Een tabel met cijfers lezen
Ongeveer 7 minuten. Procent en aantal zijn niet hetzelfde, en daar zit de vraag.
Waarom je dit moet kennen
In de examens van de laatste drie jaar staan twintig vragen bij een tabel. Dat zijn vaak uitspraken die je per stuk moet beoordelen op juist of onjuist.
Zo'n uitspraak is vaak maar door een woord onjuist. Meer, minder, een hoger percentage, het grootste deel: lees ze stuk voor stuk na in de tabel.
Let ook op wat er niet staat. Een vraag als "kun je hieruit afleiden dat" heeft vaak nee als antwoord, omdat het gegeven er simpelweg niet in staat.
Procent naast aantal
Allebei de kolommen kloppen. Welke je nodig hebt staat in de vraag.
Een uitspraak beoordelen
Lees de kop van de kolom
Staat er een percentage, een aantal, of iets per duizend inwoners? Dat bepaalt wat je mag zeggen.
Zoek de twee getallen
Welke twee vergelijkt de uitspraak? Zet ze naast elkaar voordat je oordeelt.
Let op het ene woord
Meer en een hoger percentage zijn niet hetzelfde. Verandert dat woord de uitspraak, dan is hij onjuist.
Kijk of het er wel staat
Gaat de uitspraak over iets dat niet in de tabel voorkomt, dan kun je hem niet uit de tabel afleiden. Dat is dan het antwoord.
De fout die bijna iedereen maakt
Klas A dertig procent, klas B twintig procent. In welke klas zijn het er meer?
Een percentage is een deel van een groep. Zonder de groepsgrootte weet je niets over het aantal. Staat die grootte er niet bij, dan is het antwoord dat je het niet kunt zeggen.
Een stijging van procenten
Let op het verschil tussen procent en procentpunt. Gaat iets van tien naar vijftien procent, dan is dat vijf procentpunt erbij, maar een stijging van vijftig procent. Lees goed welke van de twee er gevraagd wordt.
Check jezelf
Klas A heeft het hoogste percentage, klas B het hoogste aantal. Kan dat?
Een uitspraak gaat over iets dat niet in de tabel staat. Wat is je antwoord?
Iets gaat van tien naar vijftien procent. Hoeveel procentpunt is dat?
In jouw boek
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 27-10-2026.