Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
96 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
jaartelling
De afspraak vanaf welk jaar je telt. Onze westers-christelijke jaartelling is er een van, en andere culturen gebruiken een ander beginpunt.
-
loonafhankelijkheid
De situatie waarin loon de enige bron van bestaan is, zonder grond of gereedschap om op terug te vallen.
-
thema
Een onderwerp dat je door de tijdvakken heen onderzoekt, zoals de positie van een groep of de rol van een instelling.
-
grijze zone
Het gebied tussen volledig meewerken en gewapend verzet, waarin aanpassen, wegkijken, traineren en helpen vallen.
-
Middeleeuwen
De periode van ongeveer 500 tot 1500, tijdvak 3 en 4. De naam is later in Europa bedacht en past op de Europese geschiedenis.
-
humanisme
Een denkrichting binnen de renaissance die de mens en zijn mogelijkheden centraal stelt en klassieke teksten opnieuw bestudeert.
-
interpretatie
De samenhangende uitleg die een historicus aan bronnen geeft. Twee historici met dezelfde bronnen komen tot een andere interpretatie door hun vraag, selectie en waardepatroon.
-
periodisering
Het indelen van de geschiedenis in perioden. Die indeling is achteraf gemaakt en daarmee altijd een keuze.
-
stedelijke burgerij
De groep stadsbewoners die niet bij de adel of de geestelijkheid hoort en haar positie ontleent aan handel en ambacht.
-
overzeese expansie
Het uitvaren van Europese landen naar andere werelddelen, waarmee de basis voor koloniale rijken wordt gelegd.
-
plantagekolonie
Een kolonie die draait op grootschalige landbouw voor de export, met dwangarbeid en slavernij als arbeidsvorm.
-
wetenschappelijke revolutie
De verschuiving van gezag van oude teksten naar waarneming en experiment als bron van kennis.
-
Oudheid
De periode van Griekenland en Rome, in deze indeling tijdvak 2.
-
propaganda
Het gericht verspreiden van boodschappen om meningen en gedrag te sturen, op grote schaal mogelijk door radio, film en massabijeenkomsten.
-
Europese eenwording
De samenwerking tussen Europese landen die begon als economische samenwerking en uitgroeide tot een politieke unie.
-
collaboratie
Het samenwerken met de bezetter, van meegaan in de uitvoering van maatregelen tot actieve steun.
-
pluriforme samenleving
Een samenleving waarin verschillende groepen met eigen opvattingen en gewoonten naast elkaar leven.
-
dekolonisatie
Het proces waarin kolonien onafhankelijke staten worden en de westerse hegemonie in de wereld eindigt.
-
onbedoeld gevolg
Een uitkomst die niemand beoogde, soms het tegenovergestelde van wat een maatregel wilde bereiken.
-
centralisatie
Het samenbrengen van bestuur en macht bij een centraal gezag, in plaats van verspreid over lokale heren.
-
socialisme
De stroming die wil dat de overheid ingrijpt om de positie van arbeiders te verbeteren.
-
renaissance
De beweging die de mens centraal stelt en terugkijkt naar de klassieke Oudheid, met een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
-
aanleiding
De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt.
-
algemeen kiesrecht
Het recht van alle volwassen burgers om te stemmen, in Nederland in stappen bereikt na politieke strijd.
-
horigheid
De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.
-
soevereiniteit
Het hoogste gezag over een gebied. Formele soevereiniteit valt niet vanzelf samen met economische zelfstandigheid.
-
ministeriele verantwoordelijkheid
De regel dat ministers verantwoording afleggen aan het parlement en niet de vorst.
-
crisis van het wereldkapitalisme
De wereldwijde economische instorting met massale werkloosheid die het vertrouwen in bestaande partijen ondermijnde.
-
representativiteit
De vraag of een bron geldt voor een hele groep of alleen voor de maker. Een dagboek zegt iets over een persoon, niet vanzelf over iedereen.
-
staatsvorming
Het proces waarin een vorst vaste belastingen, eigen ambtenaren en eigen recht in handen krijgt.
-
grondrecht
Een recht van burgers dat in een grondwet is vastgelegd en dat de macht van de overheid begrenst.
-
liberalisme
De stroming die vrijheid van het individu centraal stelt en een terughoudende overheid wil.
-
absolutisme
Het streven van een vorst naar onbeperkte macht, zonder standen of parlement die hem tegenhouden.
-
conjunctuur
De laag van economische op- en neergang die over decennia schuift, tussen snelle gebeurtenissen en trage structuren in.
-
Moderne Tijd
De periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.
-
regent
Een lid van de bestuurlijke bovenlaag in de Nederlandse Republiek, die zijn positie ontleende aan stedelijke ambten en niet aan adel.
-
verzet
Handelen tegen de bezetter, van illegale bladen en valse papieren tot onderduik en gewapende actie.
-
stadstaat
Een stad die tegelijk een zelfstandige staat is, zoals in het Griekenland van de Oudheid.
-
feodale verhoudingen
Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.
-
secundaire bron
Een bron die later over die tijd is gemaakt, bijvoorbeeld een boek van een historicus.
-
confessionalisme
De stroming die het geloof als grondslag voor politiek handelen neemt en zich organiseert in eigen partijen en verenigingen.
-
breukpunt
Een moment waarop tijdgenoten zelf merkten dat de situatie wezenlijk veranderde, in tegenstelling tot een jaartal dat wij achteraf handig vinden.
-
klassieke vormentaal
De manier van bouwen en beeldhouwen uit de Grieks-Romeinse wereld, met zuilen en vaste verhoudingen, die in Europa steeds opnieuw is nagevolgd.
-
genocide
Het stelselmatig vernietigen van een bevolkingsgroep om wie zij is. In dit tijdvak gaat het in het bijzonder om de vervolging van de joden.
-
fascisme
De ideologie die natie en leider centraal stelt, tegenstanders uitschakelt en de samenleving van bovenaf ordent.
-
verantwoording
Het deel van een onderzoek waarin je vertelt welke bronnen je gebruikte, wat je liet liggen en waarom.
-
democratisering
Het proces waarin steeds meer mannen en vrouwen gaan deelnemen aan het politieke proces.
-
waardepatroon
Het geheel van wat een groep normaal, wenselijk of verwerpelijk vindt. Verschillen in oordeel komen vaak hieruit voort.
-
Prehistorie
De tijd waaruit geen geschreven bronnen bestaan, in deze indeling tijdvak 1.
-
wereldeconomie
Een economie waarin werelddelen met elkaar verbonden zijn door handel, kapitaal en dwangarbeid.
-
verlicht absolutisme
Bestuur waarin een vorst verlichte hervormingen doorvoert maar de macht zelf volledig behoudt.
-
leen
Grond of een recht dat een heer aan een vazal geeft in ruil voor trouw en dienst.
-
indirect bestuur
Koloniaal bestuur via bestaande elites en instellingen. Goedkoop, maar het houdt structuren in stand die verzet mogelijk maken.
-
industriele revolutie
De overgang naar productie met machines in fabrieken, die de basis legde voor een industriele samenleving.
-
primaire bron
Een bron die uit de tijd zelf komt, gemaakt door iemand die erbij was.
-
eeuw
Een periode van honderd jaar. Het eeuwnummer is het aantal volle honderdtallen plus een, behalve bij een rond honderdtal.
-
bezetting
De situatie waarin een vreemde mogendheid het gezag in een land uitoefent, zoals Duitsland in Nederland deed.
-
feminisme
De beweging die gelijke rechten voor vrouwen eist, te beginnen bij onderwijs, arbeid en kiesrecht.
-
voedseloverschot
Meer voedsel dan de producenten zelf nodig hebben. Dat maakt beroepen buiten de landbouw mogelijk.
-
nationalisme
De stroming die de eigen natie centraal stelt. Zij kan mensen verbinden en tegelijk anderen uitsluiten.
-
landbouwsamenleving
Een samenleving waarin mensen op een plek blijven en voedsel verbouwen, waardoor een overschot en bezit ontstaan.
-
Verlichting
De beweging die rede en kritiek toepaste op godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
-
handelskapitalisme
Een economie waarin winst uit handel over lange afstand wordt herbelegd, met compagnieen die wereldwijd opereren.
-
hofstelsel
De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.
-
ancien regime
De oude orde van vorst, adel en geestelijkheid met hun voorrechten, zoals die voor de revoluties bestond.
-
sociale kwestie
De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden.
-
zelfvoorzienend
Een economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.
-
continuiteit
Wat er ondanks veranderingen hetzelfde blijft. Een goed antwoord over verandering noemt die continuiteit erbij.
-
natuurlijke rechten
Rechten die volgens verlichte denkers aan ieder mens toekomen en niet door een vorst worden verleend.
-
massaorganisatie
Het organiseren van grote groepen mensen in verenigingen en bewegingen die aan een partij of staat verbonden zijn.
-
monopolie
Het alleenrecht op een handel of markt. Compagnieen kregen dat van de overheid, samen met het recht geweld te gebruiken.
-
grondwet
De wet die de inrichting van de staat en de rechten van burgers vastlegt en boven andere wetten staat.
-
lange lijn
Een ontwikkeling die je door meerdere tijdvakken heen volgt, met per tijdvak een situatie en daartussen een verband.
-
modern imperialisme
De vorm van koloniale overheersing die samenhing met de industrialisatie en gericht was op grondstoffen, afzetmarkten en prestige.
-
emancipatiebeweging
Een beweging die gelijke rechten eist voor een groep die achtergesteld is.
-
wapenwedloop
Het over en weer uitbreiden van bewapening, waarbij elke kant reageert op wat de ander doet.
-
imperium
Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.
-
primaat
De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.
-
standplaatsgebondenheid
Dat iemand oordeelt vanuit de tijd, plaats en positie waarin hij staat. Dat geldt voor mensen uit het verleden en net zo goed voor jou.
-
structuur
Een diepe laag zoals bevolkingsopbouw, landschap of techniek die over eeuwen verandert en veel continuiteit draagt.
-
Vroegmoderne Tijd
De periode van 1500 tot 1800, tijdvak 5 tot en met 7.
-
rechtsstaat
Een staat die de macht aan regels bindt en rechten van burgers beschermt, met onafhankelijke rechters.
-
anachronisme
Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden.
-
kenmerkend aspect
Een eigenschap die typisch is voor een tijdvak. Bij elk aspect hoort een voorbeeld en een uitleg waarom dat voorbeeld erbij past.
-
betrouwbaarheid
De vraag voor welk doel je de inhoud van een bron kunt gebruiken. Een bron is niet betrouwbaar of onbetrouwbaar maar bruikbaar voor een bepaalde vraag.
-
communisme
De ideologie die de productiemiddelen in gemeenschappelijke handen wil brengen en in de praktijk een totalitaire partijstaat opleverde.
-
parlementaire democratie
Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen.
-
Koude Oorlog
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken met een wapenwedloop en de dreiging van een atoomoorlog.
-
abolitionisme
De beweging die de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij nastreefde.
-
totalitair
Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin.
-
structurele oorzaak
Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past.
-
tijdvak
Een van de tien perioden waarin het examenprogramma de geschiedenis indeelt, elk met een naam, een tijdsgrens en kenmerkende aspecten.
-
monotheisme
Het geloof in een enkele god. Jodendom en christendom zijn in dit tijdvak de eerste godsdiensten met die opzet.
-
verzuiling
De organisatie van de samenleving in zuilen met eigen partijen, scholen, kranten en verenigingen op grond van geloof of levensbeschouwing.
-
jagers-verzamelaars
Mensen die rondtrekken met de seizoenen mee en leven van jagen en verzamelen, in kleine groepen met weinig bezit.
-
reformatie
De beweging die begon als kritiek op de kerk en leidde tot een blijvende splitsing tussen katholiek en protestant in West-Europa.