Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
schaal
De verhouding tussen een lengte op de tekening en de echte lengte. Bij 1 op 100 is 1 centimeter op papier 1 meter in het echt.
-
tabel
Een rijtje bij elkaar horende waarden. Handig om een losse waarde op te zoeken of in te vullen.
-
modus
Het getal dat het vaakst voorkomt. Er kunnen er ook meer zijn.
-
vergrotingsfactor
Het getal waarmee je elke lengte vermenigvuldigt. De oppervlakte gaat dan keer dat getal in het kwadraat.
-
oppervlakte
Hoeveel vlak er binnen de rand past. Die meet je in vierkante centimeter of vierkante meter.
-
inhoud
Hoeveel ruimte een figuur inneemt, gemeten in kubieke centimeter of liter. Bij een prisma of cilinder is het grondvlak maal hoogte.
-
straal
De afstand van het midden van een cirkel tot de rand. Dat is de helft van de diameter, en in de formules staat de straal.
-
verhoudingstabel
Een tabel met twee rijen waarin je met de onderste rij precies hetzelfde doet als met de bovenste. Zo reken je van de ene verhouding naar de andere.
-
gelijkvormig
Twee figuren hebben dezelfde vorm, met gelijke hoeken en zijden die allemaal met hetzelfde getal vergroot zijn.
-
rechthoekige driehoek
Een driehoek met een hoek van 90 graden. Alleen daar geldt de stelling van Pythagoras.
-
formule
Een rekenregel met letters, waarmee je ook waarden uitrekent die niet in de tabel staan.
-
vergelijking
Een som met een isgelijkteken en een onbekende erin. Oplossen is uitzoeken welk getal die onbekende moet zijn.
-
exponentieel verband
Een verband waarbij je per stap steeds keer hetzelfde getal gaat. De grafiek loopt eerst vlak en daarna steeds steiler.
-
verhaalsom
Een opgave in gewone taal. Je leest hem, vertaalt naar wiskunde, rekent, en vertaalt het antwoord terug naar de situatie.
-
sinus
De verhouding tussen de overstaande zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
-
procent
Een honderdste deel. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.
-
groeifactor
Het getal waarmee je bij exponentiële groei elke stap vermenigvuldigt. Boven 1 groeit het, onder 1 krimpt het.
-
lineair verband
Een verband waarbij er per stap steeds hetzelfde bij komt. De grafiek is een rechte lijn.
-
cosinus
De verhouding tussen de aanliggende zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek.
-
rechthoekszijde
Een van de twee korte zijden van een rechthoekige driehoek, die samen de rechte hoek vormen.