Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
filtreren
Scheiden op deeltjesgrootte: de vaste stof blijft op het filter liggen en de vloeistof loopt erdoor. Werkt alleen als de stof niet is opgelost.
-
destilleren
Scheiden op kookpunt: je laat het mengsel koken en vangt de damp weer op als vloeistof. Zo haal je alcohol uit wijn en benzine uit aardolie.
-
atoom
Het kleinste deeltje van een element dat nog dat element is. In het midden zit de kern met protonen en neutronen, daarbuiten bewegen de elektronen. Bij een chemische reactie gaat een atoom nooit stuk: hij komt alleen op een andere plek terecht.
-
molaire massa
De massa van een mol van een stof, in gram per mol. Je rekent hem uit door de atoommassa van alle atomen in de formule bij elkaar op te tellen.
-
ionbinding
De aantrekking tussen positieve en negatieve ionen in een zout. Omdat die aantrekking alle kanten op werkt, ontstaat er een ionrooster en is het smeltpunt hoog.
-
grondstof
De stof waarmee een fabriek begint en die in het product terechtkomt. Een hulpstof doet mee aan het proces maar zit niet in het product, zoals een oplosmiddel of een katalysator.
-
microniveau
Het niveau van de deeltjes: atomen, ionen en moleculen, en de bindingen ertussen. Een uitleg is pas compleet als je van macroniveau naar microniveau gaat.
-
significante cijfers
De cijfers in een uitkomst die echt iets zeggen over hoe nauwkeurig je gemeten hebt. Bij vermenigvuldigen en delen houd je er zo veel over als de minst nauwkeurige meting had, dus niet alles wat de rekenmachine toont.
-
enzym
Een eiwit dat in een organisme als katalysator werkt. Een enzym past maar op een bepaalde stof, en bij te hoge temperatuur verliest hij door denaturatie zijn vorm en daarmee zijn werking.
-
reactieproduct
Een stof die bij de reactie ontstaat. Reactieproducten staan rechts van de pijl.
-
energiediagram
Een tekening met de energie van de beginstoffen, de top ertussen en de energie van de producten. Je leest er af of de reactie exotherm of endotherm is, en hoe hoog de drempel is.
-
hydrofoob
Letterlijk: watervrezend. Een hydrofoob deel van een molecuul mijdt water en zoekt vet op. Een lange koolstofstaart is hydrofoob.
-
innovatie
Een nieuwe toepassing die ook echt in gebruik komt. Een vinding is pas een innovatie als er een probleem bij past en het op schaal te maken is.
-
scheidingsmethode
Een manier om stoffen in een mengsel van elkaar te halen, door een eigenschap te gebruiken waarin ze verschillen. Je kiest de methode bij het verschil: kookpunt, deeltjesgrootte, oplosbaarheid of aanhechting.
-
carbonzuur
Een stof met een COOH-groep. Carbonzuren zijn zwakke zuren; azijnzuur in azijn en citroenzuur in fruit zijn carbonzuren.
-
aflopende reactie
Een reactie die doorgaat tot een van de beginstoffen op is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een product als gas ontsnapt of neerslaat, zodat het niet kan terugreageren.
-
verdelingsgraad
Hoe fijn een vaste stof verdeeld is. Poeder reageert sneller dan een blok, omdat het contactoppervlak groter is en er dus meer botsingen per seconde zijn.
-
atoomnummer
Het aantal protonen in de kern. Dat getal bepaalt welk element het is: zes protonen is altijd koolstof. Je leest het af in het periodiek systeem.
-
hydrofiel
Letterlijk: waterminnend. Een hydrofiel deel van een molecuul trekt water aan, omdat het polair is of een lading heeft. Zeep werkt doordat een zeepmolecuul een hydrofiel en een hydrofoob uiteinde heeft.
-
zuur
Een stof die in water waterstofionen afstaat, zoals zoutzuur en azijnzuur. Een zure oplossing heeft een pH onder 7.