Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
natuurlijke groei
Het geboortecijfer min het sterftecijfer, zonder migratie meegeteld.
Naar de les over Bevolkingsgroei en de demografische transitie
-
periferie
Het gebied dat vooral grondstoffen en eenvoudig werk levert.
-
semiperiferie
Het gebied met industrie en groei, terwijl de beslissingen en de merken elders zitten.
-
segregatie
Het ruimtelijk uit elkaar liggen van groepen in een stad.
-
centrum
Het gebied met de beslissingsmacht, het kapitaal en het kennisintensieve werk.
-
sterftecijfer
Het aantal sterfgevallen per duizend inwoners per jaar.
Naar de les over Bevolkingsgroei en de demografische transitie
-
ruimte voor de rivier
De rivier meer plaats geven, zodat de waterstand bij hoogwater lager blijft.
Naar de les over Overstromingen en wateroverlast in Nederland
-
vergrijzing
Een groeiend aandeel ouderen in de bevolking.
Naar de les over Bevolkingsgroei en de demografische transitie
-
convergente plaatgrens
Een grens waar platen naar elkaar toe bewegen en botsen.
-
bevolkingspiramide
Een grafiek die per leeftijdsgroep laat zien hoeveel mannen en vrouwen er zijn.
Naar de les over Bevolkingsgroei en de demografische transitie
-
platentektoniek
De beweging van de platen van de aardkorst over de stromende laag eronder.
-
transforme plaatgrens
Een grens waar platen langs elkaar schuiven, met ondiepe aardbevingen.
-
landdegradatie
Achteruitgang van de bodem en de begroeiing, waardoor een gebied minder kan dragen.
-
pullfactor
Een reden om naar een gebied toe te gaan, zoals werk, onderwijs of veiligheid.
-
gletsjer
Een massa ijs die langzaam beweegt en een breed dal met een U-vorm uitschuurt.
-
globalisering
Het wereldwijd verweven raken van economie, cultuur en politiek.
-
luchtcirculatie
De grootschalige beweging van lucht, met stijgen bij de evenaar en dalen bij de keerkringen.
-
lijzijde
De beschutte kant van een gebergte, waar de lucht daalt en het droog blijft.