Naar de inhoud

Scheikunde havo

Van gram naar mol en terug

Ongeveer 9 minuten. Eén formule, en elke rekenopgave met massa wordt een invuloefening.

Deel de massa door de molaire massa en je weet hoeveel deeltjes je hebt: n = m / M.

Waarom tellen scheikundigen in mol?

Atomen zijn veel te klein om te tellen. In één druppel water zitten er meer dan je in een mensenleven kunt opnoemen.

Daarom tellen scheikundigen met een grote verpakkingseenheid: de mol. Eén mol is 6,02 × 10²³ deeltjes, net zoals één dozijn 12 stuks is.

Op de weegschaal lees je grammen af. In een reactievergelijking staan deeltjes. De molaire massa M zet het ene om in het andere.

De driehoek die je altijd mag opschrijven

mmassa in gramnmolMg per moln = m / Mm = n × M

Dek af wat je zoekt. Staat de rest naast elkaar, dan vermenigvuldig je. Staat het boven elkaar, dan deel je.

In 3 stappen van gram naar mol

1

Zoek de molaire massa op

Tel de atoommassa's van alle atomen in de formule bij elkaar op. Voor H2O is dat 2 × 1,0 + 16,0 = 18,0 g/mol.

2

Deel de massa door M

Heb je 36,0 gram water? Dan is n = 36,0 / 18,0 = 2,0 mol.

3

Controleer je eenheid

Gram gedeeld door gram per mol geeft mol. Komt er iets anders uit, dan heb je gedeeld waar je moest vermenigvuldigen.

De fout die bijna iedereen maakt

Je zoekt de massa van zuurstof op en vindt 16,0. Maar zuurstofgas bestaat niet uit losse atomen.

O16,0 g/mol

In Binas staat de massa per atoom. Staat er in de vergelijking O2, N2, H2 of Cl2, dan tel je twee atomen mee.

Rond pas op het eind af

Reken met alle cijfers die je rekenmachine geeft en rond pas je eindantwoord af. Halverwege afronden stapelt kleine foutjes op.

Check jezelf

Wat is de molaire massa van CO2? Neem C = 12,0 en O = 16,0.

12,0 + 2 × 16,0 = 44,0 g/mol. De 2 hoort alleen bij de zuurstof.

Je hebt 5,0 mol water, met M = 18,0 g/mol. Hoeveel gram is dat?

Je zoekt m, dus m = n × M = 5,0 × 18,0 = 90 g. Dek in de driehoek de m af, dan zie je dat je moet vermenigvuldigen.

Waarom rekenen scheikundigen in mol en niet gewoon in gram?

In 2 H2 + O2 → 2 H2O staat dat er twee deeltjes waterstof op één deeltje zuurstof reageren. Dat gaat over aantallen, en aantallen tel je in mol.

Je deelt 10 gram door 2,0 g/mol. Welke eenheid heeft je antwoord?

Gram gedeeld door gram per mol geeft mol: de grammen vallen tegen elkaar weg. Dit is een snelle manier om te controleren of je goed gerekend hebt.

Hoort bij jouw boek

Kies je methode om te zien in welk hoofdstuk dit bij jou staat.

En nu?

Alle onderwerpen van scheikunde havo Of kies een ander vak