Significante cijfers en meetonzekerheid
Ongeveer 9 minuten. Je antwoord mag niet nauwkeuriger lijken dan je slechtste meting.
Twee regels, twee situaties
Bij vermenigvuldigen en delen houdt je antwoord evenveel significante cijfers als het gegeven met de minste. Bij optellen en aftrekken houdt het evenveel decimalen als het gegeven met de minste.
Een gemeten waarde schrijf je met een onzekerheid, bijvoorbeeld een halve schaaldeel bij een analoge meter. Die marge hoort in je notatie en bepaalt hoeveel cijfers zinvol zijn.
Bij vermenigvuldigen tellen de relatieve onzekerheden op. Twee metingen van elk een procent geven samen ongeveer twee procent, en daarmee weet je hoeveel cijfers je antwoord mag houden.
Een exact getal, zoals het aantal metingen waarover je middelt, beperkt je antwoord niet. Alleen gemeten waarden doen mee in de telling.
Welke regel wanneer
Welke regel geldt hangt af van de bewerking.
Zo bepaal je het aantal cijfers
Kijk welke bewerking je doet
Vermenigvuldigen of delen vraagt om significante cijfers, optellen of aftrekken om decimalen.
Zoek het slechtste gegeven
Dat bepaalt je antwoord. Exacte getallen tellen niet mee.
Reken door met alle cijfers
Rond pas aan het eind af, anders stapelen de afrondfouten op.
Zet de eenheid en zo nodig de marge erbij
Een antwoord zonder eenheid is niet goed, en bij een meting hoort de onzekerheid erbij.
De fout die bijna iedereen maakt
Je meet een lengte van 2,5 meter en een breedte van 3,14 meter. Wat is de oppervlakte?
Het slechtste gegeven heeft twee significante cijfers, dus je antwoord ook. Alles wat je daarachter opschrijft suggereert een nauwkeurigheid die je niet gemeten hebt, en dat kost punten.
Optellen gaat op decimalen, niet op cijfers
Tel je 12,3 bij 0,456 op, dan houd je een decimaal over en wordt het 12,8. Wie hier de regel voor vermenigvuldigen gebruikt komt op 12,756 uit, en dat is drie cijfers te precies.
Significante cijfers en meetonzekerheid
Check jezelf
Welke regel geldt bij vermenigvuldigen?
Welke regel geldt bij optellen?
Beperkt een exact getal je antwoord?
Wanneer rond je af?
In jouw boek
De begrippen uit deze les
- macht van tien
- Een getal geschreven als een getal tussen 1 en 10 keer een macht van tien. Daarmee blijven heel grote en heel kleine getallen leesbaar.
- meetonzekerheid
- De marge waarbinnen de echte waarde ligt. Je schrijft die bij je meting, want zonder marge zegt een meetwaarde te veel.
- significante cijfers
- De cijfers in een getal die werkelijk gemeten zijn. Bij vermenigvuldigen houdt je antwoord er zo veel als het minst nauwkeurige gegeven.
In het examen
- 2026, tijdvak 1vraag 2ExamenAntwoorden
- 2026, tijdvak 2vraag 11ExamenAntwoorden
- 2025, tijdvak 1vraag 1ExamenAntwoorden
- 2025, tijdvak 2vraag 7ExamenAntwoorden
- 2024, tijdvak 1vragen 1 en 17ExamenAntwoorden
De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.