Begrippenlijst
mavo42 begrippen die je bij Wiskunde op mavo moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.
A 1
- aanliggende zijde WI/K/6
- De zijde die de hoek raakt waar je naar kijkt en die niet de schuine zijde is. Naar de les
B 2
- balansmethode WI/K/4
- Een vergelijking oplossen door links en rechts precies hetzelfde te doen. Blijft het in balans, dan blijft de oplossing kloppen. Naar de les
- boomdiagram WI/K/7
- Een tekening waarin elke keuze of worp een vertakking is. Langs een tak vermenigvuldig je de kansen. Naar de les
C 2
- complementregel WI/K/7
- De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt. Handig bij vragen met minstens één. Naar de les
- cosinus WI/K/6
- De verhouding tussen de aanliggende zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek. Naar de les
E 2
- eenheidsprijs WI/K/5
- De prijs van één stuk of van één eenheid. Via die tussenstap reken je makkelijk naar elk ander aantal. Naar de les
- exponentieel verband WI/K/4
- Een verband waarbij je per stap steeds keer hetzelfde getal gaat. De grafiek loopt eerst vlak en daarna steeds steiler. Naar de les
F 1
- formule WI/K/4
- Een rekenregel met letters, waarmee je ook waarden uitrekent die niet in de tabel staan. Naar de les
G 4
- gelijkvormig WI/K/6
- Twee figuren hebben dezelfde vorm, met gelijke hoeken en zijden die allemaal met hetzelfde getal vergroot zijn. Naar de les
- gemiddelde WI/K/7
- Alles bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal. Eén heel hoge of lage waarde trekt het flink scheef. Naar de les
- grafiek WI/K/4
- Een tekening van een verband in een assenstelsel. Daaraan zie je de vorm, bijvoorbeeld of het recht of krom loopt. Naar de les
- groeifactor WI/K/4
- Het getal waarmee je bij exponentiële groei elke stap vermenigvuldigt. Boven 1 groeit het, onder 1 krimpt het. Naar de les
H 2
- hellingsgetal WI/K/4
- Hoeveel een lineair verband per stap stijgt of daalt. In de formule is het het getal vóór de letter. Naar de les
- hoogte van een driehoek WI/K/6
- De afstand van de top tot de basis, loodrecht gemeten. Dat is niet hetzelfde als een schuine zijde. Naar de les
I 2
- inhoud WI/K/6
- Hoeveel ruimte een figuur inneemt, gemeten in kubieke centimeter of liter. Bij een prisma of cilinder is het grondvlak maal hoogte. Naar de les
- inhoudsmaat WI/K/5
- Een maat voor ruimte, zoals kubieke meter of liter. Elke trede is een factor 1000, want je rekent in drie richtingen tegelijk. Naar de les
K 2
- kans WI/K/7
- Het aantal gunstige uitkomsten gedeeld door het totale aantal uitkomsten, zolang elke uitkomst even waarschijnlijk is. Naar de les
- kortingsfactor WI/K/5
- Het getal waarmee je in één keer vermenigvuldigt om een korting te verwerken. Bij 20 procent korting reken je keer 0,8, want dat houd je over. Naar de les
L 2
- lengtemaat WI/K/5
- Een maat voor afstand, zoals meter of centimeter. Elke trede op de maatladder is bij lengte een factor 10. Naar de les
- lineair verband WI/K/4
- Een verband waarbij er per stap steeds hetzelfde bij komt. De grafiek is een rechte lijn. Naar de les
M 2
- mediaan WI/K/7
- Het middelste getal als je alles op volgorde zet. Bij een even aantal neem je het gemiddelde van de twee middelste. Naar de les
- modus WI/K/7
- Het getal dat het vaakst voorkomt. Er kunnen er ook meer zijn. Naar de les
O 5
- omtrek WI/K/6
- De lengte van de rand van een figuur. Die meet je in centimeter of meter. Naar de les
- onafhankelijke gebeurtenis WI/K/7
- Een gebeurtenis waarvan de kans niet verandert door wat er daarvoor gebeurde. Een munt heeft geen geheugen. Naar de les
- oppervlakte WI/K/6
- Hoeveel vlak er binnen de rand past. Die meet je in vierkante centimeter of vierkante meter. Naar de les
- oppervlaktemaat WI/K/5
- Een maat voor vlak, zoals vierkante meter. Elke trede is hier een factor 100, want je rekent in twee richtingen tegelijk. Naar de les
- overstaande zijde WI/K/6
- De zijde die tegenover de hoek ligt waar je naar kijkt. Welke dat is hangt dus af van de hoek, niet van de driehoek. Naar de les
P 1
- procent WI/K/5
- Een honderdste deel. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat. Naar de les
R 2
- rechthoekige driehoek WI/K/6
- Een driehoek met een hoek van 90 graden. Alleen daar geldt de stelling van Pythagoras. Naar de les
- rechthoekszijde WI/K/6
- Een van de twee korte zijden van een rechthoekige driehoek, die samen de rechte hoek vormen. Naar de les
S 6
- schaal WI/K/6
- De verhouding tussen een lengte op de tekening en de echte lengte. Bij 1 op 100 is 1 centimeter op papier 1 meter in het echt. Naar de les
- schuine zijde WI/K/6
- De langste zijde van een rechthoekige driehoek, tegenover de rechte hoek. In Pythagoras is dat de zijde die alleen staat. Naar de les
- sinus WI/K/6
- De verhouding tussen de overstaande zijde en de schuine zijde van een rechthoekige driehoek. Naar de les
- startgetal WI/K/4
- De waarde waar een lineair verband bij nul begint. In de grafiek is dat de hoogte waar de lijn de verticale as snijdt. Naar de les
- stelling van Pythagoras WI/K/6
- In een rechthoekige driehoek zijn de twee korte zijden in het kwadraat samen gelijk aan de lange zijde in het kwadraat. Naar de les
- straal WI/K/6
- De afstand van het midden van een cirkel tot de rand. Dat is de helft van de diameter, en in de formules staat de straal. Naar de les
T 2
- tabel WI/K/4
- Een rijtje bij elkaar horende waarden. Handig om een losse waarde op te zoeken of in te vullen. Naar de les
- tangens WI/K/6
- De verhouding tussen de overstaande zijde en de aanliggende zijde van een rechthoekige driehoek. Naar de les
V 4
- vergelijking WI/K/4
- Een som met een isgelijkteken en een onbekende erin. Oplossen is uitzoeken welk getal die onbekende moet zijn. Naar de les
- vergrotingsfactor WI/K/6
- Het getal waarmee je elke lengte vermenigvuldigt. De oppervlakte gaat dan keer dat getal in het kwadraat. Naar de les
- verhaalsom WI/K/8
- Een opgave in gewone taal. Je leest hem, vertaalt naar wiskunde, rekent, en vertaalt het antwoord terug naar de situatie. Naar de les
- verhoudingstabel WI/K/5
- Een tabel met twee rijen waarin je met de onderste rij precies hetzelfde doet als met de bovenste. Zo reken je van de ene verhouding naar de andere. Naar de les
Geen begrip gevonden. Probeer een ander woord.