Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. pH-meter

    Een apparaat dat de pH elektrisch meet en een getal met een decimaal geeft. Nauwkeuriger dan een indicator.

    Naar de les over Meten hoe zuur iets is

  2. hard water

    Water met veel opgeloste kalk erin. Daar heb je meer wasmiddel voor nodig en je krijgt er eerder aanslag van.

    Naar de les over Van bron tot kraan

  3. demiwater

    Water waar ook de opgeloste zouten uit zijn gehaald. Het wordt gebruikt waar aanslag een probleem is.

    Naar de les over Welk water is het

  4. onvolledige verbranding

    Een verbranding met te weinig zuurstof. Dan ontstaat er ook roet en koolstofmono-oxide.

    Naar de les over Verbranden en blussen

  5. ontzilting

    Het zout uit zeewater halen, zodat je er drinkwater van kunt maken. Dat kost veel energie.

    Naar de les over Welk water is het

  6. periodiek systeem

    De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af.

    Naar de les over Het periodiek systeem lezen

  7. bijtende stof

    Een stof die je huid of je ogen aantast. Hij blijft doorwerken zolang hij erop zit, ook als je nog niets voelt.

    Naar de les over Gevaarlijke stoffen herkennen

  8. brak water

    Water waar zoet en zout water zich mengen, bijvoorbeeld waar een rivier in zee stroomt.

    Naar de les over Welk water is het

  9. base

    Een stof die in water hydroxide-ionen afgeeft, zoals natronloog of ammonia.

    Naar de les over Zuur, neutraal of basisch

  10. polymerisatie

    De reactie waarbij monomeren aan elkaar worden gekoppeld tot een polymeer.

    Naar de les over Van klein molecuul naar plastic

  11. fractie

    Een stuk uit de destillatietoren dat op ongeveer hetzelfde kookpunt naar buiten komt. Het is nog steeds een mengsel, alleen een smaller.

    Naar de les over Aardolie scheiden in een raffinaderij

  12. kraken

    Lange moleculen uit aardolie in kortere breken. Dat levert extra benzine op, waar meer vraag naar is.

    Naar de les over Aardolie scheiden in een raffinaderij

  13. edel metaal

    Een metaal dat niet met zuurstof reageert, zoals goud. Het komt in de natuur als zuiver metaal voor.

    Naar de les over Metalen uit de grond halen

  14. atoom

    Het kleinste deeltje van een element. Alles om je heen is eruit opgebouwd.

    Naar de les over Atomen, moleculen en ionen

  15. exotherm

    Een reactie waarbij warmte vrijkomt, zoals een verbranding. De omgeving wordt warmer.

    Naar de les over Wanneer is het een chemische reactie

  16. zure oplossing

    Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7.

    Naar de les over Zuur, neutraal of basisch

  17. destilleren

    Een mengsel scheiden op kookpunt, door te verdampen en de damp weer op te vangen. Zo wordt aardolie in fracties gesplitst.

    Naar de les over Aardolie scheiden in een raffinaderij

  18. endotherm

    Een reactie waarbij juist warmte nodig is. De omgeving wordt kouder of je moet blijven verwarmen.

    Naar de les over Wanneer is het een chemische reactie

  19. suspensie

    Een mengsel waarin vaste deeltjes zweven die je nog kunt zien, zoals modderwater. Met filtreren haal je ze eruit.

    Naar de les over Zuivere stof of mengsel

  20. zandfilter

    Een laag zand waar water doorheen gaat, zodat de kleine zwevende deeltjes achterblijven.

    Naar de les over Van bron tot kraan

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 80 begrippen.

4 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
3 onderwerpen
3 onderwerpen
Begin opnieuw