Naar de inhoud
Inloggen

Maatschappijkunde vmbo gl/tl

Begrippenlijst

vmbo gl/tl

70 begrippen die je bij Maatschappijkunde op vmbo gl/tl moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.

Overhoor jezelf op deze begrippen

A 5

absoluut aantal ML2/K/3
Het echte aantal, niet het percentage. Een hoger percentage hoort niet altijd bij een hoger aantal. Naar de les
advocaat ML2/K/8
De jurist die naast de verdachte staat en opkomt voor zijn belang. Naar de les
amendement ML2/K/4
Een wijziging van de tekst van een wetsvoorstel, voorgesteld door de Tweede Kamer. Naar de les
arbeid ML2/K/5
Werk dat iets oplevert voor de samenleving. Mantelzorg en vrijwilligerswerk horen er ook bij, alleen onbetaald. Naar de les
argument ML2/K/2
De reden waarom je iets vindt. Dat is het deel waar de punten op staan. Naar de les

B 5

beeldvorming ML2/K/8
Het beeld dat ontstaat door wat de media wel en niet laten zien. Daardoor lijkt iets groter of kleiner dan het is. Naar de les
belang ML2/V/2
Wat iemand te winnen heeft bij zijn standpunt. Een werkgeversclub en een vakbond praten over hetzelfde loon en komen op een ander verhaal uit. Naar de les
belangengroep ML2/K/4
Een groep die opkomt voor een bepaalde groep of zaak en daarmee de politiek probeert te beïnvloeden. Naar de les
bronkritiek ML2/K/7
Nagaan wie iets zegt, hoe die het weet en wie er belang bij heeft. Een onafhankelijke bron die hetzelfde meldt helpt. Naar de les
bronnenlijst ML2/V/2
Het lijstje achterin met de bronnen die je gebruikte, met titel, maker en jaar erbij. Naar de les

C 8

cao ML2/K/5
De afspraken over loon en arbeidsvoorwaarden voor een hele sector, gemaakt tussen werkgevers en vakbonden. Naar de les
citaat ML2/K/3
Een zin die je letterlijk uit de tekst overneemt, van hoofdletter tot punt. In je eigen woorden is het geen citaat. Naar de les
civiel recht ML2/K/8
Het recht dat gaat over conflicten tussen burgers of bedrijven onderling, bijvoorbeeld over een huur of een koop. Naar de les
commerciële omroep ML2/K/7
Een omroep die zijn geld verdient met reclame en abonnees. Naar de les
confessionalisme ML2/K/4
Een stroming die uitgaat van een geloof en van samenwerking tussen groepen in de samenleving. Naar de les
constitutionele monarchie ML2/K/4
Een koninkrijk waarin de macht van de koning door de grondwet is ingeperkt. De ministers zijn verantwoordelijk, niet de koning. Naar de les
criminaliteit ML2/K/8
Gedrag dat in de wet strafbaar is gesteld. Wat daaronder valt verandert in de tijd. Naar de les
cultuur ML2/K/6
Alles wat een groep normaal vindt, van gewoonten tot waarden en normen. Naar de les

D 1

discriminatie ML2/K/6
Iemand anders behandelen om iets dat er in die situatie niet toe doet, zoals afkomst, geloof of geslacht. Naar de les

E 3

Eerste Kamer ML2/K/4
De Kamer die een aangenomen wetsvoorstel als laatste beoordeelt. Die kan alleen ja of nee zeggen en niets meer veranderen. Naar de les
eis ML2/K/8
De straf die de officier van justitie vraagt. De rechter kan daar vanaf wijken. Naar de les
Europese Unie ML2/K/4
Het samenwerkingsverband van Europese landen waarvan een deel van onze regels komt. Naar de les

F 3

feit ML2/K/7
Iets dat te controleren is en waar je het dus niet over oneens kunt zijn. Naar de les
frame ML2/K/7
De invalshoek waarmee iets wordt gebracht. Dezelfde gebeurtenis klinkt anders als je hem anders inlijst. Naar de les
functies van arbeid ML2/K/5
Wat werk je oplevert naast geld, namelijk sociale contacten, structuur in je dag, status en zelfontplooiing. Naar de les

G 1

gemeente ML2/K/4
De bestuurslaag die gaat over wat je in je eigen straat ziet, zoals afval, speeltuinen en vergunningen. Naar de les

I 2

initiatiefwetsvoorstel ML2/K/4
Een wetsvoorstel dat niet van de regering komt maar van een Tweede Kamerlid. Naar de les
integratie ML2/K/6
Meedoen in de samenleving met behoud van je eigen achtergrond. Naar de les

K 1

kabinet ML2/K/4
De ministers en de staatssecretarissen samen, dus zonder de koning. Naar de les

L 2

liberalisme ML2/K/4
Een stroming die vrijheid voorop zet, voor de burger en voor het bedrijfsleven. Naar de les

M 5

maatschappelijk vraagstuk ML2/V/1
Een probleem dat veel mensen raakt, waarover verschil van mening bestaat en waarvan de oplossing om keuzes vraagt. Naar de les
massamedia ML2/K/7
Middelen die een boodschap aan veel mensen tegelijk brengen, zoals televisie, kranten en online platforms. Naar de les
mening ML2/K/7
Een oordeel over iets. Twee mensen kunnen bij dezelfde feiten een andere mening hebben. Naar de les
minimumloon ML2/K/5
Het laagste loon dat een werkgever mag betalen. Dat staat in de wet en geldt voor iedereen. Naar de les
motie ML2/K/4
Een uitspraak of een verzoek van de Kamer aan de regering. Het verandert de wettekst niet. Naar de les

N 2

nieuwswaarde ML2/K/7
Hoe aantrekkelijk een gebeurtenis is om te brengen. Nabijheid, uitzonderlijkheid en actualiteit tellen mee. Naar de les
norm ML2/K/8
Een regel over hoe je je hoort te gedragen. Een deel van de normen staat in de wet, de rest niet. Naar de les

O 3

officier van justitie ML2/K/8
De jurist die namens het Openbaar Ministerie de samenleving vertegenwoordigt en de straf eist. Naar de les
onderbouwing ML2/V/3
Het stuk achter het woordje want. Een standpunt zonder onderbouwing levert nooit punten op. Naar de les
overleggen ML2/K/2
Samen tot een besluit komen door naar elkaars redenen te luisteren in plaats van alleen je eigen mening te herhalen. Naar de les

P 9

pakkans ML2/K/8
De kans dat je gepakt wordt. Die weegt zwaarder mee bij het voorkomen van misdaad dan de hoogte van de straf. Naar de les
parlementaire democratie ML2/K/4
Een staatsvorm waarin het volk een parlement kiest, en dat parlement de regering controleert. Naar de les
persvrijheid ML2/K/7
Het grondrecht dat journalisten vrij laat schrijven en uitzenden. Daarom hoeven zij hun bron niet prijs te geven. Naar de les
politieke participatie ML2/K/4
Alle manieren waarop je invloed uitoefent, van stemmen tot een petitie tekenen of actie voeren. Naar de les
politieke partij ML2/K/4
Een vereniging van mensen met ongeveer dezelfde ideeën, die daarvoor zetels probeert te halen. Naar de les
procentpunt ML2/K/3
Het verschil tussen twee percentages. Van 20 naar 25 procent is 5 procentpunt, en dat is iets anders dan 25 procent stijging. Naar de les
progressief en conservatief ML2/K/4
De vraag hoe snel de samenleving mag veranderen. Progressief wil vooruit, conservatief wil behouden wat er is. Naar de les
provincie ML2/K/4
De bestuurslaag daarboven, die gaat over wegen, natuurgebieden en waar gebouwd mag worden. Naar de les
publieke omroep ML2/K/7
Een omroep die grotendeels met belastinggeld wordt betaald en een opdracht in de wet heeft staan. Naar de les

R 6

Raad van State ML2/K/4
Het adviesorgaan dat naar een wetsvoorstel kijkt voordat het naar de Kamer gaat. Naar de les
rechter ML2/K/8
Degene die naar beide kanten luistert en als enige een straf mag opleggen. Naar de les
rechtsstaat ML2/K/4
Een staat waarin de overheid zich net als iedereen aan de wet moet houden en de rechten van burgers vastliggen. Naar de les
regelnummer ML2/K/3
Het nummer naast een regel in een bron. Daarmee kun je naar een zin verwijzen zonder hem helemaal over te schrijven. Naar de les
regering ML2/K/4
De koning en de ministers samen. Naar de les
rijk ML2/K/4
De bestuurslaag die gaat over wat voor heel Nederland geldt, zoals belastingen, onderwijs en defensie. Naar de les

S 7

sectorwerkstuk ML2/V/2
Een eigen werkstuk over een onderwerp uit je sector, waarbij je zelf informatie zoekt, verwerkt en presenteert. Naar de les
socialisatie ML2/K/6
Het proces waarin je de cultuur van je omgeving leert. Dat begint thuis, nog voordat je er zelf iets van vindt. Naar de les
socialiserende institutie ML2/K/6
Een plek waar je die cultuur leert, zoals het gezin, de school, vrienden, werk en de media. Ze spreken elkaar soms tegen. Naar de les
socialisme ML2/K/4
Een stroming die gelijkheid voorop zet en daarvoor een sturende overheid wil. Naar de les
standpunt ML2/K/2
Wat je ergens van vindt. Zonder reden erachter blijft het een mening die iedereen kan wegwuiven. Naar de les
stereotype ML2/K/6
Een vast beeld van een hele groep, waarbij je aanneemt dat iedereen in die groep zo is. Naar de les
strafrecht ML2/K/8
Het recht dat gaat over overtredingen en misdrijven. Daar staat de overheid tegenover de verdachte. Naar de les

T 2

tegenargument ML2/K/2
Een reden die tegen je eigen standpunt pleit. Die noem je zelf, want dan laat je zien dat je de andere kant kent. Naar de les
Tweede Kamer ML2/K/4
De 150 gekozen volksvertegenwoordigers. Zij maken wetten mee en controleren de regering. Naar de les

U 2

uitkering ML2/K/5
Geld van de overheid voor wie niet of niet genoeg kan werken. Het vangt het inkomen deels op. Naar de les
uitlegvraag ML2/K/3
Een vraag die begint met leg uit. Je noemt het juiste begrip en waaruit in de tekst dat blijkt, met het woordje want ertussen. Naar de les

V 2

vakbond ML2/K/5
Een vereniging van werknemers die samen onderhandelt. Samen sta je sterker, want samen kun je staken. Naar de les
vooroordeel ML2/K/6
Een mening over iemand voordat je hem kent. Naar de les

W 1

wetsvoorstel ML2/K/4
Een voorstel voor een nieuwe wet of een wijziging. Het moet door beide Kamers voordat het geldt. Naar de les

Alle onderwerpen