kansverdeling
Wiskunde A vwoEen overzicht van welke waarden een toevalsvariabele kan aannemen en met welke kans. De kansen samen zijn altijd 1.
Hoort bij Statistiek en kansrekening, eindterm E5.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- binomiale verdeling
- De verdeling van het aantal successen bij een vast aantal onafhankelijke pogingen met steeds dezelfde kans, zoals het aantal keer kop bij twintig worpen.
- vuistregels bij de normale verdeling
- Ongeveer 68 procent van de waarden ligt binnen één standaardafwijking van het gemiddelde, 95 procent binnen twee en bijna alles binnen drie.
- steekproefgrootte
- Het aantal waarnemingen in je steekproef.
- onafhankelijke gebeurtenissen
- Gebeurtenissen die elkaars kans niet beïnvloeden.
- overschrijdingskans
- De kans om onder de nulhypothese een uitkomst te krijgen die minstens zo extreem is als die van jou.
- complementregel
- De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt.
- toevalsvariabele
- Een grootheid waarvan de waarde van toeval afhangt, zoals het aantal keer kop bij tien worpen.
- verwachtingswaarde
- Het gemiddelde dat je op de lange duur verwacht.