Naar de inhoud
Inloggen

Aardrijkskunde vwo

Begrippenlijst

vwo

72 begrippen die je bij Aardrijkskunde op vwo moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.

Overhoor jezelf op deze begrippen

A 2

aardkorst C1
De buitenste, dunne laag van de aarde, oceanisch of continentaal. Naar de les
atmosfeer C1
De laag lucht om de aarde. Naar de les

B 6

belanghebbende E2
Iemand die voor- of nadeel heeft van een plan, zoals een bewoner, een bedrijf of de gemeente. Naar de les
bestemmingsplan E1
Het plan waarin de gemeente vastlegt wat waar gebouwd en gebruikt mag worden. Naar de les
betrouwbaarheid A2
Of een herhaalde meting hetzelfde oplevert. Naar de les
bevolkingspiramide B1
Een grafiek die per leeftijdsgroep laat zien hoeveel mannen en vrouwen er zijn. Naar de les
biosfeer C1
Alles wat leeft op aarde, en de ruimte waarin dat leeft. Naar de les
bodemvorming C1
Het ontstaan van een bodem uit moedermateriaal onder invloed van klimaat, relief, leven en tijd. Naar de les

C 2

centrum B1
Het gebied met de beslissingsmacht, het kapitaal en het kennisintensieve werk. Naar de les
convergente plaatgrens C1
Een grens waar platen naar elkaar toe bewegen en botsen. Naar de les

D 7

deelvraag A2
Een vraag over een stuk van de hoofdvraag, met eigen gegevens. Naar de les
demografische transitie B1
Het model waarin eerst het sterftecijfer daalt en pas daarna het geboortecijfer. Naar de les
dimensie A1
De invalshoek waarmee je kijkt, bijvoorbeeld natuurkundig, economisch, sociaal of politiek. Naar de les
divergente plaatgrens C1
Een grens waar platen uit elkaar bewegen en nieuwe korst ontstaat. Naar de les
diversificatie B1
Meerdere sectoren of eigen verwerking opbouwen om minder afhankelijk te zijn. Naar de les
draagkracht C1
Wat een gebied duurzaam kan leveren zonder achteruit te gaan. Naar de les
duurzame ontwikkeling E1
Ontwikkeling die rekening houdt met wat later en elders nodig is. Naar de les

E 2

erosie C1
Het wegnemen en meevoeren van los materiaal door water, ijs, wind of zwaartekracht. Naar de les
exportpakket D1
De goederen en diensten die een land uitvoert. Naar de les

G 4

geldigheid A2
Of je werkelijk meet wat je wilde weten. Naar de les
gentrificatie E1
Een oude wijk knapt op en wordt duurder, waardoor de oude bewoners verdwijnen. Naar de les
globalisering B1
Het wereldwijd verweven raken van economie, cultuur en politiek. Naar de les
glokalisering B1
Iets van buiten dat zich mengt met lokale gewoonten tot een eigen vorm. Naar de les

H 2

hoofdvraag A2
De vraag waar je onderzoek over gaat, met gebied, verschijnsel en schaalniveau erin. Naar de les
hydrosfeer C1
Al het water op aarde, in zee, op het land, in de bodem en in de lucht. Naar de les

I 1

informele wijk D2
Een buurt die buiten de officiele regels is gebouwd, vaak zonder eigendomspapieren. Naar de les

K 4

kaartschaal A1
Hoe sterk de werkelijkheid is verkleind. Een kleine schaal toont een groot gebied met weinig detail. Naar de les
keerkring C1
De breedtecirkel waar de zon nog loodrecht kan staan en waar lucht daalt. Naar de les
koolstofkringloop C1
De kringloop van koolstof tussen lucht, water, bodem, leven en gesteente. Naar de les
kwetsbaarheid D2
Hoe hard een samenleving door een natuurlijk gevaar geraakt wordt. Naar de les

L 8

landdegradatie C1
Achteruitgang van de bodem en de begroeiing, waardoor een gebied minder kan dragen. Naar de les
leefbaarheid E1
Hoe prettig het is om in een gebied te wonen, met voorzieningen, groen en onderhoud. Naar de les
legenda A1
De verklaring van de kleuren en tekens op een kaart. Naar de les
levensverwachting B2
Het aantal jaren dat iemand gemiddeld zal leven. Naar de les
lijzijde C1
De beschutte kant van een gebergte, waar de lucht daalt en het droog blijft. Naar de les
lithosfeer C1
De vaste buitenlaag van de aarde met de korst en het bovenste deel van de mantel. Naar de les
loefzijde C1
De kant van een gebergte waar de wind tegenaan waait, met veel neerslag. Naar de les
luchtcirculatie C1
De grootschalige beweging van lucht, met stijgen bij de evenaar en dalen bij de keerkringen. Naar de les

M 6

macroregio D1
Een groot gebied dat je afbakent met een combinatie van kenmerken. Naar de les
mantel C1
De dikke laag onder de korst, waarin materiaal traag stroomt. Naar de les
meerlaagsveiligheid E1
Bescherming in drie lagen, met preventie, inrichting en rampenbeheersing. Naar de les
meervoudig ruimtegebruik E1
Twee of meer functies combineren op dezelfde grond. Naar de les
migratiesaldo B1
Het aantal mensen dat zich vestigt min het aantal dat vertrekt. Naar de les
model A1
Een vereenvoudiging die de hoofdlijn laat zien onder bepaalde aannames. Naar de les

N 1

natuurlijke hulpbron D2
Iets uit de natuur dat mensen gebruiken, zoals erts, hout, water of vruchtbare grond. Naar de les

P 5

periferie B1
Het gebied dat vooral grondstoffen en eenvoudig werk levert. Naar de les
platentektoniek C1
De beweging van de platen van de aardkorst over de stromende laag eronder. Naar de les
productieketen B1
Alle stappen van grondstof tot winkel, vaak verdeeld over meerdere landen. Naar de les
pullfactor B1
Een reden om naar een gebied toe te gaan, zoals werk, onderwijs of veiligheid. Naar de les
pushfactor B1
Een reden om een gebied te verlaten, zoals werkloosheid, droogte of onveiligheid. Naar de les

R 2

relatie A1
Een stroom van goederen, mensen, geld, water of informatie die twee gebieden verbindt. Naar de les
ruimte voor de rivier E1
De rivier meer plaats geven, zodat de waterstand bij hoogwater lager blijft. Naar de les

S 8

schaalniveau A1
Het niveau waarop je kijkt, van mondiaal via nationaal naar lokaal. Naar de les
schijnveiligheid E1
Achter een hogere dijk wordt meer gebouwd, waardoor de schade bij een doorbraak groter wordt. Naar de les
sedimentatie C1
Het afzetten van meegevoerd materiaal als de stroming vaart verliest. Naar de les
segregatie E1
Het ruimtelijk uit elkaar liggen van groepen in een stad. Naar de les
semiperiferie B1
Het gebied met industrie en groei, terwijl de beslissingen en de merken elders zitten. Naar de les
sortering C1
Hoe gelijk de korrels in een afzetting van grootte zijn. IJs sorteert niet, water en wind wel. Naar de les
specialisatie B1
Een land legt zich toe op wat het relatief goedkoop kan leveren. Naar de les
subductie C1
Het onderduiken van een zwaardere oceanische plaat onder een lichtere plaat. Naar de les

T 4

terugkoppeling C1
Een gevolg dat terugwerkt op de oorzaak en die versterkt of dempt. Naar de les
tijdruimtecompressie B1
De daling van de tijd en de kosten die nodig zijn om afstand te overbruggen. Naar de les
toegevoegde waarde B1
De waarde die een stap in de keten aan een product toevoegt. Naar de les
transforme plaatgrens C1
Een grens waar platen langs elkaar schuiven, met ondiepe aardbevingen. Naar de les

V 4

veldwerk A2
Zelf gegevens verzamelen in het gebied, door te tellen, te meten of waar te nemen. Naar de les
vergrijzing B1
Een groeiend aandeel ouderen in de bevolking. Naar de les
verstedelijking D2
Het groeien van het aandeel mensen dat in steden woont. Naar de les
verwering C1
Het ter plekke uiteenvallen of oplossen van gesteente, zonder dat het wordt verplaatst. Naar de les

W 3

waterkringloop C1
De kringloop van verdamping, wolkvorming, neerslag en afstroming. Naar de les
welvaart B2
Hoeveel een samenleving te besteden heeft, gemeten met inkomen en vaak ook met onderwijs en gezondheid. Naar de les
woningvoorraad E1
Alle woningen in een gebied samen, naar soort, grootte en prijs. Naar de les

Z 1

zeestroom C1
Een stroming in de oceaan die warm of koud water meevoert en het klimaat van kusten beinvloedt. Naar de les

Alle onderwerpen