Naar de inhoud
Inloggen

Geschiedenis vwo

Tijdvakken als referentiekader

Ongeveer 10 minuten. Op vwo gaat het centraal examen over alle tien. Dat verandert hoe je het kader gebruikt.

De tien tijdvakken zijn geen leerstof op zichzelf maar een referentiekader. Je gebruikt ze om een bron, een gebeurtenis of een ontwikkeling te plaatsen en om daarna het juiste kenmerkende aspect erbij te zoeken.

Het kader over de volle breedte

Op vwo gaat het centraal examen over domein A en heel domein B, dus over alle tien tijdvakken. Een examen kan daarom net zo goed over de Oudheid als over de Koude Oorlog gaan, en meestal over allebei.

Kennen betekent hier drie dingen tegelijk. De naam, de tijdsgrens en de kenmerkende aspecten. Zonder het derde kun je wel dateren maar niet verklaren, en daar zit het grootste deel van de punten.

Gebruik het kader ook omgekeerd. Zie je een aspect in een bron terug, dan weet je uit welk tijdvak de bron waarschijnlijk komt, ook als er geen jaartal in staat.

De negenenveertig aspecten zijn de echte leerstof. Leer ze per tijdvak als een samenhangend verhaal en niet als losse zinnen, want in een examenvraag moet je ze aan elkaar kunnen verbinden.

Het kader werkt twee kanten op

bron ofgebeurtenistijdvak enaspectdateren gaat naar rechts, herkennen naar linksop vwo gaat het centraal examen over alle tien

Je dateert met het kader en je herkent ermee.

Zo gebruik je het kader

1

Zoek een aanknopingspunt

Een jaartal, een naam, een instelling of een verschijnsel dat je kunt plaatsen.

2

Bepaal het tijdvak

Met de tijdsgrens, of door het aspect te herkennen als er geen jaartal is.

3

Kies het kenmerkende aspect

Niet het tijdvak alleen maar het aspect dat bij de bron hoort, want daar vraagt de opgave om.

4

Leg het verband

Zeg waarom de bron bij dat aspect past. Een aspect noemen zonder uitleg levert zelden punten op.

De fout die bijna iedereen maakt

Een bron zonder jaartal gaat over een vorst die alle macht naar zich toe trekt. Wat doe je?

je kunt hem niet dateren zonder jaartalklopt niet

Het referentiekader werkt twee kanten op. Streven naar absolute macht is een kenmerkend aspect van tijdvak 6, dus een bron waarin dat zichtbaar is hoort waarschijnlijk in de zeventiende eeuw. Zonder die omkering sta je stil bij elke bron zonder datum.

Leer per tijdvak een verhaal, geen lijst

De aspecten van een tijdvak hangen samen. Wie ze als verhaal leert, kan in een examenvraag het verband tussen twee aspecten leggen. Wie ze als lijst leert, kan alleen opnoemen, en daar zitten de minste punten.

Tijdvakken als referentiekader

Check jezelf

Waarover gaat het centraal examen geschiedenis op vwo?

Anders dan op havo horen alle tien tijdvakken bij het centraal examen.

Wat hoort er bij kennen van een tijdvak?

Zonder de aspecten kun je dateren maar niet verklaren.

Een bron zonder jaartal toont een kenmerkend aspect. Wat doe je?

Het referentiekader werkt ook omgekeerd, van aspect naar tijdvak.

Hoeveel kenmerkende aspecten zijn er in totaal?

Verdeeld over de tien tijdvakken, en samen vormen zij de eigenlijke leerstof.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

kenmerkend aspect
Een eigenschap die typisch is voor een tijdvak. Bij elk aspect hoort een voorbeeld en een uitleg waarom dat voorbeeld erbij past.
tijdvak
Een van de tien perioden waarin het examenprogramma de geschiedenis indeelt, elk met een naam, een tijdsgrens en kenmerkende aspecten.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

In het examen

De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak