Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

57 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. lengtemaat

    Een maat voor afstand, zoals meter of centimeter. Elke trede op de maatladder is bij lengte een factor 10.

    Naar de les over Maten omrekenen zonder te gokken

  2. groeifactor

    Het getal waarmee je bij exponentiële groei elke stap vermenigvuldigt. Boven 1 groeit het, onder 1 krimpt het.

    Naar de les over Erbij of keer

  3. exponentieel verband

    Een verband waarbij je per stap steeds keer hetzelfde getal gaat. De grafiek loopt eerst vlak en daarna steeds steiler.

    Naar de les over Erbij of keer

  4. onafhankelijke gebeurtenis

    Een gebeurtenis waarvan de kans niet verandert door wat er daarvoor gebeurde. Een munt heeft geen geheugen.

    Naar de les over Kans uitrekenen met een boomdiagram

  5. procentpunt

    Het verschil tussen twee percentages. Van 20 naar 25 procent is 5 procentpunt, en dat is iets anders dan 25 procent stijging.

  6. boomdiagram

    Een tekening waarin elke keuze of worp een vertakking is. Langs een tak vermenigvuldig je de kansen.

    Naar de les over Kans uitrekenen met een boomdiagram

  7. schatten

    Even snel uitrekenen wat er ongeveer uit moet komen, met afgeronde getallen. Zo vang je een komma op de verkeerde plek.

    Naar de les over Je antwoord controleren

  8. balans

    Het beeld van een vergelijking als een weegschaal. Wat je links doet, doe je ook rechts, en dan blijft hij in evenwicht.

  9. aanliggende zijde

    De zijde die de hoek raakt waar je naar kijkt en die niet de schuine zijde is.

    Naar de les over Sinus, cosinus en tangens

  10. rechthoekszijde

    Een van de twee korte zijden van een rechthoekige driehoek, die samen de rechte hoek vormen.

    Naar de les over De stelling van Pythagoras

  11. procent

    Een honderdste deel. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.

    Naar de les over Rekenen met een verhoudingstabel

  12. tabel

    Een rijtje bij elkaar horende waarden. Handig om een losse waarde op te zoeken of in te vullen.

    Naar de les over Tabel, grafiek en formule

  13. eenheidsprijs

    De prijs van één stuk of van één eenheid. Via die tussenstap reken je makkelijk naar elk ander aantal.

    Naar de les over Rekenen met een verhoudingstabel

  14. kans

    Het aantal gunstige uitkomsten gedeeld door het totale aantal uitkomsten, zolang elke uitkomst even waarschijnlijk is.

    Naar de les over Kans uitrekenen met een boomdiagram

  15. inhoudsmaat

    Een maat voor ruimte, zoals kubieke meter of liter. Elke trede is een factor 1000, want je rekent in drie richtingen tegelijk.

    Naar de les over Maten omrekenen zonder te gokken

  16. vuistregel

    Een korte regel die je altijd mag gebruiken, zoals dat keer en gedeeld door voor plus en min gaan, en haakjes voor alles.

  17. balansmethode

    Een vergelijking oplossen door links en rechts precies hetzelfde te doen. Blijft het in balans, dan blijft de oplossing kloppen.

    Naar de les over Een vergelijking oplossen

  18. omtrek

    De lengte van de rand van een figuur. Die meet je in centimeter of meter.

    Naar de les over Omtrek en oppervlakte

  19. tussenstap

    Een regel in je uitwerking tussen de opgave en het antwoord. Daar staan de meeste punten op, dus je schrijft hem op.

    Naar de les over Je berekening opschrijven

  20. marge

    Wat je extra inkoopt voor breuk en snijverlies, vaak tien procent. Een vakman rekent die er altijd bij.

  21. eenheid

    Waarin je meet, bijvoorbeeld euro, meter of liter. Een getal zonder eenheid is nog geen antwoord.

    Naar de les over Afronden en de eenheid erbij

  22. oppervlaktemaat

    Een maat voor vlak, zoals vierkante meter. Elke trede is hier een factor 100, want je rekent in twee richtingen tegelijk.

    Naar de les over Maten omrekenen zonder te gokken

  23. kwadraat

    Een getal keer zichzelf. Het kwadraat van 5 is 25.

  24. lineair verband

    Een verband waarbij er per stap steeds hetzelfde bij komt. De grafiek is een rechte lijn.

    Naar de les over Tabel, grafiek en formule

  25. schaal

    De verhouding tussen een lengte op de tekening en de echte lengte. Bij 1 op 100 is 1 centimeter op papier 1 meter in het echt.

    Naar de les over Gelijkvormig en op schaal

  26. mediaan

    Het middelste getal als je alles op volgorde zet. Bij een even aantal neem je het gemiddelde van de twee middelste.

    Naar de les over Gemiddelde, mediaan en modus

  27. verhaalsom

    Een opgave in gewone taal. Je leest hem, vertaalt naar wiskunde, rekent, en vertaalt het antwoord terug naar de situatie.

    Naar de les over Van verhaal naar som en terug

  28. gemiddelde

    Alles bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal. Eén heel hoge of lage waarde trekt het flink scheef.

    Naar de les over Gemiddelde, mediaan en modus

  29. schuine zijde

    De langste zijde van een rechthoekige driehoek, tegenover de rechte hoek. In Pythagoras is dat de zijde die alleen staat.

    Naar de les over De stelling van Pythagoras

  30. sectorwerkstuk

    Een eigen werkstuk over een onderwerp uit je sector, waarbij je zelf informatie zoekt, verwerkt en presenteert.

  31. hoogte van een driehoek

    De afstand van de top tot de basis, loodrecht gemeten. Dat is niet hetzelfde als een schuine zijde.

    Naar de les over Omtrek en oppervlakte

  32. vergrotingsfactor

    Het getal waarmee je elke lengte vermenigvuldigt. De oppervlakte gaat dan keer dat getal in het kwadraat.

    Naar de les over Gelijkvormig en op schaal

  33. straal

    De afstand van het midden van een cirkel tot de rand. Dat is de helft van de diameter, en in de formules staat de straal.

    Naar de les over Inhoud van ruimtefiguren

  34. kortingsfactor

    Het getal waarmee je in één keer vermenigvuldigt om een korting te verwerken. Bij 20 procent korting reken je keer 0,8, want dat houd je over.

    Naar de les over Rekenen met een verhoudingstabel

  35. vergelijking

    Een som met een isgelijkteken en een onbekende erin. Oplossen is uitzoeken welk getal die onbekende moet zijn.

    Naar de les over Een vergelijking oplossen

  36. terugplaatsen

    Je uitkomst terugvertalen naar de situatie, zodat iemand er iets aan heeft. Bijvoorbeeld van liters naar badkuipen.

  37. hellingsgetal

    Hoeveel een lineair verband per stap stijgt of daalt. In de formule is het het getal vóór de letter.

    Naar de les over Tabel, grafiek en formule

  38. inhoud

    Hoeveel ruimte een figuur inneemt, gemeten in kubieke centimeter of liter. Bij een prisma of cilinder is het grondvlak maal hoogte.

    Naar de les over Inhoud van ruimtefiguren

  39. wortel

    De omgekeerde bewerking van een kwadraat. De wortel van 25 is 5, want 5 in het kwadraat is 25.

  40. modus

    Het getal dat het vaakst voorkomt. Er kunnen er ook meer zijn.

    Naar de les over Gemiddelde, mediaan en modus

  41. cosinus

    De verhouding tussen de aanliggende zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.

    Naar de les over Sinus, cosinus en tangens

  42. mathematiseren

    Een situatie uit het echte leven omzetten in een som. Dat is het werk waar je rekenmachine je niet bij helpt.

  43. sinus

    De verhouding tussen de overstaande zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.

    Naar de les over Sinus, cosinus en tangens

  44. oppervlakte

    Hoeveel vlak er binnen de rand past. Die meet je in vierkante centimeter of vierkante meter.

    Naar de les over Omtrek en oppervlakte

  45. verhoudingstabel

    Een tabel met twee rijen waarin je met de onderste rij precies hetzelfde doet als met de bovenste. Zo reken je van de ene verhouding naar de andere.

    Naar de les over Rekenen met een verhoudingstabel

  46. stelling van Pythagoras

    In een rechthoekige driehoek zijn de twee korte zijden in het kwadraat samen gelijk aan de lange zijde in het kwadraat.

    Naar de les over De stelling van Pythagoras

  47. rechthoekige driehoek

    Een driehoek met een hoek van 90 graden. Alleen daar geldt de stelling van Pythagoras.

    Naar de les over De stelling van Pythagoras

  48. formule

    Een rekenregel met letters, waarmee je ook waarden uitrekent die niet in de tabel staan.

    Naar de les over Tabel, grafiek en formule

  49. tangens

    De verhouding tussen de overstaande zijde en de aanliggende zijde van een rechthoekige driehoek.

    Naar de les over Sinus, cosinus en tangens

  50. grafiek

    Een tekening van een verband in een assenstelsel. Daaraan zie je de vorm, bijvoorbeeld of het recht of krom loopt.

    Naar de les over Tabel, grafiek en formule

  51. startgetal

    De waarde waar een lineair verband bij nul begint. In de grafiek is dat de hoogte waar de lijn de verticale as snijdt.

    Naar de les over Tabel, grafiek en formule

  52. gelijkvormig

    Twee figuren hebben dezelfde vorm, met gelijke hoeken en zijden die allemaal met hetzelfde getal vergroot zijn.

    Naar de les over Gelijkvormig en op schaal

  53. afronden

    Een getal korter maken op de manier die de vraag zegt. Bij aantallen dingen rond je altijd naar boven af.

    Naar de les over Afronden en de eenheid erbij

  54. complementregel

    De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt. Handig bij vragen met minstens één.

    Naar de les over Kans uitrekenen met een boomdiagram

  55. overstaande zijde

    De zijde die tegenover de hoek ligt waar je naar kijkt. Welke dat is hangt dus af van de hoek, niet van de driehoek.

    Naar de les over Sinus, cosinus en tangens

  56. uitwerking

    Alles wat je opschrijft om bij je antwoord te komen, een stap per regel.

    Naar de les over Je berekening opschrijven

  57. omwerken

    Een formule zo veranderen dat de letter die je zoekt alleen staat. Wat je links doet, doe je ook rechts.

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 57 begrippen.

3 onderwerpen
1 onderwerp
2 onderwerpen
5 onderwerpen
2 onderwerpen
3 onderwerpen
Begin opnieuw