Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
vraag
De hoeveelheid die vragers samen willen kopen bij een bepaalde prijs.
-
import
Goederen en diensten die uit het buitenland worden gekocht.
-
werkloosheid
Dat iemand werk zoekt en beschikbaar is maar geen baan heeft.
-
loonheffing
Belasting en premies die de werkgever inhoudt op je loon en afdraagt.
-
eenmanszaak
Een bedrijf met één eigenaar, die ook met zijn privévermogen aansprakelijk is.
-
rekenmiddel
De functie van geld waarmee je prijzen kunt vergelijken.
-
samengestelde rente
Rente die ook over eerder bijgeschreven rente wordt berekend.
-
indirecte belasting
Belasting die in de prijs van een product zit, zoals btw en accijns.
-
aanbod
De hoeveelheid die aanbieders samen willen verkopen bij een bepaalde prijs.
-
volkomen concurrentie
Een markt met veel aanbieders, een homogeen goed en vrije toetreding.
-
break-evenafzet
Het aantal stuks waarbij de totale opbrengsten gelijk zijn aan de totale kosten.
-
collectieve voorzieningen
Voorzieningen waarvan niemand kan worden uitgesloten, zoals dijken en straatverlichting.
-
staatsschuld
Het totaal van alle openstaande schulden van de overheid op een moment.
-
brutoloon
Het loon voor aftrek van loonheffing en premies.
-
eigen risico
Het bedrag dat je bij schade zelf betaalt voordat de verzekering uitkeert.
-
sociale voorzieningen
Regelingen die uit belastinggeld worden betaald, zoals de bijstand.