eigenfrequentie
Natuurkunde vwoDe frequentie waarop een voorwerp van zichzelf trilt. Hij volgt uit de massa en de stijfheid, en elk voorwerp heeft er een.
Hoort bij Beeld- en geluidstechniek, eindterm B1.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- amplitude
- De grootste uitwijking vanuit de evenwichtsstand.
- frequentie
- Het aantal trillingen per seconde, in hertz.
- resonantie
- Meetrillen van iets dat je op zijn eigen frequentie aanstoot, waardoor de uitwijking sterk groeit.
- trillingstijd
- De tijd van één hele trilling, in seconden.
- veerconstante
- Hoeveel newton je nodig hebt per meter uitrekking, in newton per meter.
- transversale golf
- Een golf waarin de deeltjes dwars op de voortplantingsrichting bewegen, zoals een golf in een touw.
- halveringstijd
- De tijd waarin de helft van de kernen is vervallen.
- atoomnummer
- Het aantal protonen in een kern.