Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
suspensie
Een mengsel waarin vaste deeltjes zweven die je nog kunt zien, zoals modderwater. Met filtreren haal je ze eruit.
-
endotherm
Een reactie waarbij juist warmte nodig is. De omgeving wordt kouder of je moet blijven verwarmen.
-
dichtheid
De massa van een stof per eenheid volume, bijvoorbeeld in gram per kubieke centimeter. Het is een stofeigenschap, dus onafhankelijk van hoe groot je stuk is.
-
thermoplast
Een plastic dat zacht wordt als je het verwarmt. Daardoor is het om te smelten en opnieuw te vormen.
-
destilleren
Een mengsel scheiden op kookpunt, door te verdampen en de damp weer op te vangen. Zo wordt aardolie in fracties gesplitst.
-
lakmoes
Een indicator die rood is in zuur en blauw in basisch. Hij zegt welke kant het op is, niet hoeveel.
-
legering
Een mengsel van metalen, zoals brons, messing of staal. Een legering heeft vaak betere eigenschappen dan het metaal alleen.
-
exotherm
Een reactie waarbij warmte vrijkomt, zoals een verbranding. De omgeving wordt warmer.
-
actieve kool
Kool met een enorm oppervlak vol poriën. Daaraan blijven smaakstoffen en vuil hangen, zodat het water schoner wordt.
-
erts
Gesteente waarin een metaal aan andere stoffen gebonden zit. Met een reactie haal je het metaal eruit.
-
werkwijze
Het deel van een verslag waarin staat wat je precies hebt gedaan. Zo opgeschreven dat iemand anders de proef kan overdoen.
-
zoet water
Water met weinig opgelost zout, zoals in een rivier of een meer. Toch nog niet zomaar drinkbaar.
-
thermoharder
Een plastic dat hard blijft bij verwarmen en eerder verbrandt dan smelt. Dat is dus niet om te smelten.
-
kraken
Lange moleculen uit aardolie in kortere breken. Dat levert extra benzine op, waar meer vraag naar is.
-
grondwater
Water dat in de bodem is gezakt en daarbij door zand en grind is gegaan. Daardoor is het vrij schoon.
-
reactieproduct
Een stof die bij een reactie ontstaat. Die staat rechts van de pijl in de reactievergelijking.
-
ontbrandingspunt
De temperatuur die een stof minstens moet hebben om te gaan branden. Koel je eronder, dan dooft het vuur.
-
groep
Een kolom in het periodiek systeem. Elementen in dezelfde kolom lijken in hun gedrag op elkaar.
-
reactievergelijking
De schrijfwijze van een reactie, met de beginstoffen links en de reactieproducten rechts. Hij klopt pas als er voor en na de pijl evenveel atomen van elke soort staan.
-
bijtende stof
Een stof die je huid of je ogen aantast. Hij blijft doorwerken zolang hij erop zit, ook als je nog niets voelt.
-
indicator
Een stof die van kleur verandert bij een bepaalde pH. Daarmee zie je of iets zuur of basisch is.
-
polymerisatie
De reactie waarbij monomeren aan elkaar worden gekoppeld tot een polymeer.
-
fenolftaleïne
Een indicator die kleurloos is in zuur en roze in basisch. Handig bij een titratie van een zuur met een sterke base.
-
element
Een stof die uit één soort atoom bestaat, zoals zuurstof of ijzer. Elk element heeft een symbool van één of twee letters.
-
emulsie
Een mengsel van vet en water dat niet uit elkaar valt, zoals een crème of melk.
-
demiwater
Water waar ook de opgeloste zouten uit zijn gehaald. Het wordt gebruikt waar aanslag een probleem is.
-
faseovergang
Een verandering tussen vast, vloeibaar en gas. De stof blijft dezelfde, dus het is geen chemische reactie.
-
mengsel
Twee of meer stoffen door elkaar. Een mengsel smelt en kookt over een traject en is met een scheidingsmethode te splitsen.
-
periodiek systeem
De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af.
-
zeewater
Water met veel opgelost zout erin. Pas na ontzilting kun je het drinken.
-
zure oplossing
Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7.
-
stofeigenschap
Een eigenschap die bij de stof zelf hoort en niet bij het stuk dat je vasthebt, zoals kookpunt, dichtheid en kleur.
-
behoud van massa
Bij een chemische reactie is de massa van de beginstoffen samen gelijk aan die van de reactieproducten samen. Er verdwijnt niets, het ziet er alleen anders uit.
-
molecuul
Twee of meer atomen die aan elkaar vastzitten. Water en zuurstof bestaan uit moleculen.
-
zuivere stof
Een stof die uit één soort deeltje bestaat. Die heeft een vast smeltpunt en een vast kookpunt, dus geen traject.
-
oplosmiddel
Een vloeistof waarin een andere stof oplost, zoals wasbenzine voor vet. Dat is een andere aanpak dan zeep.
-
hard water
Water met veel opgeloste kalk erin. Daar heb je meer wasmiddel voor nodig en je krijgt er eerder aanslag van.
-
wasmiddel
Een stof met moleculen die aan één kant van water houden en aan de andere kant van vet. Zo neemt water het vet alsnog mee.
-
titratie
Een meting waarbij je druppelsgewijs een oplossing met bekende sterkte toevoegt, tot de reactie precies klaar is. Daarmee bereken je de onbekende sterkte.
-
leidingwater
Gezuiverd water uit de kraan, veilig om te drinken. Er zitten nog wat opgeloste zouten in.