mesoniveau
Scheikunde havoHet niveau daartussenin: korrels, vezels, poriën en kristallen. Hiermee leg je uit waarom hetzelfde materiaal als poeder anders doet dan als blok.
Hoort bij Stoffen en materialen, eindterm A12.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- macroniveau
- Het niveau van wat je kunt zien, ruiken en meten: een stof is wit, lost op, kookt bij een bepaalde temperatuur.
- microniveau
- Het niveau van de deeltjes: atomen, ionen en moleculen, en de bindingen ertussen.
- alcohol
- Een stof met een OH-groep aan een koolstofketen.
- amine
- Een stof met een NH2-groep aan een koolstofketen.
- molecuul
- Een groepje atomen dat met atoombindingen aan elkaar vast zit en samen een deeltje vormt, zoals H2O of CO2.
- oplosbaarheid
- Hoeveel van een stof er maximaal in een hoeveelheid oplosmiddel kan oplossen.
- massagetal
- Het aantal protonen plus neutronen in de kern.
- mengsel
- Twee of meer stoffen door elkaar, waarbij elke stof zijn eigen eigenschappen houdt.