Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
hoofdvraag
De vraag waar je onderzoek over gaat, met gebied, verschijnsel en schaalniveau erin.
-
sedimentatie
Het afzetten van meegevoerd materiaal als de stroming vaart verliest.
-
bevolkingspiramide
Een grafiek die per leeftijdsgroep laat zien hoeveel mannen en vrouwen er zijn.
-
vergrijzing
Een groeiend aandeel ouderen in de bevolking.
-
segregatie
Het ruimtelijk uit elkaar liggen van groepen in een stad.
-
gentrificatie
Een oude wijk knapt op en wordt duurder, waardoor de oude bewoners verdwijnen.
-
toegevoegde waarde
De waarde die een stap in de keten aan een product toevoegt.
-
diversificatie
Meerdere sectoren of eigen verwerking opbouwen om minder afhankelijk te zijn.
-
model
Een vereenvoudiging die de hoofdlijn laat zien onder bepaalde aannames.
-
platentektoniek
De beweging van de platen van de aardkorst over de stromende laag eronder.
-
convergente plaatgrens
Een grens waar platen naar elkaar toe bewegen en botsen.
-
informele wijk
Een buurt die buiten de officiele regels is gebouwd, vaak zonder eigendomspapieren.
-
transforme plaatgrens
Een grens waar platen langs elkaar schuiven, met ondiepe aardbevingen.
-
landdegradatie
Achteruitgang van de bodem en de begroeiing, waardoor een gebied minder kan dragen.
-
globalisering
Het wereldwijd verweven raken van economie, cultuur en politiek.
-
aardkorst
De buitenste, dunne laag van de aarde, oceanisch of continentaal.
-
ruimte voor de rivier
De rivier meer plaats geven, zodat de waterstand bij hoogwater lager blijft.
-
loefzijde
De kant van een gebergte waar de wind tegenaan waait, met veel neerslag.
-
meervoudig ruimtegebruik
Twee of meer functies combineren op dezelfde grond.
-
levensverwachting
Het aantal jaren dat iemand gemiddeld zal leven.
-
lithosfeer
De vaste buitenlaag van de aarde met de korst en het bovenste deel van de mantel.
-
veldwerk
Zelf gegevens verzamelen in het gebied, door te tellen, te meten of waar te nemen.
-
subductie
Het onderduiken van een zwaardere oceanische plaat onder een lichtere plaat.
-
luchtcirculatie
De grootschalige beweging van lucht, met stijgen bij de evenaar en dalen bij de keerkringen.
-
migratiesaldo
Het aantal mensen dat zich vestigt min het aantal dat vertrekt.
-
welvaart
Hoeveel een samenleving te besteden heeft, gemeten met inkomen en vaak ook met onderwijs en gezondheid.
-
schaalniveau
Het niveau waarop je kijkt, van mondiaal via nationaal naar lokaal.
-
centrum
Het gebied met de beslissingsmacht, het kapitaal en het kennisintensieve werk.
-
verwering
Het ter plekke uiteenvallen of oplossen van gesteente, zonder dat het wordt verplaatst.
-
specialisatie
Een land legt zich toe op wat het relatief goedkoop kan leveren.
-
mantel
De dikke laag onder de korst, waarin materiaal traag stroomt.
-
leefbaarheid
Hoe prettig het is om in een gebied te wonen, met voorzieningen, groen en onderhoud.
-
productieketen
Alle stappen van grondstof tot winkel, vaak verdeeld over meerdere landen.
-
bodemvorming
Het ontstaan van een bodem uit moedermateriaal onder invloed van klimaat, relief, leven en tijd.
-
kaartschaal
Hoe sterk de werkelijkheid is verkleind. Een kleine schaal toont een groot gebied met weinig detail.
-
divergente plaatgrens
Een grens waar platen uit elkaar bewegen en nieuwe korst ontstaat.
-
macroregio
Een groot gebied dat je afbakent met een combinatie van kenmerken.
-
zeestroom
Een stroming in de oceaan die warm of koud water meevoert en het klimaat van kusten beinvloedt.