oplosbaarheid
Scheikunde havoHoeveel van een stof er maximaal in een hoeveelheid oplosmiddel kan oplossen. Je zoekt het op in een tabel; het hangt af van de temperatuur en van hoe polair de stoffen zijn.
Hoort bij Stoffen en materialen, eindterm B5.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- composiet
- Een materiaal dat uit twee materialen bestaat die elkaar aanvullen, bijvoorbeeld sterke vezels in een kunststof.
- legering
- Een metaal waarin andere atomen zijn opgenomen, zoals staal of brons.
- ester
- De stof die ontstaat als een alcohol en een carbonzuur met elkaar reageren, waarbij water vrijkomt.
- hydrofoob
- Letterlijk: watervrezend.
- periodiek systeem
- De tabel waarin alle elementen op atoomnummer staan.
- macroniveau
- Het niveau van wat je kunt zien, ruiken en meten: een stof is wit, lost op, kookt bij een bepaalde temperatuur.
- hydrolyse
- Het omgekeerde van een condensatiereactie: met water valt een groot molecuul weer uiteen in zijn delen.
- faseovergang
- De overgang tussen vast, vloeibaar en gas, zoals smelten, koken en condenseren.