Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
5 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
onafhankelijke variabele
De grootheid die je in een proef zelf verandert. Die zet je horizontaal in de grafiek.
-
afhankelijke variabele
De grootheid die je meet omdat hij verandert door wat je zelf instelt. Die zet je verticaal in de grafiek.
-
toevallige fout
Een fout die per meting wisselt, bijvoorbeeld bij het aflezen. Vaker meten en gemiddelden nemen maakt die kleiner.
-
systematische fout
Een fout die elke meting dezelfde kant op verschuift, bijvoorbeeld een meter die niet op nul staat. Vaker meten helpt daar niet tegen.
-
meetonzekerheid
De marge waarbinnen de echte waarde ligt. Je schrijft die bij je meting, want zonder marge zegt een meetwaarde te veel.