zelfvoorzienend
Geschiedenis vwoEen economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.
Hoort bij Orientatiekennis, eindterm B3.
Waar je dit tegenkomt
Begrippen die hierbij horen
- feodale verhoudingen
- Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.
- hofstelsel
- De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.
- horigheid
- De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.
- leen
- Grond of een recht dat een heer aan een vazal geeft in ruil voor trouw en dienst.
- monotheisme
- Het geloof in een enkele god.
- confessionalisme
- De stroming die het geloof als grondslag voor politiek handelen neemt en zich organiseert in eigen partijen en verenigingen.
- regent
- Een lid van de bestuurlijke bovenlaag in de Nederlandse Republiek, die zijn positie ontleende aan stedelijke ambten en niet aan adel.
- natuurlijke rechten
- Rechten die volgens verlichte denkers aan ieder mens toekomen en niet door een vorst worden verleend.