Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. hydrolyse

    Het omgekeerde van een condensatiereactie: met water valt een groot molecuul weer uiteen in zijn delen. In je darmen wordt zetmeel zo tot glucose afgebroken.

    Naar de les over Een synthese plannen

  2. additie

    Een reactie waarbij een deeltje aan een dubbele binding wordt gekoppeld zonder dat er iets afgaat. Alle atomen komen in het product terecht.

    Naar de les over Een synthese plannen

  3. evenwicht verschuiven

    Een evenwicht reageert op een verandering door de kant op te gaan die de verandering deels opheft. Meer beginstof, een lagere temperatuur bij een exotherme reactie of een hogere druk bij minder gasdeeltjes rechts: allemaal duwen ze het evenwicht naar rechts.

    Naar de les over Rekenen aan een evenwicht

  4. persistent

    Niet of nauwelijks afbreekbaar. Een persistente stof blijft jaren tot eeuwen in het milieu, en dan telt ook een lage concentratie op den duur op.

    Naar de les over Een milieueffect in kaart

  5. toevallige fout

    Een fout die de ene keer te hoog en de andere keer te laag uitvalt, bijvoorbeeld door aflezen. Hier helpt vaker meten en het gemiddelde nemen.

    Naar de les over Meten, noteren en afronden

  6. edelgasconfiguratie

    Een volle buitenste elektronenschil, net als bij een edelgas. Atomen staan elektronen af, nemen ze op of delen ze om daar te komen; dat verklaart welke ionen en bindingen ontstaan.

    Naar de les over Welk deeltjesmodel kies je

  7. activeringsenergie

    De energie die deeltjes minstens nodig hebben om te kunnen reageren: de top in het energiediagram. Ook een exotherme reactie heeft die drempel, en daarom brandt benzine niet van zichzelf.

    Naar de les over De drempel en de katalysator

  8. gevarensymbool

    Het ruitvormige teken op een verpakking dat zegt wat voor gevaar de stof oplevert. Daarbij staan H-zinnen over het gevaar en P-zinnen over wat je moet doen.

    Naar de les over Veilig werken en zuiveren

  9. kloppend maken

    Zorgen dat er links en rechts van de pijl van elk element evenveel atomen staan, door coëfficiënten voor de formules te zetten. De formules zelf mag je nooit veranderen; dan maak je er een andere stof van.

    Naar de les over Behoudswetten als controle

  10. ester

    De stof die ontstaat als een alcohol en een carbonzuur met elkaar reageren, waarbij water vrijkomt. Esters ruiken vaak naar fruit en zitten in aroma, geurstof en vet.

    Naar de les over Een synthese plannen

  11. batchproces

    Een proces per portie: vullen, laten reageren, legen, schoonmaken. Handig voor kleine hoeveelheden en wisselende producten, zoals medicijnen.

    Naar de les over Een blokschema doorrekenen

  12. reactievergelijking

    De afkorting van een reactie: links de beginstoffen, rechts de reactieproducten, met een pijl ertussen. De fasen zet je erachter tussen haakjes, bijvoorbeeld (s), (l), (g) of (aq).

    Naar de les over Behoudswetten als controle

  13. programma van eisen

    De meetbare eisen die je vooraf aan een opstelling of een proces stelt. Zonder die eisen is achteraf niet te zeggen of het ontwerp werkt.

    Naar de les over Een opstelling die de vraag beantwoordt

  14. verbinding

    Een stof waarin twee of meer soorten atomen aan elkaar vast zitten, zoals water of keukenzout. Een verbinding heeft eigen eigenschappen, en niet die van de elementen waaruit hij is opgebouwd.

    Naar de les over Welk deeltjesmodel kies je

  15. fysisch proces

    Een proces waarbij geen nieuwe stof ontstaat, zoals smelten, oplossen en verdampen. De moleculen blijven heel, ze gaan alleen anders liggen. Je kunt het daarom meestal makkelijk terugdraaien.

    Naar de les over Waarom een stof reageert

  16. broeikasgas

    Een gas dat warmte in de atmosfeer vasthoudt, zoals CO2 en methaan. Daarom telt bij een proces niet alleen hoeveel energie het kost, maar ook welk gas erbij vrijkomt.

    Naar de les over Een milieueffect in kaart

  17. vrij elektronenpaar

    Een paar elektronen dat geen binding vormt. Zo n paar kan een plek met elektronentekort aanvallen, en dat is de eerste stap van veel reacties.

    Naar de les over Welk deeltjesmodel kies je

  18. chromatografie

    Scheiden op een verschil in aanhechting en meelopen, bijvoorbeeld op papier. De stof die zich het minst vastgrijpt komt het verst mee, en zo zie je hoeveel stoffen er in een mengsel zitten.

    Naar de les over Scheiden en analyseren kiezen

  19. eiwit

    Een polymeer van aminozuren, aan elkaar geregen met amidebindingen. De volgorde van de aminozuren bepaalt de vorm, en de vorm bepaalt wat het eiwit doet.

    Naar de les over Chemie in een cel

  20. molair volume

    Het volume dat een mol gas inneemt bij een genoemde druk en temperatuur. Hiermee reken je van gasvolume naar mol en terug.

    Naar de les over Rekenen aan een proces

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 159 begrippen.

2 onderwerpen
15 onderwerpen
11 onderwerpen
6 onderwerpen
5 onderwerpen
7 onderwerpen
Begin opnieuw