Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
10 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
sociale ladder
De rangorde van posities in de samenleving, meestal gemeten naar opleiding, beroep en inkomen. Wie van positie wisselt, maakt sociale mobiliteit door.
-
sociale institutie
Een vast patroon van regels en gewoonten rond een maatschappelijke taak, zoals het onderwijs, het gezin of de rechtspraak. Instituties geven de samenleving haar vorm en veranderen langzaam.
-
democratisering
Het proces waarin steeds meer mensen mogen meebeslissen over het bestuur, en het bestuur verantwoording moet afleggen.
Naar de les over Staatsvorming, democratisering en globalisering
-
zwevende kiezer
Iemand die per verkiezing opnieuw kiest en niet vastzit aan een partij. Het aantal zwevende kiezers is gegroeid door individualisering.
-
socialisatie
Het proces waarin je de regels, waarden en gewoonten van je omgeving leert, zodat je mee kunt doen. Het gaat je hele leven door, niet alleen in je jeugd.
-
subcultuur
Een groep binnen de samenleving met eigen waarden en gewoonten, die de hoofdlijnen van de cultuur verder deelt. Keert die groep zich er juist tegen, dan heet het een tegencultuur.
-
micro-, meso- en macroniveau
De drie schaalniveaus: tussen mensen, tussen organisaties, en in de samenleving als geheel. Een goed antwoord blijft niet op één niveau hangen.
-
modernisering
De verzamelnaam voor de veranderingen die een samenleving moderner maken: rationeler, individueler en meer georganiseerd. Politieke stromingen verschillen juist in hun oordeel hierover.
-
betrouwbaarheid
Of een onderzoek bij herhaling hetzelfde oplevert. Je verhoogt het met een grotere en zorgvuldiger getrokken steekproef.
-
rechtsstaat
Een staat waarin ook de overheid zich aan de wet moet houden en burgers rechten hebben die zij voor de rechter kunnen halen.