toevalsvariabele
Wiskunde A vwoEen grootheid waarvan de waarde van toeval afhangt, zoals het aantal keer kop bij tien worpen. Je beschrijft hem met een kansverdeling.
Hoort bij Statistiek en kansrekening, eindterm E4.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- complementregel
- De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt.
- onafhankelijke gebeurtenissen
- Gebeurtenissen die elkaars kans niet beïnvloeden.
- verwachtingswaarde
- Het gemiddelde dat je op de lange duur verwacht.
- steekproefgrootte
- Het aantal waarnemingen in je steekproef.
- kansverdeling
- Een overzicht van welke waarden een toevalsvariabele kan aannemen en met welke kans.
- binomiale verdeling
- De verdeling van het aantal successen bij een vast aantal onafhankelijke pogingen met steeds dezelfde kans, zoals het aantal keer kop bij twintig worpen.
- nulhypothese
- De aanname dat er niets aan de hand is, bijvoorbeeld dat een munt zuiver is.
- vuistregels bij de normale verdeling
- Ongeveer 68 procent van de waarden ligt binnen één standaardafwijking van het gemiddelde, 95 procent binnen twee en bijna alles binnen drie.