Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
werkloosheid
Dat iemand werk zoekt en beschikbaar is maar geen baan heeft.
-
bedrijfskolom
De reeks bedrijven van grondstof tot winkel waar een product doorheen gaat.
-
staatsschuld
Het totaal van alle openstaande schulden van de overheid op een moment.
-
rekenmiddel
De functie van geld waarmee je prijzen kunt vergelijken.
-
behoeften
Wat mensen willen hebben of doen, waarvoor beperkte middelen beschikbaar zijn.
-
import
Goederen en diensten die uit het buitenland worden gekocht.
-
koopkracht
Wat je met je inkomen kunt kopen, dus je inkomen gecorrigeerd voor de prijzen.
-
toegevoegde waarde
De omzet min de waarde van wat is ingekocht.
-
spaarmiddel
De functie van geld waarmee je waarde kunt bewaren voor later.
-
open economie
Een economie met veel in- en uitvoer ten opzichte van haar omvang.
-
volkomen concurrentie
Een markt met veel aanbieders, een homogeen goed en vrije toetreding.
-
interne markt
De markt van de EU waarin goederen, diensten, mensen en geld vrij over de grens gaan.
-
eigen risico
Het bedrag dat je bij schade zelf betaalt voordat de verzekering uitkeert.
-
collectieve voorzieningen
Voorzieningen waarvan niemand kan worden uitgesloten, zoals dijken en straatverlichting.
-
begrotingstekort
Een begrotingssaldo waarbij de uitgaven groter zijn dan de ontvangsten.
-
samengestelde rente
Rente die ook over eerder bijgeschreven rente wordt berekend.
-
arbeidsmarkt
De markt waarop arbeid wordt gevraagd en aangeboden, met het loon als prijs.
-
rente
De vergoeding voor het uitlenen van geld of voor het uitstellen van consumptie.
-
nettoloon
Het loon dat na aftrek van loonheffing en premies op je rekening komt.
-
constante kosten
Kosten die gelijk blijven hoeveel er ook wordt geproduceerd.
-
prijscompensatie
Een loonsverhoging die precies gelijk is aan de inflatie.
-
accijns
Een belasting op een bepaald product, zoals benzine, alcohol of tabak.
-
sociale verzekeringen
Verzekeringen die uit premies worden betaald en recht geven op een uitkering.
-
zelfstandige zonder personeel
Iemand die voor eigen rekening werkt en zelf zijn verzekeringen en pensioen regelt.
-
arbeidsproductiviteit
De productie per werknemer of per gewerkt uur.
-
bv
Een besloten vennootschap, een rechtspersoon waarbij het privévermogen van de eigenaar buiten schot blijft.
-
brutoloon
Het loon voor aftrek van loonheffing en premies.
-
export
Goederen en diensten die naar het buitenland worden verkocht.
-
btw
Belasting over de toegevoegde waarde, die in de prijs van een product zit.
-
indirecte belasting
Belasting die in de prijs van een product zit, zoals btw en accijns.
-
loonheffing
Belasting en premies die de werkgever inhoudt op je loon en afdraagt.