Naar de inhoud
Inloggen

Wiskunde vmbo gl/tl

Rekenen met een verhoudingstabel

Ongeveer 9 minuten. Wat je boven doet, doe je onder ook. Meer is het niet.

In een verhoudingstabel doe je met de onderste rij precies hetzelfde als met de bovenste. Vermenigvuldigen en delen mag, optellen bij een enkele kolom niet.

Waarom via een handig is

Weet je wat er bij een hoort, dan kun je naar elk ander getal. Die stap heet de prijs per stuk of de eenheidsprijs.

Soms kan het sneller. Van 3 naar 6 is gewoon keer twee, dan hoef je niet eerst naar een.

De tabel werkt ook bij schaal, bij procenten en bij snelheid. Overal waar twee getallen in dezelfde verhouding meegroeien.

Een tabel invullen

3 broodjes kosten 7,50 euro.Wat kosten er 8?37,5012,50820,00broodjeseurodeel door 3keer 8deel door 3keer 8wat je boven doet, doe je onder ook

De pijl boven en de pijl onder zijn altijd dezelfde bewerking.

Procenten in dezelfde tabel

1

Zet 100 procent neer

Boven de procenten, onder de euro's. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.

2

Ga naar 1 procent

Deel door 100. Dat is de handigste tussenstap, want van 1 procent kom je bij elk percentage.

3

Ga naar wat je zoekt

Vermenigvuldig met het percentage dat gevraagd wordt. Voor 23 procent dus keer 23.

4

Let op kortingen

Bij 20 procent korting betaal je 80 procent. Reken met wat je overhoudt, dan hoef je niet af te trekken.

De fout die bijna iedereen maakt

Een prijs gaat eerst 10 procent omhoog en daarna 10 procent omlaag.

dan ben je weer terug bij de oude prijsklopt niet

Van 100 euro naar 110, en 10 procent van 110 is 11. Dus 110 min 11 is 99. De tweede keer reken je over een ander geheel, en daarom kom je niet uit op waar je begon.

Controleer of het logisch is

Meer broodjes moeten meer kosten. Komt er bij 8 broodjes een lager bedrag uit dan bij 3, dan heb je vermenigvuldigd waar je moest delen. Die controle kost een seconde.

Rekenen met een verhoudingstabel

Check jezelf

Wat mag je in een verhoudingstabel doen?

Vermenigvuldigen en delen houden de verhouding gelijk, optellen niet.

4 pennen kosten 6 euro. Wat kosten er 10?

Een pen kost 1,50 euro. Tien pennen kosten dus 15 euro.

Je krijgt 25 procent korting. Met welk percentage reken je het handigst?

Je betaalt 75 procent, dus dan ben je er in een stap.

Een prijs stijgt 20 procent en daalt daarna 20 procent. Wat klopt?

De daling gaat over een hoger bedrag, dus die weegt zwaarder.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

eenheidsprijs
De prijs van één stuk of van één eenheid. Via die tussenstap reken je makkelijk naar elk ander aantal.
kortingsfactor
Het getal waarmee je in één keer vermenigvuldigt om een korting te verwerken. Bij 20 procent korting reken je keer 0,8, want dat houd je over.
procent
Een honderdste deel. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.
verhoudingstabel
Een tabel met twee rijen waarin je met de onderste rij precies hetzelfde doet als met de bovenste. Zo reken je van de ene verhouding naar de andere.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

In het examen

De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak