts en niet als zuiver metaal. Naar de les
ontbrandingspunt NASK2/K/5a
De temperatuur die een stof minstens moet hebben om te gaan branden. Koel je eronder, dan dooft het vuur. Naar de les
ontzilting NASK2/K/7a
Het zout uit zeewater halen, zodat je er drinkwater van kunt maken. Dat kost veel energie. Naar de les
onvolledige verbranding NASK2/K/5a
Een verbranding met te weinig zuurstof. Dan ontstaat er ook roet en koolstofmono-oxide. Naar de les
oplosmiddel NASK2/K/8
Een vloeistof waarin een andere stof oplost, zoals wasbenzine voor vet. Dat is een andere aanpak dan zeep. Naar de les
oplossing NASK2/K/10b
Een mengsel waarin een stof zo fijn verdeeld is dat je hem niet meer ziet, zoals zout in water. Filtreren helpt dan niet, indampen wel. Naar de les
oppervlaktewater NASK2/K/4b
Water uit een rivier of een meer. Dat is viezer dan grondwater en moet dus verder gezuiverd worden. Naar de les

P 6

periode NASK2/K/11b
Een rij in het periodiek systeem. Naar de les
periodiek systeem NASK2/K/11b
De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af. Naar de les
pH NASK2/K/7b
Het getal dat zegt hoe zuur of hoe basisch een oplossing is. Onder 7 is zuur, 7 is neutraal en boven 7 is basisch. Naar de les
pH-meter NASK2/K/7c
Een apparaat dat de pH elektrisch meet en een getal met een decimaal geeft. Nauwkeuriger dan een indicator. Naar de les
polymeer NASK2/K/9b
Een heel lang molecuul dat is opgebouwd uit duizenden kleine, gelijke stukjes. Plastic bestaat eruit. Naar de les
polymerisatie NASK2/K/9b
De reactie waarbij monomeren aan elkaar worden gekoppeld tot een polymeer. Naar de les

R 3

reactieproduct NASK2/K/11a
Een stof die bij een reactie ontstaat. Die staat rechts van de pijl in de reactievergelijking. Naar de les
reactievergelijking NASK2/K/10c
De schrijfwijze van een reactie, met de beginstoffen links en de reactieproducten rechts. Hij klopt pas als er voor en na de pijl evenveel atomen van elke soort staan. Naar de les
rendement NASK2/V/1b
Hoeveel je in de praktijk overhoudt van wat er in theorie mogelijk was, in procenten. Een deel reageert niet of blijft achter in de installatie. Naar de les

S 4

scheidingsmethode NASK2/K/5c
Een manier om de stoffen in een mengsel uit elkaar te halen, zoals filtreren, indampen of destilleren. Er ontstaat geen nieuwe stof. Naar de les
smelttraject NASK2/K/10b
Het gebied tussen de temperatuur waarbij een mengsel begint te smelten en waarbij het helemaal vloeibaar is. Een zuivere stof heeft dat niet. Naar de les
stofeigenschap NASK2/K/10a
Een eigenschap die bij de stof zelf hoort en niet bij het stuk dat je vasthebt, zoals kookpunt, dichtheid en kleur. Naar de les
suspensie NASK2/K/10b
Een mengsel waarin vaste deeltjes zweven die je nog kunt zien, zoals modderwater. Met filtreren haal je ze eruit. Naar de les

T 3

thermoharder NASK2/K/9b
Een plastic dat hard blijft bij verwarmen en eerder verbrandt dan smelt. Dat is dus niet om te smelten. Naar de les
thermoplast NASK2/K/9b
Een plastic dat zacht wordt als je het verwarmt. Daardoor is het om te smelten en opnieuw te vormen. Naar de les
titratie NASK2/V/2b
Een meting waarbij je druppelsgewijs een oplossing met bekende sterkte toevoegt, tot de reactie precies klaar is. Daarmee bereken je de onbekende sterkte. Naar de les

U 1

universeelindicator NASK2/K/7c
Een mengsel van indicatoren dat per pH een andere kleur geeft. Daarmee schat je de pH op ongeveer een hele eenheid. Naar de les

V 1

volledige verbranding NASK2/K/5b
Een verbranding met genoeg zuurstof. Bij een brandstof met koolstof en waterstof ontstaan dan koolstofdioxide en water. Naar de les

W 2

wasmiddel NASK2/K/8
Een stof met moleculen die aan één kant van water houden en aan de andere kant van vet. Zo neemt water het vet alsnog mee. Naar de les
werkwijze NASK2/V/1a
Het deel van een verslag waarin staat wat je precies hebt gedaan. Zo opgeschreven dat iemand anders de proef kan overdoen. Naar de les

Z 7

zandfilter NASK2/K/4b
Een laag zand waar water doorheen gaat, zodat de kleine zwevende deeltjes achterblijven. Naar de les
zeewater NASK2/K/7a
Water met veel opgelost zout erin. Pas na ontzilting kun je het drinken. Naar de les
zoet water NASK2/K/7a
Water met weinig opgelost zout, zoals in een rivier of een meer. Toch nog niet zomaar drinkbaar. Naar de les
zout NASK2/K/11a
Een stof die uit ionen bestaat, positieve en negatieve netjes verdeeld in een rooster. De ladingen bepalen de verhouding, dus voorvoegsels gebruik je niet. Naar de les
zuivere stof NASK2/K/10b
Een stof die uit één soort deeltje bestaat. Die heeft een vast smeltpunt en een vast kookpunt, dus geen traject. Naar de les
zure oplossing NASK2/K/7b
Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7. Naar de les
zuur NASK2/K/7b
Een stof die in water waterstofionen afgeeft, zoals zoutzuur of zwavelzuur. Naar de les

Alle onderwerpen