Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

10 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. stookwaarde

    De energie die vrijkomt bij het verbranden van een hoeveelheid brandstof, bijvoorbeeld in joule per gram. Je zoekt hem op en gebruikt hem om brandstoffen eerlijk te vergelijken.

    Naar de les over Energie in de industrie

  2. oplosbaarheid

    Hoeveel van een stof er maximaal in een hoeveelheid oplosmiddel kan oplossen. Je zoekt het op in een tabel; het hangt af van de temperatuur en van hoe polair de stoffen zijn.

    Naar de les over Scheiden en analyseren kiezen

  3. significante cijfers

    De cijfers in een uitkomst die echt iets zeggen over hoe nauwkeurig je gemeten hebt. Bij vermenigvuldigen en delen houd je er zo veel over als de minst nauwkeurige meting had, dus niet alles wat de rekenmachine toont.

    Naar de les over Meten, noteren en afronden

  4. blanco meting

    Een meting zonder de stof die je onderzoekt, met al het andere hetzelfde. Zo weet je wat de opstelling zelf al geeft, en kun je dat van je uitkomst aftrekken.

    Naar de les over Van vraag naar onderzoeksopzet

  5. onderzoeksvraag

    Een vraag die meetbaar is: met een grootheid, een eenheid en een afgebakende situatie. Zonder die drie valt er geen conclusie uit te trekken.

    Naar de les over Je eigen onderzoeksopdracht

  6. substraat

    De stof waar een enzym op past en mee werkt. Het past in de holte van het enzym als een sleutel in een slot.

    Naar de les over Waarom een stof kieskeurig is

  7. aflopende reactie

    Een reactie die doorgaat tot een van de beginstoffen op is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een product als gas ontsnapt of neerslaat, zodat het niet kan terugreageren.

    Naar de les over Rekenen aan een evenwicht

  8. biomassa

    Grondstof uit levend of recent levend materiaal, zoals hout, mais of afval uit de landbouw. De koolstof erin komt uit de lucht, dus bij verbranden gaat hij terug naar waar hij vandaan kwam.

    Naar de les over Energiebronnen vergelijken

  9. reactievergelijking

    De afkorting van een reactie: links de beginstoffen, rechts de reactieproducten, met een pijl ertussen. De fasen zet je erachter tussen haakjes, bijvoorbeeld (s), (l), (g) of (aq).

    Naar de les over Behoudswetten als controle

  10. overmaat

    De stof die er meer is dan nodig en die dus niet opraakt. De andere stof bepaalt hoeveel product je krijgt; die heet de stof in ondermaat of de beperkende stof. Reken altijd met de stof in ondermaat.

    Naar de les over Rekenen aan een proces

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 159 begrippen.

2 onderwerpen
15 onderwerpen
11 onderwerpen
6 onderwerpen
5 onderwerpen
7 onderwerpen
Begin opnieuw