eiwit
Scheikunde vwoEen polymeer van aminozuren, aan elkaar geregen met amidebindingen. De volgorde van de aminozuren bepaalt de vorm, en de vorm bepaalt wat het eiwit doet.
Hoort bij Chemie en het leven, eindterm G1.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- ATP
- Het molecuul waarin een cel energie verhandelt.
- denaturatie
- Het verliezen van de vorm van een eiwit door warmte, zuur of zout, waardoor het niet meer werkt.
- enzym
- Een eiwit dat in een organisme als katalysator werkt.
- koolhydraat
- Een groep stoffen met veel OH-groepen, zoals glucose, zetmeel en cellulose.
- vet
- Een ester van glycerol en drie vetzuren.
- substraat
- De stof waar een enzym op past en mee werkt.
- specificiteit
- De mate waarin een enzym maar op één substraat past.