Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. grijze zone

    Het gebied tussen volledig meewerken en gewapend verzet, waarin aanpassen, wegkijken, traineren en helpen vallen.

    Naar de les over Genocide, bezetting en verzet

  2. imperium

    Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.

    Naar de les over De Oudheid als maatstaf

  3. secundaire bron

    Een bron die later over die tijd is gemaakt, bijvoorbeeld een boek van een historicus.

    Naar de les over Een onderzoeksvraag en je bronnen

  4. primaat

    De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.

    Naar de les over Steden, staten en de strijd om gezag

  5. totalitair

    Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  6. algemeen kiesrecht

    Het recht van alle volwassen burgers om te stemmen, in Nederland in stappen bereikt na politieke strijd.

    Naar de les over Rechtsstaat en democratie in Nederland

  7. structuur

    Een diepe laag zoals bevolkingsopbouw, landschap of techniek die over eeuwen verandert en veel continuiteit draagt.

    Naar de les over Verandering, continuiteit en tempo

  8. klassieke vormentaal

    De manier van bouwen en beeldhouwen uit de Grieks-Romeinse wereld, met zuilen en vaste verhoudingen, die in Europa steeds opnieuw is nagevolgd.

    Naar de les over De Oudheid als maatstaf

  9. aanleiding

    De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt.

    Naar de les over Verklaringen en soorten oorzaken

  10. Moderne Tijd

    De periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.

    Naar de les over De grenzen van een westerse indeling

  11. Verlichting

    De beweging die rede en kritiek toepaste op godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

    Naar de les over De Verlichting en het ancien regime

  12. verzet

    Handelen tegen de bezetter, van illegale bladen en valse papieren tot onderduik en gewapende actie.

    Naar de les over Genocide, bezetting en verzet

  13. monotheisme

    Het geloof in een enkele god. Jodendom en christendom zijn in dit tijdvak de eerste godsdiensten met die opzet.

    Naar de les over De Oudheid als maatstaf

  14. breukpunt

    Een moment waarop tijdgenoten zelf merkten dat de situatie wezenlijk veranderde, in tegenstelling tot een jaartal dat wij achteraf handig vinden.

    Naar de les over Verandering, continuiteit en tempo

  15. liberalisme

    De stroming die vrijheid van het individu centraal stelt en een terughoudende overheid wil.

    Naar de les over Democratisering en politieke stromingen

  16. massaorganisatie

    Het organiseren van grote groepen mensen in verenigingen en bewegingen die aan een partij of staat verbonden zijn.

    Naar de les over Totalitarisme en de wereldoorlogen

  17. sociale kwestie

    De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden.

    Naar de les over Industrialisatie en de sociale kwestie

  18. indirect bestuur

    Koloniaal bestuur via bestaande elites en instellingen. Goedkoop, maar het houdt structuren in stand die verzet mogelijk maken.

    Naar de les over Imperialisme en verzet

  19. modern imperialisme

    De vorm van koloniale overheersing die samenhing met de industrialisatie en gericht was op grondstoffen, afzetmarkten en prestige.

    Naar de les over Imperialisme en verzet

  20. interpretatie

    De samenhangende uitleg die een historicus aan bronnen geeft. Twee historici met dezelfde bronnen komen tot een andere interpretatie door hun vraag, selectie en waardepatroon.

    Naar de les over Standplaats en interpretatie

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 96 begrippen.

7 onderwerpen
17 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
Begin opnieuw