Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
natuurlijke groei
Het geboortecijfer min het sterftecijfer, zonder migratie meegeteld.
Naar de les over Bevolkingsgroei en de demografische transitie
-
vergrijzing
Een groeiend aandeel ouderen in de bevolking.
Naar de les over Bevolkingsgroei en de demografische transitie
-
globalisering
Het wereldwijd verweven raken van economie, cultuur en politiek.
-
buitenlandse investering
Geld dat een buitenlands bedrijf in een land steekt, bijvoorbeeld in een fabriek.
-
ontwikkelingsland
Een land met een laag inkomen per inwoner en vaak grote verschillen binnen het land.
-
ruimte voor de rivier
De rivier meer plaats geven, zodat de waterstand bij hoogwater lager blijft.
Naar de les over Overstromingen en wateroverlast in Nederland
-
demografische transitie
Het model waarin eerst het sterftecijfer daalt en pas daarna het geboortecijfer.
Naar de les over Bevolkingsgroei en de demografische transitie
-
delta
Het gebied bij de monding waar een rivier zich splitst en fijn materiaal afzet.
-
sedimentatie
Het afzetten van meegevoerd materiaal als de stroming vaart verliest.
-
luchtcirculatie
De grootschalige beweging van lucht, met stijgen bij de evenaar en dalen bij de keerkringen.
-
kwetsbaarheid
Hoe hard een samenleving door een natuurlijk gevaar geraakt wordt.
-
gentrificatie
Een oude wijk knapt op en wordt duurder, waardoor de oude bewoners verdwijnen.
-
toegevoegde waarde
De waarde die een stap in de keten aan een product toevoegt.
-
verwering
Het ter plekke uiteenvallen of oplossen van gesteente, zonder dat het wordt verplaatst.
-
meervoudig ruimtegebruik
Twee of meer functies combineren op dezelfde grond.
-
transforme plaatgrens
Een grens waar platen langs elkaar schuiven, met ondiepe aardbevingen.
-
gletsjer
Een massa ijs die langzaam beweegt en een breed dal met een U-vorm uitschuurt.
-
biosfeer
Alles wat leeft op aarde, en de ruimte waarin dat leeft.
-
schaalniveau
Het niveau waarop je kijkt, van mondiaal via nationaal naar lokaal.
-
centrum
Het gebied met de beslissingsmacht, het kapitaal en het kennisintensieve werk.
-
deelvraag
Een vraag over een stuk van de hoofdvraag, met eigen gegevens.
-
periferie
Het gebied dat vooral grondstoffen en eenvoudig werk levert.
-
legenda
De verklaring van de kleuren en tekens op een kaart.
-
convergente plaatgrens
Een grens waar platen naar elkaar toe bewegen en botsen.
-
landdegradatie
Achteruitgang van de bodem en de begroeiing, waardoor een gebied minder kan dragen.
-
handelsbalans
De waarde van de uitvoer tegenover de waarde van de invoer.
-
belanghebbende
Iemand die voor- of nadeel heeft van een plan, zoals een bewoner, een bedrijf of de gemeente.
-
stormvloedkering
Een beweegbare afsluiting die bij hoogwater dichtgaat.
Naar de les over Overstromingen en wateroverlast in Nederland
-
kaartschaal
Hoe sterk de werkelijkheid is verkleind. Een kleine schaal toont een groot gebied met weinig detail.
-
erosie
Het wegnemen en meevoeren van los materiaal door water, ijs, wind of zwaartekracht.
-
klimaat
Het gemiddelde weer over een lange reeks jaren.
-
platentektoniek
De beweging van de platen van de aardkorst over de stromende laag eronder.
-
mantel
De dikke laag onder de korst, waarin materiaal traag stroomt.
-
veldwerk
Zelf gegevens verzamelen in het gebied, door te tellen, te meten of waar te nemen.
-
productieketen
Alle stappen van grondstof tot winkel, vaak verdeeld over meerdere landen.
-
relatie
Een stroom van goederen, mensen, geld, water of informatie die twee gebieden verbindt.
-
dimensie
De invalshoek waarmee je kijkt, bijvoorbeeld natuurkundig, economisch, sociaal of politiek.
-
grensarbeid
Wonen aan de ene kant van een grens en werken aan de andere kant.
-
terugkoppeling
Een gevolg dat terugwerkt op de oorzaak en die versterkt of dempt.