Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
vergrotingsfactor
Het getal waarmee je elke lengte vermenigvuldigt. De oppervlakte gaat dan keer dat getal in het kwadraat.
-
cosinus
De verhouding tussen de aanliggende zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
-
tangens
De verhouding tussen de overstaande zijde en de aanliggende zijde van een rechthoekige driehoek.
-
grafiek
Een tekening van een verband in een assenstelsel. Daaraan zie je de vorm, bijvoorbeeld of het recht of krom loopt.
-
procent
Een honderdste deel. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.
-
omtrek
De lengte van de rand van een figuur. Die meet je in centimeter of meter.
-
lengtemaat
Een maat voor afstand, zoals meter of centimeter. Elke trede op de maatladder is bij lengte een factor 10.
-
inhoudsmaat
Een maat voor ruimte, zoals kubieke meter of liter. Elke trede is een factor 1000, want je rekent in drie richtingen tegelijk.
-
vergelijking
Een som met een isgelijkteken en een onbekende erin. Oplossen is uitzoeken welk getal die onbekende moet zijn.
-
kortingsfactor
Het getal waarmee je in één keer vermenigvuldigt om een korting te verwerken. Bij 20 procent korting reken je keer 0,8, want dat houd je over.
-
modus
Het getal dat het vaakst voorkomt. Er kunnen er ook meer zijn.
-
complementregel
De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt. Handig bij vragen met minstens één.
-
verhaalsom
Een opgave in gewone taal. Je leest hem, vertaalt naar wiskunde, rekent, en vertaalt het antwoord terug naar de situatie.
-
formule
Een rekenregel met letters, waarmee je ook waarden uitrekent die niet in de tabel staan.
-
startgetal
De waarde waar een lineair verband bij nul begint. In de grafiek is dat de hoogte waar de lijn de verticale as snijdt.
-
stelling van Pythagoras
In een rechthoekige driehoek zijn de twee korte zijden in het kwadraat samen gelijk aan de lange zijde in het kwadraat.
-
onafhankelijke gebeurtenis
Een gebeurtenis waarvan de kans niet verandert door wat er daarvoor gebeurde. Een munt heeft geen geheugen.
-
schuine zijde
De langste zijde van een rechthoekige driehoek, tegenover de rechte hoek. In Pythagoras is dat de zijde die alleen staat.
-
exponentieel verband
Een verband waarbij je per stap steeds keer hetzelfde getal gaat. De grafiek loopt eerst vlak en daarna steeds steiler.
-
sinus
De verhouding tussen de overstaande zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.