Begrippenlijst
vmbo gl/tl52 begrippen die je bij Economie op vmbo gl/tl moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.
A 4
- aanbod EC/K/5A
- De hoeveelheid die aanbieders samen willen verkopen bij een bepaalde prijs. Naar de les
- accijns EC/K/6
- Een belasting op een bepaald product, zoals benzine, alcohol of tabak. Naar de les
- arbeidsmarkt EC/K/5A
- De markt waarop arbeid wordt gevraagd en aangeboden, met het loon als prijs. Naar de les
- arbeidsproductiviteit EC/K/5A
- De productie per werknemer of per gewerkt uur. Naar de les
B 9
- bbp per hoofd EC/K/7
- Het bbp gedeeld door het aantal inwoners. Naar de les
- bedrijfskolom EC/K/5B
- De reeks bedrijven van grondstof tot winkel waar een product doorheen gaat. Naar de les
- begrotingstekort EC/V/1
- Een begrotingssaldo waarbij de uitgaven groter zijn dan de ontvangsten. Naar de les
- behoeften EC/K/4A
- Wat mensen willen hebben of doen, waarvoor beperkte middelen beschikbaar zijn. Naar de les
- beroepsbevolking EC/K/5A
- Iedereen die werkt of werk zoekt en beschikbaar is. Naar de les
- break-evenafzet EC/K/5A
- Het aantal stuks waarbij de totale opbrengsten gelijk zijn aan de totale kosten. Naar de les
- brutoloon EC/K/5A
- Het loon voor aftrek van loonheffing en premies. Naar de les
- btw EC/K/6
- Belasting over de toegevoegde waarde, die in de prijs van een product zit. Naar de les
- bv EC/K/5A
- Een besloten vennootschap, een rechtspersoon waarbij het privévermogen van de eigenaar buiten schot blijft. Naar de les
C 3
- cao EC/K/5A
- Een collectieve arbeidsovereenkomst, met afspraken over loon, werktijden en verlof voor een hele bedrijfstak. Naar de les
- collectieve voorzieningen EC/K/6
- Voorzieningen waarvan niemand kan worden uitgesloten, zoals dijken en straatverlichting. Naar de les
- constante kosten EC/K/5A
- Kosten die gelijk blijven hoeveel er ook wordt geproduceerd. Naar de les
D 1
- directe belasting EC/K/6
- Belasting die je zelf betaalt over je inkomen of winst. Naar de les
E 3
- eenmanszaak EC/K/5A
- Een bedrijf met één eigenaar, die ook met zijn privévermogen aansprakelijk is. Naar de les
- eigen risico EC/K/4B
- Het bedrag dat je bij schade zelf betaalt voordat de verzekering uitkeert. Naar de les
- export EC/K/7
- Goederen en diensten die naar het buitenland worden verkocht. Naar de les
H 1
- hypotheek EC/K/4A
- Een lening voor een woning, met het huis als onderpand. Naar de les
I 4
- import EC/K/7
- Goederen en diensten die uit het buitenland worden gekocht. Naar de les
- indirecte belasting EC/K/6
- Belasting die in de prijs van een product zit, zoals btw en accijns. Naar de les
- inflatie EC/V/1
- Een stijging van het algemene prijspeil. Naar de les
- interne markt EC/K/7
- De markt van de EU waarin goederen, diensten, mensen en geld vrij over de grens gaan. Naar de les
K 1
- koopkracht EC/V/1
- Wat je met je inkomen kunt kopen, dus je inkomen gecorrigeerd voor de prijzen. Naar de les
L 1
- loonheffing EC/K/5A
- Belasting en premies die de werkgever inhoudt op je loon en afdraagt. Naar de les
M 1
- monopolie EC/K/5A
- Een markt met één aanbieder. Naar de les
N 3
- nettoloon EC/K/5A
- Het loon dat na aftrek van loonheffing en premies op je rekening komt. Naar de les
- nominale loon EC/V/1
- Het loon in euros, zonder correctie voor de prijzen. Naar de les
- nv EC/K/5A
- Een naamloze vennootschap, een rechtspersoon waarvan de aandelen vrij verhandelbaar zijn. Naar de les
O 2
- omzet EC/K/5A
- De prijs maal het aantal verkochte eenheden. Naar de les
- open economie EC/K/7
- Een economie met veel in- en uitvoer ten opzichte van haar omvang. Naar de les
P 2
- premie EC/K/4B
- Het bedrag dat je periodiek betaalt voor een verzekering. Naar de les
- prijscompensatie EC/V/1
- Een loonsverhoging die precies gelijk is aan de inflatie. Naar de les
R 4
- reële loon EC/V/1
- Het loon uitgedrukt in wat je ervoor kunt kopen. Naar de les
- rekenmiddel EC/K/4A
- De functie van geld waarmee je prijzen kunt vergelijken. Naar de les
- rente EC/K/4A
- De vergoeding voor het uitlenen van geld of voor het uitstellen van consumptie. Naar de les
- ruilmiddel EC/K/4A
- De functie van geld waarmee je kunt betalen. Naar de les
S 5
- samengestelde rente EC/K/4A
- Rente die ook over eerder bijgeschreven rente wordt berekend. Naar de les
- sociale verzekeringen EC/K/6
- Verzekeringen die uit premies worden betaald en recht geven op een uitkering. Naar de les
- sociale voorzieningen EC/K/6
- Regelingen die uit belastinggeld worden betaald, zoals de bijstand. Naar de les
- spaarmiddel EC/K/4A
- De functie van geld waarmee je waarde kunt bewaren voor later. Naar de les
- staatsschuld EC/V/1
- Het totaal van alle openstaande schulden van de overheid op een moment. Naar de les
T 2
- toegevoegde waarde EC/K/5B
- De omzet min de waarde van wat is ingekocht. Naar de les
- totale kosten EC/K/5A
- De constante kosten plus de variabele kosten. Naar de les
V 4
- variabele kosten EC/K/5A
- Kosten die meegroeien met de productie. Naar de les
- verzekering EC/K/4B
- Een afspraak waarbij je premie betaalt en de verzekeraar de schade vergoedt. Naar de les
- volkomen concurrentie EC/K/5A
- Een markt met veel aanbieders, een homogeen goed en vrije toetreding. Naar de les
- vraag EC/K/5A
- De hoeveelheid die vragers samen willen kopen bij een bepaalde prijs. Naar de les
W 1
- werkloosheid EC/K/5A
- Dat iemand werk zoekt en beschikbaar is maar geen baan heeft. Naar de les
Z 1
- zelfstandige zonder personeel EC/K/5A
- Iemand die voor eigen rekening werkt en zelf zijn verzekeringen en pensioen regelt. Naar de les
Geen begrip gevonden. Probeer een ander woord.