Naar de inhoud

Scheikunde havo

Van monomeer naar polymeer

Ongeveer 10 minuten. Duizenden kleine moleculen aan elkaar. Of er iets vrijkomt, bepaalt welke soort het is.

Bij polymerisatie worden veel monomeren aan elkaar geregen. Komt er een klein molecuul vrij, dan is het condensatie; komt er niets vrij, dan is het additie.

Twee manieren om te koppelen

Bij additiepolymerisatie gaat de dubbele binding van het monomeer open en sluiten de moleculen op elkaar aan. Er komt niets vrij, dus het polymeer weegt precies zoveel als alle monomeren samen. Polyetheen uit etheen gaat zo.

Bij condensatiepolymerisatie reageren twee groepen met elkaar en komt er per koppeling een klein molecuul vrij, meestal water. Zo ontstaan polyesters en nylon.

In een condensatiepolymeer heeft elk monomeer dus twee reactieve groepen nodig, één aan elke kant. Anders stopt de keten na één stap.

De binding die daarbij ontstaat herken je terug: een esterbinding tussen een alcohol- en een zuurgroep, een amidebinding tussen een amine- en een zuurgroep.

Twee soorten polymerisatie

additiedubbele binding gaat open, niets komt vrijcondensatietwee groepen koppelen, water komt vrijde bindingester of amide, terug te zien in de ketenkijk of er iets vrijkomt, dan weet je welke

De vraag is steeds dezelfde: komt er iets vrij of niet?

Zo herken je het type

1

Kijk naar het monomeer

Een dubbele binding wijst op additie; twee functionele groepen wijzen op condensatie.

2

Kijk of er een klein molecuul vrijkomt

Staat er water of een ander klein molecuul rechts van de pijl, dan is het condensatie.

3

Zoek de binding in de keten

Een COO tussen twee stukken is een esterbinding, een CONH is een amidebinding.

4

Tel de massa

Bij additie is de massa van het polymeer gelijk aan die van de monomeren samen, bij condensatie minder.

5

Benoem het type in je antwoord

Met de reden erbij: dat is waar de punten aan hangen.

De fout die bijna iedereen maakt

Nylon ontstaat uit twee verschillende monomeren. Is dat additie?

ja, er worden moleculen toegevoegdklopt niet

Het woord additie klinkt als toevoegen, maar het betekent hier dat er niets afgaat. Bij nylon reageert een zuurgroep met een aminegroep en komt er per koppeling een watermolecuul vrij. Dat maakt het een condensatiepolymerisatie, met amidebindingen in de keten.

Hydrolyse is de weg terug

Met water kun je een condensatiepolymeer weer afbreken tot zijn monomeren; dat heet hydrolyse. Bij een additiepolymeer lukt dat niet, en dat is een van de redenen dat polyetheen zo lang blijft liggen.

Check jezelf

Wat gebeurt er bij additiepolymerisatie?

Alle atomen van de monomeren komen in het polymeer terecht.

Welke binding zit er in nylon?

Tussen een aminegroep en een zuurgroep, met water als restproduct.

Hoeveel reactieve groepen heeft een monomeer voor condensatiepolymerisatie nodig?

Met één groep stopt de keten meteen na de eerste koppeling.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak