Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

96 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. jaartelling

    De afspraak vanaf welk jaar je telt. Onze westers-christelijke jaartelling is er een van, en andere culturen gebruiken een ander beginpunt.

    Naar de les over Chronologie en periodisering

  2. loonafhankelijkheid

    De situatie waarin loon de enige bron van bestaan is, zonder grond of gereedschap om op terug te vallen.

    Naar de les over Industrialisatie en de sociale kwestie

  3. thema

    Een onderwerp dat je door de tijdvakken heen onderzoekt, zoals de positie van een groep of de rol van een instelling.

    Naar de les over Lange lijnen door de tijdvakken

  4. grijze zone

    Het gebied tussen volledig meewerken en gewapend verzet, waarin aanpassen, wegkijken, traineren en helpen vallen.

    Naar de les over Genocide, bezetting en verzet

  5. Middeleeuwen

    De periode van ongeveer 500 tot 1500, tijdvak 3 en 4. De naam is later in Europa bedacht en past op de Europese geschiedenis.

    Naar de les over De grenzen van een westerse indeling

  6. humanisme

    Een denkrichting binnen de renaissance die de mens en zijn mogelijkheden centraal stelt en klassieke teksten opnieuw bestudeert.

    Naar de les over Expansie en een nieuw wereldbeeld

  7. interpretatie

    De samenhangende uitleg die een historicus aan bronnen geeft. Twee historici met dezelfde bronnen komen tot een andere interpretatie door hun vraag, selectie en waardepatroon.

    Naar de les over Standplaats en interpretatie

  8. periodisering

    Het indelen van de geschiedenis in perioden. Die indeling is achteraf gemaakt en daarmee altijd een keuze.

    Naar de les over Chronologie en periodisering

  9. stedelijke burgerij

    De groep stadsbewoners die niet bij de adel of de geestelijkheid hoort en haar positie ontleent aan handel en ambacht.

    Naar de les over Steden, staten en de strijd om gezag

  10. overzeese expansie

    Het uitvaren van Europese landen naar andere werelddelen, waarmee de basis voor koloniale rijken wordt gelegd.

    Naar de les over Expansie en een nieuw wereldbeeld

  11. plantagekolonie

    Een kolonie die draait op grootschalige landbouw voor de export, met dwangarbeid en slavernij als arbeidsvorm.

    Naar de les over Slavernij, abolitionisme en revolutie

  12. wetenschappelijke revolutie

    De verschuiving van gezag van oude teksten naar waarneming en experiment als bron van kennis.

    Naar de les over Handelskapitalisme en de wereldeconomie

  13. Oudheid

    De periode van Griekenland en Rome, in deze indeling tijdvak 2.

    Naar de les over De grenzen van een westerse indeling

  14. propaganda

    Het gericht verspreiden van boodschappen om meningen en gedrag te sturen, op grote schaal mogelijk door radio, film en massabijeenkomsten.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  15. Europese eenwording

    De samenwerking tussen Europese landen die begon als economische samenwerking en uitgroeide tot een politieke unie.

    Naar de les over Welvaart, emancipatie en Europa

  16. collaboratie

    Het samenwerken met de bezetter, van meegaan in de uitvoering van maatregelen tot actieve steun.

    Naar de les over Genocide, bezetting en verzet

  17. pluriforme samenleving

    Een samenleving waarin verschillende groepen met eigen opvattingen en gewoonten naast elkaar leven.

    Naar de les over Welvaart, emancipatie en Europa

  18. dekolonisatie

    Het proces waarin kolonien onafhankelijke staten worden en de westerse hegemonie in de wereld eindigt.

    Naar de les over De Koude Oorlog en de dekolonisatie

  19. onbedoeld gevolg

    Een uitkomst die niemand beoogde, soms het tegenovergestelde van wat een maatregel wilde bereiken.

    Naar de les over Verklaringen en soorten oorzaken

  20. centralisatie

    Het samenbrengen van bestuur en macht bij een centraal gezag, in plaats van verspreid over lokale heren.

    Naar de les over Steden, staten en de strijd om gezag

  21. socialisme

    De stroming die wil dat de overheid ingrijpt om de positie van arbeiders te verbeteren.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  22. renaissance

    De beweging die de mens centraal stelt en terugkijkt naar de klassieke Oudheid, met een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

    Naar de les over Expansie en een nieuw wereldbeeld

  23. aanleiding

    De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt.

    Naar de les over Verklaringen en soorten oorzaken

  24. algemeen kiesrecht

    Het recht van alle volwassen burgers om te stemmen, in Nederland in stappen bereikt na politieke strijd.

    Naar de les over Rechtsstaat en democratie in Nederland

  25. horigheid

    De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.

    Naar de les over Christendom en islam in de middeleeuwen

  26. soevereiniteit

    Het hoogste gezag over een gebied. Formele soevereiniteit valt niet vanzelf samen met economische zelfstandigheid.

    Naar de les over De Koude Oorlog en de dekolonisatie

  27. ministeriele verantwoordelijkheid

    De regel dat ministers verantwoording afleggen aan het parlement en niet de vorst.

    Naar de les over Rechtsstaat en democratie in Nederland

  28. crisis van het wereldkapitalisme

    De wereldwijde economische instorting met massale werkloosheid die het vertrouwen in bestaande partijen ondermijnde.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  29. representativiteit

    De vraag of een bron geldt voor een hele groep of alleen voor de maker. Een dagboek zegt iets over een persoon, niet vanzelf over iedereen.

    Naar de les over Een onderzoeksvraag en je bronnen

  30. staatsvorming

    Het proces waarin een vorst vaste belastingen, eigen ambtenaren en eigen recht in handen krijgt.

    Naar de les over Steden, staten en de strijd om gezag

  31. grondrecht

    Een recht van burgers dat in een grondwet is vastgelegd en dat de macht van de overheid begrenst.

    Naar de les over Slavernij, abolitionisme en revolutie

  32. liberalisme

    De stroming die vrijheid van het individu centraal stelt en een terughoudende overheid wil.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  33. absolutisme

    Het streven van een vorst naar onbeperkte macht, zonder standen of parlement die hem tegenhouden.

    Naar de les over De Republiek tussen vorstenstaten

  34. conjunctuur

    De laag van economische op- en neergang die over decennia schuift, tussen snelle gebeurtenissen en trage structuren in.

    Naar de les over Verandering, continuiteit en tempo

  35. Moderne Tijd

    De periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.

    Naar de les over De grenzen van een westerse indeling

  36. regent

    Een lid van de bestuurlijke bovenlaag in de Nederlandse Republiek, die zijn positie ontleende aan stedelijke ambten en niet aan adel.

    Naar de les over De Republiek tussen vorstenstaten

  37. verzet

    Handelen tegen de bezetter, van illegale bladen en valse papieren tot onderduik en gewapende actie.

    Naar de les over Genocide, bezetting en verzet

  38. stadstaat

    Een stad die tegelijk een zelfstandige staat is, zoals in het Griekenland van de Oudheid.

    Naar de les over De Oudheid als maatstaf

  39. feodale verhoudingen

    Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.

    Naar de les over Christendom en islam in de middeleeuwen

  40. secundaire bron

    Een bron die later over die tijd is gemaakt, bijvoorbeeld een boek van een historicus.

    Naar de les over Een onderzoeksvraag en je bronnen

  41. confessionalisme

    De stroming die het geloof als grondslag voor politiek handelen neemt en zich organiseert in eigen partijen en verenigingen.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  42. breukpunt

    Een moment waarop tijdgenoten zelf merkten dat de situatie wezenlijk veranderde, in tegenstelling tot een jaartal dat wij achteraf handig vinden.

    Naar de les over Verandering, continuiteit en tempo

  43. klassieke vormentaal

    De manier van bouwen en beeldhouwen uit de Grieks-Romeinse wereld, met zuilen en vaste verhoudingen, die in Europa steeds opnieuw is nagevolgd.

    Naar de les over De Oudheid als maatstaf

  44. genocide

    Het stelselmatig vernietigen van een bevolkingsgroep om wie zij is. In dit tijdvak gaat het in het bijzonder om de vervolging van de joden.

    Naar de les over Genocide, bezetting en verzet

  45. fascisme

    De ideologie die natie en leider centraal stelt, tegenstanders uitschakelt en de samenleving van bovenaf ordent.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  46. verantwoording

    Het deel van een onderzoek waarin je vertelt welke bronnen je gebruikte, wat je liet liggen en waarom.

    Naar de les over Een onderzoeksvraag en je bronnen

  47. democratisering

    Het proces waarin steeds meer mannen en vrouwen gaan deelnemen aan het politieke proces.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  48. waardepatroon

    Het geheel van wat een groep normaal, wenselijk of verwerpelijk vindt. Verschillen in oordeel komen vaak hieruit voort.

    Naar de les over Standplaats en interpretatie

  49. Prehistorie

    De tijd waaruit geen geschreven bronnen bestaan, in deze indeling tijdvak 1.

    Naar de les over De grenzen van een westerse indeling

  50. wereldeconomie

    Een economie waarin werelddelen met elkaar verbonden zijn door handel, kapitaal en dwangarbeid.

    Naar de les over Handelskapitalisme en de wereldeconomie

  51. verlicht absolutisme

    Bestuur waarin een vorst verlichte hervormingen doorvoert maar de macht zelf volledig behoudt.

    Naar de les over De Verlichting en het ancien regime

  52. leen

    Grond of een recht dat een heer aan een vazal geeft in ruil voor trouw en dienst.

    Naar de les over Christendom en islam in de middeleeuwen

  53. indirect bestuur

    Koloniaal bestuur via bestaande elites en instellingen. Goedkoop, maar het houdt structuren in stand die verzet mogelijk maken.

    Naar de les over Imperialisme en verzet

  54. industriele revolutie

    De overgang naar productie met machines in fabrieken, die de basis legde voor een industriele samenleving.

    Naar de les over Industrialisatie en de sociale kwestie

  55. primaire bron

    Een bron die uit de tijd zelf komt, gemaakt door iemand die erbij was.

    Naar de les over Een onderzoeksvraag en je bronnen

  56. eeuw

    Een periode van honderd jaar. Het eeuwnummer is het aantal volle honderdtallen plus een, behalve bij een rond honderdtal.

    Naar de les over Chronologie en periodisering

  57. bezetting

    De situatie waarin een vreemde mogendheid het gezag in een land uitoefent, zoals Duitsland in Nederland deed.

    Naar de les over Genocide, bezetting en verzet

  58. feminisme

    De beweging die gelijke rechten voor vrouwen eist, te beginnen bij onderwijs, arbeid en kiesrecht.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  59. voedseloverschot

    Meer voedsel dan de producenten zelf nodig hebben. Dat maakt beroepen buiten de landbouw mogelijk.

    Naar de les over Landbouw, overschot en de eerste steden

  60. nationalisme

    De stroming die de eigen natie centraal stelt. Zij kan mensen verbinden en tegelijk anderen uitsluiten.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  61. landbouwsamenleving

    Een samenleving waarin mensen op een plek blijven en voedsel verbouwen, waardoor een overschot en bezit ontstaan.

    Naar de les over Landbouw, overschot en de eerste steden

  62. Verlichting

    De beweging die rede en kritiek toepaste op godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

    Naar de les over De Verlichting en het ancien regime

  63. handelskapitalisme

    Een economie waarin winst uit handel over lange afstand wordt herbelegd, met compagnieen die wereldwijd opereren.

    Naar de les over Handelskapitalisme en de wereldeconomie

  64. hofstelsel

    De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.

    Naar de les over Christendom en islam in de middeleeuwen

  65. ancien regime

    De oude orde van vorst, adel en geestelijkheid met hun voorrechten, zoals die voor de revoluties bestond.

    Naar de les over De Verlichting en het ancien regime

  66. sociale kwestie

    De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden.

    Naar de les over Industrialisatie en de sociale kwestie

  67. zelfvoorzienend

    Een economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.

    Naar de les over Christendom en islam in de middeleeuwen

  68. continuiteit

    Wat er ondanks veranderingen hetzelfde blijft. Een goed antwoord over verandering noemt die continuiteit erbij.

    Naar de les over Verandering, continuiteit en tempo

  69. natuurlijke rechten

    Rechten die volgens verlichte denkers aan ieder mens toekomen en niet door een vorst worden verleend.

    Naar de les over Slavernij, abolitionisme en revolutie

  70. massaorganisatie

    Het organiseren van grote groepen mensen in verenigingen en bewegingen die aan een partij of staat verbonden zijn.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  71. monopolie

    Het alleenrecht op een handel of markt. Compagnieen kregen dat van de overheid, samen met het recht geweld te gebruiken.

    Naar de les over Handelskapitalisme en de wereldeconomie

  72. grondwet

    De wet die de inrichting van de staat en de rechten van burgers vastlegt en boven andere wetten staat.

    Naar de les over Rechtsstaat en democratie in Nederland

  73. lange lijn

    Een ontwikkeling die je door meerdere tijdvakken heen volgt, met per tijdvak een situatie en daartussen een verband.

    Naar de les over Lange lijnen door de tijdvakken

  74. modern imperialisme

    De vorm van koloniale overheersing die samenhing met de industrialisatie en gericht was op grondstoffen, afzetmarkten en prestige.

    Naar de les over Imperialisme en verzet

  75. emancipatiebeweging

    Een beweging die gelijke rechten eist voor een groep die achtergesteld is.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  76. wapenwedloop

    Het over en weer uitbreiden van bewapening, waarbij elke kant reageert op wat de ander doet.

    Naar de les over De Koude Oorlog en de dekolonisatie

  77. imperium

    Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.

    Naar de les over De Oudheid als maatstaf

  78. primaat

    De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.

    Naar de les over Steden, staten en de strijd om gezag

  79. standplaatsgebondenheid

    Dat iemand oordeelt vanuit de tijd, plaats en positie waarin hij staat. Dat geldt voor mensen uit het verleden en net zo goed voor jou.

    Naar de les over Standplaats en interpretatie

  80. structuur

    Een diepe laag zoals bevolkingsopbouw, landschap of techniek die over eeuwen verandert en veel continuiteit draagt.

    Naar de les over Verandering, continuiteit en tempo

  81. Vroegmoderne Tijd

    De periode van 1500 tot 1800, tijdvak 5 tot en met 7.

    Naar de les over De grenzen van een westerse indeling

  82. rechtsstaat

    Een staat die de macht aan regels bindt en rechten van burgers beschermt, met onafhankelijke rechters.

    Naar de les over Rechtsstaat en democratie in Nederland

  83. anachronisme

    Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden.

    Naar de les over Standplaats en interpretatie

  84. kenmerkend aspect

    Een eigenschap die typisch is voor een tijdvak. Bij elk aspect hoort een voorbeeld en een uitleg waarom dat voorbeeld erbij past.

    Naar de les over Tijdvakken als referentiekader

  85. betrouwbaarheid

    De vraag voor welk doel je de inhoud van een bron kunt gebruiken. Een bron is niet betrouwbaar of onbetrouwbaar maar bruikbaar voor een bepaalde vraag.

    Naar de les over Een onderzoeksvraag en je bronnen

  86. communisme

    De ideologie die de productiemiddelen in gemeenschappelijke handen wil brengen en in de praktijk een totalitaire partijstaat opleverde.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  87. parlementaire democratie

    Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen.

    Naar de les over Rechtsstaat en democratie in Nederland

  88. Koude Oorlog

    De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken met een wapenwedloop en de dreiging van een atoomoorlog.

    Naar de les over De Koude Oorlog en de dekolonisatie

  89. abolitionisme

    De beweging die de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij nastreefde.

    Naar de les over Slavernij, abolitionisme en revolutie

  90. totalitair

    Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  91. structurele oorzaak

    Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past.

    Naar de les over Verklaringen en soorten oorzaken

  92. tijdvak

    Een van de tien perioden waarin het examenprogramma de geschiedenis indeelt, elk met een naam, een tijdsgrens en kenmerkende aspecten.

    Naar de les over Tijdvakken als referentiekader

  93. monotheisme

    Het geloof in een enkele god. Jodendom en christendom zijn in dit tijdvak de eerste godsdiensten met die opzet.

    Naar de les over De Oudheid als maatstaf

  94. verzuiling

    De organisatie van de samenleving in zuilen met eigen partijen, scholen, kranten en verenigingen op grond van geloof of levensbeschouwing.

    Naar de les over Rechtsstaat en democratie in Nederland

  95. jagers-verzamelaars

    Mensen die rondtrekken met de seizoenen mee en leven van jagen en verzamelen, in kleine groepen met weinig bezit.

    Naar de les over Landbouw, overschot en de eerste steden

  96. reformatie

    De beweging die begon als kritiek op de kerk en leidde tot een blijvende splitsing tussen katholiek en protestant in West-Europa.

    Naar de les over Reformatie en de Opstand

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 96 begrippen.

7 onderwerpen
17 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
Begin opnieuw