Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
hellingsgetal
Hoeveel een lineair verband per stap stijgt of daalt. In de formule is het het getal vóór de letter.
-
gelijkvormig
Twee figuren hebben dezelfde vorm, met gelijke hoeken en zijden die allemaal met hetzelfde getal vergroot zijn.
-
sinus
De verhouding tussen de overstaande zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
-
complementregel
De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt. Handig bij vragen met minstens één.
-
schuine zijde
De langste zijde van een rechthoekige driehoek, tegenover de rechte hoek. In Pythagoras is dat de zijde die alleen staat.
-
oppervlakte
Hoeveel vlak er binnen de rand past. Die meet je in vierkante centimeter of vierkante meter.
-
rechthoekszijde
Een van de twee korte zijden van een rechthoekige driehoek, die samen de rechte hoek vormen.
-
overstaande zijde
De zijde die tegenover de hoek ligt waar je naar kijkt. Welke dat is hangt dus af van de hoek, niet van de driehoek.
-
grafiek
Een tekening van een verband in een assenstelsel. Daaraan zie je de vorm, bijvoorbeeld of het recht of krom loopt.
-
omtrek
De lengte van de rand van een figuur. Die meet je in centimeter of meter.
-
groeifactor
Het getal waarmee je bij exponentiële groei elke stap vermenigvuldigt. Boven 1 groeit het, onder 1 krimpt het.
-
kans
Het aantal gunstige uitkomsten gedeeld door het totale aantal uitkomsten, zolang elke uitkomst even waarschijnlijk is.
-
exponentieel verband
Een verband waarbij je per stap steeds keer hetzelfde getal gaat. De grafiek loopt eerst vlak en daarna steeds steiler.
-
tabel
Een rijtje bij elkaar horende waarden. Handig om een losse waarde op te zoeken of in te vullen.
-
inhoud
Hoeveel ruimte een figuur inneemt, gemeten in kubieke centimeter of liter. Bij een prisma of cilinder is het grondvlak maal hoogte.
-
mediaan
Het middelste getal als je alles op volgorde zet. Bij een even aantal neem je het gemiddelde van de twee middelste.
-
straal
De afstand van het midden van een cirkel tot de rand. Dat is de helft van de diameter, en in de formules staat de straal.
-
modus
Het getal dat het vaakst voorkomt. Er kunnen er ook meer zijn.
-
oppervlaktemaat
Een maat voor vlak, zoals vierkante meter. Elke trede is hier een factor 100, want je rekent in twee richtingen tegelijk.
-
kortingsfactor
Het getal waarmee je in één keer vermenigvuldigt om een korting te verwerken. Bij 20 procent korting reken je keer 0,8, want dat houd je over.
-
hoogte van een driehoek
De afstand van de top tot de basis, loodrecht gemeten. Dat is niet hetzelfde als een schuine zijde.
-
verhaalsom
Een opgave in gewone taal. Je leest hem, vertaalt naar wiskunde, rekent, en vertaalt het antwoord terug naar de situatie.
-
lengtemaat
Een maat voor afstand, zoals meter of centimeter. Elke trede op de maatladder is bij lengte een factor 10.
-
procent
Een honderdste deel. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.
-
aanliggende zijde
De zijde die de hoek raakt waar je naar kijkt en die niet de schuine zijde is.
-
verhoudingstabel
Een tabel met twee rijen waarin je met de onderste rij precies hetzelfde doet als met de bovenste. Zo reken je van de ene verhouding naar de andere.
-
onafhankelijke gebeurtenis
Een gebeurtenis waarvan de kans niet verandert door wat er daarvoor gebeurde. Een munt heeft geen geheugen.
-
stelling van Pythagoras
In een rechthoekige driehoek zijn de twee korte zijden in het kwadraat samen gelijk aan de lange zijde in het kwadraat.
-
tangens
De verhouding tussen de overstaande zijde en de aanliggende zijde van een rechthoekige driehoek.
-
cosinus
De verhouding tussen de aanliggende zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
-
gemiddelde
Alles bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal. Eén heel hoge of lage waarde trekt het flink scheef.
-
schaal
De verhouding tussen een lengte op de tekening en de echte lengte. Bij 1 op 100 is 1 centimeter op papier 1 meter in het echt.
-
rechthoekige driehoek
Een driehoek met een hoek van 90 graden. Alleen daar geldt de stelling van Pythagoras.
-
boomdiagram
Een tekening waarin elke keuze of worp een vertakking is. Langs een tak vermenigvuldig je de kansen.
-
eenheidsprijs
De prijs van één stuk of van één eenheid. Via die tussenstap reken je makkelijk naar elk ander aantal.
-
balansmethode
Een vergelijking oplossen door links en rechts precies hetzelfde te doen. Blijft het in balans, dan blijft de oplossing kloppen.
-
inhoudsmaat
Een maat voor ruimte, zoals kubieke meter of liter. Elke trede is een factor 1000, want je rekent in drie richtingen tegelijk.
-
formule
Een rekenregel met letters, waarmee je ook waarden uitrekent die niet in de tabel staan.
-
startgetal
De waarde waar een lineair verband bij nul begint. In de grafiek is dat de hoogte waar de lijn de verticale as snijdt.
-
lineair verband
Een verband waarbij er per stap steeds hetzelfde bij komt. De grafiek is een rechte lijn.