Rekenen met een verhoudingstabel
Ongeveer 9 minuten. Wat je boven doet, doe je onder ook. Meer is het niet.
Waarom via een handig is
Weet je wat er bij een hoort, dan kun je naar elk ander getal. Die stap heet de prijs per stuk of de eenheidsprijs.
Soms kan het sneller. Van 3 naar 6 is gewoon keer twee, dan hoef je niet eerst naar een.
De tabel werkt ook bij schaal, bij procenten en bij snelheid. Overal waar twee getallen in dezelfde verhouding meegroeien.
Een tabel invullen
De pijl boven en de pijl onder zijn altijd dezelfde bewerking.
Procenten in dezelfde tabel
Zet 100 procent neer
Boven de procenten, onder de euro's. Het geheel is altijd 100 procent, ook als dat getal niet in de vraag staat.
Ga naar 1 procent
Deel door 100. Dat is de handigste tussenstap, want van 1 procent kom je bij elk percentage.
Ga naar wat je zoekt
Vermenigvuldig met het percentage dat gevraagd wordt. Voor 23 procent dus keer 23.
Let op kortingen
Bij 20 procent korting betaal je 80 procent. Reken met wat je overhoudt, dan hoef je niet af te trekken.
De fout die bijna iedereen maakt
Een prijs gaat eerst 10 procent omhoog en daarna 10 procent omlaag.
Van 100 euro naar 110, en 10 procent van 110 is 11. Dus 110 min 11 is 99. De tweede keer reken je over een ander geheel, en daarom kom je niet uit op waar je begon.
Controleer of het logisch is
Meer broodjes moeten meer kosten. Komt er bij 8 broodjes een lager bedrag uit dan bij 3, dan heb je vermenigvuldigd waar je moest delen. Die controle kost een seconde.
Check jezelf
Wat mag je in een verhoudingstabel doen?
4 pennen kosten 6 euro. Wat kosten er 10?
Je krijgt 25 procent korting. Met welk percentage reken je het handigst?
Een prijs stijgt 20 procent en daalt daarna 20 procent. Wat klopt?
In jouw boek
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.