Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
modernisering
De verzamelnaam voor de veranderingen die een samenleving moderner maken: rationeler, individueler en meer georganiseerd. Politieke stromingen verschillen juist in hun oordeel hierover.
-
maatschappelijk conflict
Een botsing van belangen tussen groepen. Je beschrijft oorzaak, partijen, machtsmiddelen en de manier waarop het wordt beslecht.
-
effect van beleid
Wat beleid in de praktijk teweegbrengt, bedoeld en onbedoeld. Een maatregel kan zijn doel halen en tegelijk iets anders verergeren.
-
sociaalconstructivisme
Een manier van kijken waarin de werkelijkheid ontstaat in hoe mensen er samen betekenis aan geven. Wat normaal heet, is dan het resultaat van een gedeeld beeld.
-
sociale cohesie
De mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en meedoen. Veel cohesie binnen een groep kan de afstand tot andere groepen juist vergroten.
-
kernconcept
Een begrip dat onder een hoofdconcept valt, zoals socialisatie onder vorming. In een antwoord noem je het kernconcept en past het daarna toe op de bron.
-
segregatie
Het gescheiden leven van groepen in wijken, scholen of verenigingen. Het hoeft niet bedoeld te zijn om toch te ontstaan.
-
conflictbenadering
Een manier van kijken waarin de samenleving draait om botsende belangen en ongelijke macht. De nadruk ligt op verandering en strijd.
-
overheidsbeleid
Wat de overheid doet om een maatschappelijk probleem aan te pakken. Bij een vraag benoem je het instrument: wetgeving, geld, voorlichting of voorzieningen.
-
polarisatie
Het uit elkaar groeien van groepen, waarbij de tegenstelling scherper wordt en de ruimte in het midden kleiner.
-
soevereiniteit
Het recht van een staat om binnen zijn grenzen zelf te beslissen, zonder inmenging van anderen. Internationale samenwerking betekent altijd dat een land hier een stukje van inlevert.
-
waarde
Een opvatting over wat belangrijk of nastrevenswaardig is, zoals vrijheid of gelijkheid. Waarden zijn abstract; normen maken ze concreet.
-
internationale organisatie
Een samenwerkingsverband van staten, zoals de Verenigde Naties, de NAVO of de Europese Unie. Ze hebben alleen de macht die de lidstaten hun geven.
-
beschrijven, verklaren, beoordelen
Drie dingen die een vraag van je kan vragen. Beschrijven is wat er is, verklaren is waardoor het komt, beoordelen is wat je ervan vindt met argumenten erbij.
-
ongewenst neveneffect
Een gevolg van beleid dat niemand beoogde, zoals een regeling die juist de groep mist die hem het hardst nodig heeft.
-
binding
De manier waarop iemand met de samenleving verbonden is. Je onderscheidt affectieve, economische, cognitieve en politieke bindingen.
-
representativiteit
De vraag of de vertegenwoordigers een goede afspiegeling zijn van de bevolking. Een parlement kan representatief zijn in standpunten en toch niet in samenstelling.
-
micro-, meso- en macroniveau
De drie schaalniveaus: tussen mensen, tussen organisaties, en in de samenleving als geheel. Een goed antwoord blijft niet op één niveau hangen.
-
rechtsstaat
Een staat waarin ook de overheid zich aan de wet moet houden en burgers rechten hebben die zij voor de rechter kunnen halen.
-
cultuuroverdracht
Het doorgeven van waarden, normen en gewoonten aan een volgende generatie. Dat gaat deels bewust, bijvoorbeeld op school, en deels ongemerkt.
-
internationale betrekkingen
De verhoudingen tussen staten: samenwerking, concurrentie en conflict. Je analyseert ze met dezelfde begrippen als binnenlandse verhoudingen, maar zonder overheid die boven de partijen staat.
-
zwevende kiezer
Iemand die per verkiezing opnieuw kiest en niet vastzit aan een partij. Het aantal zwevende kiezers is gegroeid door individualisering.
-
hoofdconcept
Een van de vier grote begrippen van dit vak: vorming, verhouding, binding en verandering. Elke examenvraag is terug te brengen tot een ervan.
-
sociale mobiliteit
Het veranderen van positie op de sociale ladder, omhoog of omlaag. Weinig mobiliteit betekent dat je afkomst je toekomst sterk bepaalt.
-
politieke socialisatie
Hoe je je politieke opvattingen opdoet: thuis, op school, via media en in je vriendenkring. Daarom lijken de opvattingen binnen een gezin vaak op elkaar.
-
opkomst
Het deel van de kiesgerechtigden dat gaat stemmen. Een lage opkomst in bepaalde groepen maakt de uitslag minder representatief.
-
integratie
Het proces waarin groepen gaan meedoen in de samenleving terwijl zij hun eigen kenmerken deels houden. Het is iets anders dan assimilatie, waarbij die kenmerken verdwijnen.
-
machtsbron
Waar iemands macht vandaan komt: geweld, geld, kennis, aantal of positie. Benoem bij een vraag altijd de bron en de afhankelijkheid die eruit volgt.
-
cognitieve binding
Verbondenheid via taal, kennis en gedeelde informatie. Zonder gedeelde taal valt meedoen zwaar.
-
individualisering
Het proces waarin mensen minder vastzitten aan vaste groepen en meer zelf kiezen. Dat geeft vrijheid en maakt binding tegelijk losser.
-
sociale ladder
De rangorde van posities in de samenleving, meestal gemeten naar opleiding, beroep en inkomen. Wie van positie wisselt, maakt sociale mobiliteit door.
-
cultuurdimensie
Een schaal waarmee je culturen kunt vergelijken, bijvoorbeeld van individualistisch tot collectivistisch of de mate van machtsafstand. Ze beschrijven een cultuur, ze verklaren geen enkel individu.
-
subcultuur
Een groep binnen de samenleving met eigen waarden en gewoonten, die de hoofdlijnen van de cultuur verder deelt. Keert die groep zich er juist tegen, dan heet het een tegencultuur.
-
validiteit
Of een onderzoek meet wat het wil meten. Een vraag die stuurt naar een bepaald antwoord levert geen valide uitkomst op.
-
confessionalisme
De stroming die uitgaat van een geloofsovertuiging en van samenwerking tussen groepen, met de nadruk op verantwoordelijkheid voor elkaar.
-
interdependentie
Wederzijdse afhankelijkheid tussen staten. Hoe sterker die is, hoe duurder een conflict wordt en hoe meer reden er is om samen te werken.
-
democratisering
Het proces waarin steeds meer mensen mogen meebeslissen over het bestuur, en het bestuur verantwoording moet afleggen.
Naar de les over Staatsvorming, democratisering en globalisering
-
evenredige vertegenwoordiging
Een kiesstelsel waarin het aantal zetels overeenkomt met het aantal stemmen. Nederland werkt zo, en daarom zijn er veel partijen en coalities nodig.
-
macht
Je wil kunnen doorzetten, ook als anderen dat niet willen. Macht zit niet in een persoon maar in een verhouding: hoe afhankelijk is de ander van jou?
-
sociale institutie
Een vast patroon van regels en gewoonten rond een maatschappelijke taak, zoals het onderwijs, het gezin of de rechtspraak. Instituties geven de samenleving haar vorm en veranderen langzaam.