Naar de inhoud
Inloggen

Aardrijkskunde havo

Begrippenlijst

havo

63 begrippen die je bij Aardrijkskunde op havo moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.

Overhoor jezelf op deze begrippen

A 2

aardkorst C2
De buitenste, dunne laag van de aarde, oceanisch of continentaal. Naar de les
atmosfeer C3
De laag lucht om de aarde. Naar de les

B 4

belanghebbende E2
Iemand die voor- of nadeel heeft van een plan, zoals een bewoner, een bedrijf of de gemeente. Naar de les
bevolkingspiramide B2
Een grafiek die per leeftijdsgroep laat zien hoeveel mannen en vrouwen er zijn. Naar de les
biosfeer C3
Alles wat leeft op aarde, en de ruimte waarin dat leeft. Naar de les
buitenlandse investering D1
Geld dat een buitenlands bedrijf in een land steekt, bijvoorbeeld in een fabriek. Naar de les

C 2

centrum B2
Het gebied met de beslissingsmacht, het kapitaal en het kennisintensieve werk. Naar de les
convergente plaatgrens C2
Een grens waar platen naar elkaar toe bewegen en botsen. Naar de les

D 6

deelvraag A2
Een vraag over een stuk van de hoofdvraag, met eigen gegevens. Naar de les
delta C2
Het gebied bij de monding waar een rivier zich splitst en fijn materiaal afzet. Naar de les
demografische transitie B2
Het model waarin eerst het sterftecijfer daalt en pas daarna het geboortecijfer. Naar de les
dimensie A1
De invalshoek waarmee je kijkt, bijvoorbeeld natuurkundig, economisch, sociaal of politiek. Naar de les
divergente plaatgrens C2
Een grens waar platen uit elkaar bewegen en nieuwe korst ontstaat. Naar de les
draagkracht D2
Wat een gebied duurzaam kan leveren zonder achteruit te gaan. Naar de les

E 2

erosie C2
Het wegnemen en meevoeren van los materiaal door water, ijs, wind of zwaartekracht. Naar de les
exportpakket D1
De goederen en diensten die een land uitvoert. Naar de les

G 6

geboortecijfer B2
Het aantal geboorten per duizend inwoners per jaar. Naar de les
gentrificatie E1
Een oude wijk knapt op en wordt duurder, waardoor de oude bewoners verdwijnen. Naar de les
gletsjer C2
Een massa ijs die langzaam beweegt en een breed dal met een U-vorm uitschuurt. Naar de les
globalisering B2
Het wereldwijd verweven raken van economie, cultuur en politiek. Naar de les
grensarbeid B1
Wonen aan de ene kant van een grens en werken aan de andere kant. Naar de les
groene druk B2
De verhouding tussen het aantal jongeren en de werkende bevolking. Naar de les

H 3

handelsbalans D1
De waarde van de uitvoer tegenover de waarde van de invoer. Naar de les
hoofdvraag A2
De vraag waar je onderzoek over gaat, met gebied, verschijnsel en schaalniveau erin. Naar de les
hydrosfeer C3
Al het water op aarde, in zee, op het land, in de bodem en in de lucht. Naar de les

I 1

importpakket D1
De goederen en diensten die een land invoert. Naar de les

K 4

kaartschaal A1
Hoe sterk de werkelijkheid is verkleind. Een kleine schaal toont een groot gebied met weinig detail. Naar de les
keerkring C2
De breedtecirkel waar de zon nog loodrecht kan staan en waar lucht daalt. Naar de les
klimaat C2
Het gemiddelde weer over een lange reeks jaren. Naar de les
kwetsbaarheid C2
Hoe hard een samenleving door een natuurlijk gevaar geraakt wordt. Naar de les

L 7

landdegradatie D2
Achteruitgang van de bodem en de begroeiing, waardoor een gebied minder kan dragen. Naar de les
leefbaarheid E1
Hoe prettig het is om in een gebied te wonen, met voorzieningen, groen en onderhoud. Naar de les
legenda A1
De verklaring van de kleuren en tekens op een kaart. Naar de les
lijzijde C2
De beschutte kant van een gebergte, waar de lucht daalt en het droog blijft. Naar de les
lithosfeer C3
De vaste buitenlaag van de aarde met de korst en het bovenste deel van de mantel. Naar de les
loefzijde C2
De kant van een gebergte waar de wind tegenaan waait, met veel neerslag. Naar de les
luchtcirculatie C2
De grootschalige beweging van lucht, met stijgen bij de evenaar en dalen bij de keerkringen. Naar de les

M 3

magma C2
Gesmolten gesteente onder de oppervlakte. Dik en gasrijk magma geeft explosieve uitbarstingen. Naar de les
mantel C2
De dikke laag onder de korst, waarin materiaal traag stroomt. Naar de les
meervoudig ruimtegebruik E1
Twee of meer functies combineren op dezelfde grond. Naar de les

N 1

natuurlijke groei B2
Het geboortecijfer min het sterftecijfer, zonder migratie meegeteld. Naar de les

O 2

offshoring B2
Een stap van de productieketen naar een ander land verplaatsen. Naar de les
ontwikkelingsland D1
Een land met een laag inkomen per inwoner en vaak grote verschillen binnen het land. Naar de les

P 5

periferie B2
Het gebied dat vooral grondstoffen en eenvoudig werk levert. Naar de les
platentektoniek C2
De beweging van de platen van de aardkorst over de stromende laag eronder. Naar de les
productieketen B2
Alle stappen van grondstof tot winkel, vaak verdeeld over meerdere landen. Naar de les
pullfactor B2
Een reden om naar een gebied toe te gaan, zoals werk, onderwijs of veiligheid. Naar de les
pushfactor B2
Een reden om een gebied te verlaten, zoals werkloosheid, droogte of onveiligheid. Naar de les

R 2

relatie A1
Een stroom van goederen, mensen, geld, water of informatie die twee gebieden verbindt. Naar de les
ruimte voor de rivier E1
De rivier meer plaats geven, zodat de waterstand bij hoogwater lager blijft. Naar de les

S 6

schaalniveau A1
Het niveau waarop je kijkt, van mondiaal via nationaal naar lokaal. Naar de les
sedimentatie C2
Het afzetten van meegevoerd materiaal als de stroming vaart verliest. Naar de les
segregatie E1
Het ruimtelijk uit elkaar liggen van groepen in een stad. Naar de les
semiperiferie B2
Het gebied met industrie en groei, terwijl de beslissingen en de merken elders zitten. Naar de les
sterftecijfer B2
Het aantal sterfgevallen per duizend inwoners per jaar. Naar de les
stormvloedkering E1
Een beweegbare afsluiting die bij hoogwater dichtgaat. Naar de les

T 3

terugkoppeling C3
Een gevolg dat terugwerkt op de oorzaak en die versterkt of dempt. Naar de les
toegevoegde waarde B2
De waarde die een stap in de keten aan een product toevoegt. Naar de les
transforme plaatgrens C2
Een grens waar platen langs elkaar schuiven, met ondiepe aardbevingen. Naar de les

V 3

veldwerk A2
Zelf gegevens verzamelen in het gebied, door te tellen, te meten of waar te nemen. Naar de les
vergrijzing B2
Een groeiend aandeel ouderen in de bevolking. Naar de les
verwering C2
Het ter plekke uiteenvallen of oplossen van gesteente, zonder dat het wordt verplaatst. Naar de les

W 1

woningvoorraad E1
Alle woningen in een gebied samen, naar soort, grootte en prijs. Naar de les

Alle onderwerpen