Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

complementregel

Wiskunde A vwo

De kans dat iets niet gebeurt is 1 min de kans dat het wel gebeurt. Vaak is de omweg via het tegenovergestelde veel korter.

Hoort bij Statistiek en kansrekening, eindterm E4.

Waar je dit tegenkomt

Begrippen die hierbij horen

onafhankelijke gebeurtenissen
Gebeurtenissen die elkaars kans niet beïnvloeden.
toevalsvariabele
Een grootheid waarvan de waarde van toeval afhangt, zoals het aantal keer kop bij tien worpen.
verwachtingswaarde
Het gemiddelde dat je op de lange duur verwacht.
nulhypothese
De aanname dat er niets aan de hand is, bijvoorbeeld dat een munt zuiver is.
vuistregels bij de normale verdeling
Ongeveer 68 procent van de waarden ligt binnen één standaardafwijking van het gemiddelde, 95 procent binnen twee en bijna alles binnen drie.
steekproefgrootte
Het aantal waarnemingen in je steekproef.
significant
Zo onwaarschijnlijk onder de nulhypothese dat je die verwerpt.
kansverdeling
Een overzicht van welke waarden een toevalsvariabele kan aannemen en met welke kans.

Overhoor jezelf op dit begrip Hele begrippenlijst