Gelijkvormig en op schaal
Ongeveer 9 minuten. Dezelfde vorm, een ander formaat. De hoeken blijven precies wat ze waren.
Schaal is hetzelfde idee
Op een kaart met schaal 1 op 25000 is 1 centimeter op papier 25000 centimeter in het echt, dus 250 meter.
De vergrotingsfactor is het getal waarmee je elke lengte vermenigvuldigt. Van een kaart naar de werkelijkheid is dat het tweede getal van de schaal.
Een hoek verandert niet bij vergroten. Daarom lijkt een plattegrond op het gebouw, al is hij honderd keer kleiner.
Twee keer zo groot
De factor werkt bij oppervlakte twee keer door en bij inhoud drie keer.
Een onbekende zijde vinden
Leg de figuren naast elkaar
Zoek bij elke zijde van de ene figuur de zijde die er in de andere bij hoort. Gelijke hoeken wijzen de weg.
Bereken de factor
Deel een zijde van de grote door de bijbehorende zijde van de kleine. Dat getal geldt voor alle zijden.
Pas hem toe
Vermenigvuldig de zijde die je zoekt met die factor, of deel juist als je van groot naar klein gaat.
Controleer met een tweede zijde
Reken de factor nog een keer uit met een ander zijdenpaar. Komt er iets anders uit, dan zijn de figuren niet gelijkvormig of heb je de verkeerde zijden gekoppeld.
De fout die bijna iedereen maakt
Een foto wordt twee keer zo breed en twee keer zo hoog afgedrukt.
De breedte verdubbelt en de hoogte ook. De oppervlakte is breedte maal hoogte, dus die wordt 2 maal 2 is vier keer zo groot. Bij inhoud is het zelfs 2 maal 2 maal 2 is acht keer.
Van schaal naar werkelijkheid
Zet de schaal in een verhoudingstabel. Boven de centimeters op de kaart, onder de centimeters in het echt. Daarna reken je het antwoord om naar meters of kilometers.
Check jezelf
Wat blijft gelijk bij gelijkvormige figuren?
Een figuur wordt 3 keer zo groot. Wat gebeurt er met de oppervlakte?
Op een kaart met schaal 1 op 50000 is iets 4 centimeter. Hoe ver is dat echt?
Hoe controleer je of twee figuren gelijkvormig zijn?
In jouw boek
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.