Klimaatsystemen en luchtcirculatie
Ongeveer 10 minuten. Drie circulatiecellen, zeestromen en reliëf verklaren samen bijna elk klimaat.
De hoofdlijn en de afwijkingen
In de cel rond de evenaar stijgt lucht op en valt er veel neerslag, en rond de keerkringen daalt die lucht weer en ontstaan de droge gordels.
De zones verschuiven met de zonnestand mee. Daardoor kent een gebied aan de rand van zo een gordel een nat en een droog seizoen in plaats van een vast klimaat.
Een zeestroom verandert het beeld sterk. Een warme stroom maakt een kust milder en natter, een koude stroom maakt hem koeler en droger, zelfs vlak bij de evenaar.
Het reliëf doet de rest. Aan de loefzijde van een gebergte stijgt lucht en valt neerslag, aan de lijzijde daalt die lucht en blijft het droog, met soms woestijn als gevolg.
Loef nat, lij droog
Het reliëf maakt binnen enkele kilometers twee klimaten.
Zo verklaar je een klimaat
Bepaal de breedteligging
Welke circulatiecel en welke gordel.
Kijk of de zone verschuift
Dat verklaart een nat en een droog seizoen.
Kijk naar de zeestroom
Warm maakt milder en natter, koud maakt droger.
Kijk naar het reliëf
Loefzijde nat, lijzijde droog.
De fout die bijna iedereen maakt
Is een kust bij de evenaar altijd nat?
Een koude zeestroom koelt de onderste luchtlaag af, waardoor die niet meer opstijgt en er nauwelijks neerslag valt. Daardoor liggen er woestijnen pal aan de oceaan, soms op lage breedte.
Noem altijd twee factoren
Op vwo is een verklaring met alleen de breedteligging zelden genoeg. Voeg een zeestroom of het reliëf toe, want juist de combinatie verklaart waarom twee plekken op dezelfde breedte verschillen.
Klimaatsystemen en luchtcirculatie
Check jezelf
Waarom is het droog rond de keerkringen?
Waarom heeft een gebied een nat en een droog seizoen?
Wat doet een koude zeestroom?
Wat gebeurt er aan de lijzijde van een gebergte?
In jouw boek
De begrippen uit deze les
- keerkring
- De breedtecirkel waar de zon nog loodrecht kan staan en waar lucht daalt.
- lijzijde
- De beschutte kant van een gebergte, waar de lucht daalt en het droog blijft.
- loefzijde
- De kant van een gebergte waar de wind tegenaan waait, met veel neerslag.
- luchtcirculatie
- De grootschalige beweging van lucht, met stijgen bij de evenaar en dalen bij de keerkringen.
- zeestroom
- Een stroming in de oceaan die warm of koud water meevoert en het klimaat van kusten beinvloedt.
In het examen
- 2026, tijdvak 1vragen 9 t/m 12ExamenAntwoorden
De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.