Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
regent
Een lid van de bestuurlijke bovenlaag in de Nederlandse Republiek, die zijn positie ontleende aan stedelijke ambten en niet aan adel.
-
loonafhankelijkheid
De situatie waarin loon de enige bron van bestaan is, zonder grond of gereedschap om op terug te vallen.
-
rechtsstaat
Een staat die de macht aan regels bindt en rechten van burgers beschermt, met onafhankelijke rechters.
-
Vroegmoderne Tijd
De periode van 1500 tot 1800, tijdvak 5 tot en met 7.
-
landbouwsamenleving
Een samenleving waarin mensen op een plek blijven en voedsel verbouwen, waardoor een overschot en bezit ontstaan.
-
kenmerkend aspect
Een eigenschap die typisch is voor een tijdvak. Bij elk aspect hoort een voorbeeld en een uitleg waarom dat voorbeeld erbij past.
-
primaat
De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.
-
feodale verhoudingen
Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.
-
collaboratie
Het samenwerken met de bezetter, van meegaan in de uitvoering van maatregelen tot actieve steun.
-
industriele revolutie
De overgang naar productie met machines in fabrieken, die de basis legde voor een industriele samenleving.
-
crisis van het wereldkapitalisme
De wereldwijde economische instorting met massale werkloosheid die het vertrouwen in bestaande partijen ondermijnde.
-
ancien regime
De oude orde van vorst, adel en geestelijkheid met hun voorrechten, zoals die voor de revoluties bestond.
-
jagers-verzamelaars
Mensen die rondtrekken met de seizoenen mee en leven van jagen en verzamelen, in kleine groepen met weinig bezit.
-
grondrecht
Een recht van burgers dat in een grondwet is vastgelegd en dat de macht van de overheid begrenst.
-
grondwet
De wet die de inrichting van de staat en de rechten van burgers vastlegt en boven andere wetten staat.
-
dekolonisatie
Het proces waarin kolonien onafhankelijke staten worden en de westerse hegemonie in de wereld eindigt.
-
Middeleeuwen
De periode van ongeveer 500 tot 1500, tijdvak 3 en 4. De naam is later in Europa bedacht en past op de Europese geschiedenis.
-
standplaatsgebondenheid
Dat iemand oordeelt vanuit de tijd, plaats en positie waarin hij staat. Dat geldt voor mensen uit het verleden en net zo goed voor jou.
-
aanleiding
De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt.
-
monopolie
Het alleenrecht op een handel of markt. Compagnieen kregen dat van de overheid, samen met het recht geweld te gebruiken.
-
structuur
Een diepe laag zoals bevolkingsopbouw, landschap of techniek die over eeuwen verandert en veel continuiteit draagt.
-
continuiteit
Wat er ondanks veranderingen hetzelfde blijft. Een goed antwoord over verandering noemt die continuiteit erbij.
-
democratisering
Het proces waarin steeds meer mannen en vrouwen gaan deelnemen aan het politieke proces.
-
verzuiling
De organisatie van de samenleving in zuilen met eigen partijen, scholen, kranten en verenigingen op grond van geloof of levensbeschouwing.
-
feminisme
De beweging die gelijke rechten voor vrouwen eist, te beginnen bij onderwijs, arbeid en kiesrecht.
-
thema
Een onderwerp dat je door de tijdvakken heen onderzoekt, zoals de positie van een groep of de rol van een instelling.
-
Moderne Tijd
De periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.
-
propaganda
Het gericht verspreiden van boodschappen om meningen en gedrag te sturen, op grote schaal mogelijk door radio, film en massabijeenkomsten.
-
interpretatie
De samenhangende uitleg die een historicus aan bronnen geeft. Twee historici met dezelfde bronnen komen tot een andere interpretatie door hun vraag, selectie en waardepatroon.
-
wetenschappelijke revolutie
De verschuiving van gezag van oude teksten naar waarneming en experiment als bron van kennis.
-
stedelijke burgerij
De groep stadsbewoners die niet bij de adel of de geestelijkheid hoort en haar positie ontleent aan handel en ambacht.
-
parlementaire democratie
Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen.
-
imperium
Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.
-
abolitionisme
De beweging die de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij nastreefde.
-
waardepatroon
Het geheel van wat een groep normaal, wenselijk of verwerpelijk vindt. Verschillen in oordeel komen vaak hieruit voort.
-
sociale kwestie
De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden.
-
stadstaat
Een stad die tegelijk een zelfstandige staat is, zoals in het Griekenland van de Oudheid.
-
primaire bron
Een bron die uit de tijd zelf komt, gemaakt door iemand die erbij was.
-
handelskapitalisme
Een economie waarin winst uit handel over lange afstand wordt herbelegd, met compagnieen die wereldwijd opereren.
-
wereldeconomie
Een economie waarin werelddelen met elkaar verbonden zijn door handel, kapitaal en dwangarbeid.