Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

horigheid

Geschiedenis vwo

De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.

Hoort bij Orientatiekennis, eindterm B3.

Waar je dit tegenkomt

Begrippen die hierbij horen

feodale verhoudingen
Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.
hofstelsel
De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.
leen
Grond of een recht dat een heer aan een vazal geeft in ruil voor trouw en dienst.
zelfvoorzienend
Een economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.
totalitair
Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin.
centralisatie
Het samenbrengen van bestuur en macht bij een centraal gezag, in plaats van verspreid over lokale heren.
fascisme
De ideologie die natie en leider centraal stelt, tegenstanders uitschakelt en de samenleving van bovenaf ordent.
monotheisme
Het geloof in een enkele god.

Hetzelfde woord bij een ander vak

Overhoor jezelf op dit begrip Hele begrippenlijst