Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
57 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
lengtemaat
Een maat voor afstand, zoals meter of centimeter. Elke trede op de maatladder is bij lengte een factor 10.
-
groeifactor
Het getal waarmee je bij exponentiële groei elke stap vermenigvuldigt. Boven 1 groeit het, onder 1 krimpt het.
-
exponentieel verband
Een verband waarbij je per stap steeds keer hetzelfde getal gaat. De grafiek loopt eerst vlak en daarna steeds steiler.
-
onafhankelijke gebeurtenis
Een gebeurtenis waarvan de kans niet verandert door wat er daarvoor gebeurde. Een munt heeft geen geheugen.
-
procentpunt
Het verschil tussen twee percentages. Van 20 naar 25 procent is 5 procentpunt, en dat is iets anders dan 25 procent stijging.
-
boomdiagram
Een tekening waarin elke keuze of worp een vertakking is. Langs een tak vermenigvuldig je de kansen.
-
schatten
Even snel uitrekenen wat er ongeveer uit moet komen, met afgeronde getallen. Zo vang je een komma op de verkeerde plek.
-
balans
Het beeld van een vergelijking als een weegschaal. Wat je links doet, doe je ook rechts, en dan blijft hij in evenwicht.
-
aanliggende zijde
De zijde die de hoek raakt waar je naar kijkt en die niet de schuine zijde is.
-
rechthoekszijde
Een van de twee korte zijden van een rechthoekige driehoek, die samen de rechte hoek vormen.
-
procent
Een honderdste deel. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.
-
tabel
Een rijtje bij elkaar horende waarden. Handig om een losse waarde op te zoeken of in te vullen.
-
eenheidsprijs
De prijs van één stuk of van één eenheid. Via die tussenstap reken je makkelijk naar elk ander aantal.
-
kans
Het aantal gunstige uitkomsten gedeeld door het totale aantal uitkomsten, zolang elke uitkomst even waarschijnlijk is.
-
inhoudsmaat
Een maat voor ruimte, zoals kubieke meter of liter. Elke trede is een factor 1000, want je rekent in drie richtingen tegelijk.
-
vuistregel
Een korte regel die je altijd mag gebruiken, zoals dat keer en gedeeld door voor plus en min gaan, en haakjes voor alles.
-
balansmethode
Een vergelijking oplossen door links en rechts precies hetzelfde te doen. Blijft het in balans, dan blijft de oplossing kloppen.
-
omtrek
De lengte van de rand van een figuur. Die meet je in centimeter of meter.
-
tussenstap
Een regel in je uitwerking tussen de opgave en het antwoord. Daar staan de meeste punten op, dus je schrijft hem op.
-
marge
Wat je extra inkoopt voor breuk en snijverlies, vaak tien procent. Een vakman rekent die er altijd bij.
-
eenheid
Waarin je meet, bijvoorbeeld euro, meter of liter. Een getal zonder eenheid is nog geen antwoord.
-
oppervlaktemaat
Een maat voor vlak, zoals vierkante meter. Elke trede is hier een factor 100, want je rekent in twee richtingen tegelijk.
-
kwadraat
Een getal keer zichzelf. Het kwadraat van 5 is 25.
-
lineair verband
Een verband waarbij er per stap steeds hetzelfde bij komt. De grafiek is een rechte lijn.
-
schaal
De verhouding tussen een lengte op de tekening en de echte lengte. Bij 1 op 100 is 1 centimeter op papier 1 meter in het echt.
-
mediaan
Het middelste getal als je alles op volgorde zet. Bij een even aantal neem je het gemiddelde van de twee middelste.
-
verhaalsom
Een opgave in gewone taal. Je leest hem, vertaalt naar wiskunde, rekent, en vertaalt het antwoord terug naar de situatie.
-
gemiddelde
Alles bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal. Eén heel hoge of lage waarde trekt het flink scheef.
-
schuine zijde
De langste zijde van een rechthoekige driehoek, tegenover de rechte hoek. In Pythagoras is dat de zijde die alleen staat.
-
sectorwerkstuk
Een eigen werkstuk over een onderwerp uit je sector, waarbij je zelf informatie zoekt, verwerkt en presenteert.
-
hoogte van een driehoek
De afstand van de top tot de basis, loodrecht gemeten. Dat is niet hetzelfde als een schuine zijde.
-
vergrotingsfactor
Het getal waarmee je elke lengte vermenigvuldigt. De oppervlakte gaat dan keer dat getal in het kwadraat.
-
straal
De afstand van het midden van een cirkel tot de rand. Dat is de helft van de diameter, en in de formules staat de straal.
-
kortingsfactor
Het getal waarmee je in één keer vermenigvuldigt om een korting te verwerken. Bij 20 procent korting reken je keer 0,8, want dat houd je over.
-
vergelijking
Een som met een isgelijkteken en een onbekende erin. Oplossen is uitzoeken welk getal die onbekende moet zijn.
-
terugplaatsen
Je uitkomst terugvertalen naar de situatie, zodat iemand er iets aan heeft. Bijvoorbeeld van liters naar badkuipen.
-
hellingsgetal
Hoeveel een lineair verband per stap stijgt of daalt. In de formule is het het getal vóór de letter.
-
inhoud
Hoeveel ruimte een figuur inneemt, gemeten in kubieke centimeter of liter. Bij een prisma of cilinder is het grondvlak maal hoogte.
-
wortel
De omgekeerde bewerking van een kwadraat. De wortel van 25 is 5, want 5 in het kwadraat is 25.
-
modus
Het getal dat het vaakst voorkomt. Er kunnen er ook meer zijn.
-
cosinus
De verhouding tussen de aanliggende zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
-
mathematiseren
Een situatie uit het echte leven omzetten in een som. Dat is het werk waar je rekenmachine je niet bij helpt.
-
sinus
De verhouding tussen de overstaande zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
-
oppervlakte
Hoeveel vlak er binnen de rand past. Die meet je in vierkante centimeter of vierkante meter.
-
verhoudingstabel
Een tabel met twee rijen waarin je met de onderste rij precies hetzelfde doet als met de bovenste. Zo reken je van de ene verhouding naar de andere.
-
stelling van Pythagoras
In een rechthoekige driehoek zijn de twee korte zijden in het kwadraat samen gelijk aan de lange zijde in het kwadraat.
-
rechthoekige driehoek
Een driehoek met een hoek van 90 graden. Alleen daar geldt de stelling van Pythagoras.
-
formule
Een rekenregel met letters, waarmee je ook waarden uitrekent die niet in de tabel staan.
-
tangens
De verhouding tussen de overstaande zijde en de aanliggende zijde van een rechthoekige driehoek.
-
grafiek
Een tekening van een verband in een assenstelsel. Daaraan zie je de vorm, bijvoorbeeld of het recht of krom loopt.
-
startgetal
De waarde waar een lineair verband bij nul begint. In de grafiek is dat de hoogte waar de lijn de verticale as snijdt.
-
gelijkvormig
Twee figuren hebben dezelfde vorm, met gelijke hoeken en zijden die allemaal met hetzelfde getal vergroot zijn.
-
afronden
Een getal korter maken op de manier die de vraag zegt. Bij aantallen dingen rond je altijd naar boven af.
-
complementregel
De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt. Handig bij vragen met minstens één.
-
overstaande zijde
De zijde die tegenover de hoek ligt waar je naar kijkt. Welke dat is hangt dus af van de hoek, niet van de driehoek.
-
uitwerking
Alles wat je opschrijft om bij je antwoord te komen, een stap per regel.
-
omwerken
Een formule zo veranderen dat de letter die je zoekt alleen staat. Wat je links doet, doe je ook rechts.