specificiteit
Scheikunde vwoDe mate waarin een enzym maar op één substraat past. Vorm en lading moeten allebei kloppen; past er maar een van de twee, dan is de binding te zwak.
Hoort bij Chemie en het leven, eindterm E2.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- selectiviteit
- De mate waarin een stof of een katalysator maar één van de mogelijke reacties laat verlopen.
- substraat
- De stof waar een enzym op past en mee werkt.
- koolhydraat
- Een groep stoffen met veel OH-groepen, zoals glucose, zetmeel en cellulose.
- ATP
- Het molecuul waarin een cel energie verhandelt.
- enzym
- Een eiwit dat in een organisme als katalysator werkt.
- denaturatie
- Het verliezen van de vorm van een eiwit door warmte, zuur of zout, waardoor het niet meer werkt.
- eiwit
- Een polymeer van aminozuren, aan elkaar geregen met amidebindingen.
- vet
- Een ester van glycerol en drie vetzuren.