Atomen, moleculen en ionen
Ongeveer 9 minuten. Drie deeltjes, en aan het soort zie je met wat voor stof je te maken hebt.
Twee soorten stoffen
In een moleculaire stof zitten moleculen. Water, suiker en koolstofdioxide zijn daar voorbeelden van. Die stoffen geleiden geen stroom, ook niet opgelost.
In een zout zitten ionen, positieve en negatieve door elkaar in een rooster. Keukenzout is er een, en kalk ook.
Een zout geleidt wel stroom zodra de ionen kunnen bewegen, dus in een oplossing of gesmolten. In vaste vorm zitten ze vast en gebeurt er niets.
Drie soorten deeltjes
Aan het deeltje zie je of een stof moleculair is of een zout.
Wat er bij een reactie gebeurt
Begin bij de beginstoffen
Links van de pijl staan de stoffen waarmee je begint. Die bestaan uit moleculen of ionen.
Verbreek de bindingen
De atomen laten elkaar los. De atomen zelf blijven heel, alleen de manier waarop ze aan elkaar zitten verandert.
Maak nieuwe bindingen
Dezelfde atomen gaan in een andere combinatie aan elkaar vast. Zo ontstaan de reactieproducten rechts van de pijl.
Tel na
Er gaat geen atoom verloren en er komt er geen bij. Voor en na de pijl staan precies evenveel atomen van elke soort.
De fout die bijna iedereen maakt
Vast keukenzout geleidt geen stroom. Er zitten toch ionen in?
Stroom is bewegende lading. In een vast rooster zitten de ionen op hun plek en kan er niets stromen. Los je het zout op of smelt je het, dan komen ze los en geleidt het wel.
Een index geldt alleen voor het teken ervoor
In H2O staat de 2 bij de waterstof, dus twee waterstofatomen en een zuurstofatoom. In Ca(OH)2 geldt de 2 voor alles tussen de haakjes, dus twee keer O en twee keer H.
Atomen, moleculen en ionen
Check jezelf
Wat is een ion?
Welke stof bestaat uit ionen?
Wanneer geleidt een zout stroom?
Wat gebeurt er met de atomen bij een chemische reactie?
In jouw boek
De begrippen uit deze les
- atoom
- Het kleinste deeltje van een element. Alles om je heen is eruit opgebouwd.
- ion
- Een deeltje met een elektrische lading, positief of negatief. In een zout zitten positieve en negatieve ionen bij elkaar.
- moleculaire stof
- Een stof die uit moleculen bestaat. Bij de naam hoort een voorvoegsel dat zegt hoeveel atomen er in het molecuul zitten.
- molecuul
- Twee of meer atomen die aan elkaar vastzitten. Water en zuurstof bestaan uit moleculen.
- reactieproduct
- Een stof die bij een reactie ontstaat. Die staat rechts van de pijl in de reactievergelijking.
- zout
- Een stof die uit ionen bestaat, positieve en negatieve netjes verdeeld in een rooster. De ladingen bepalen de verhouding, dus voorvoegsels gebruik je niet.
In het examen
- 2026, tijdvak 1vragen 13, 26, 27 en 39ExamenAntwoorden
- 2026, tijdvak 2vragen 8, 10, 16, 35 en 43ExamenAntwoorden
- 2025, tijdvak 1vragen 6, 28, 29, 42 en 44ExamenAntwoorden
- 2025, tijdvak 2vragen 1, 25, 26, 30 en 33ExamenAntwoorden
- 2024, tijdvak 1vragen 1, 8, 31 en 47ExamenAntwoorden
- 2024, tijdvak 2vragen 10, 18 en 34ExamenAntwoorden
De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 26-10-2026.